Ook in België is de gemengde breuk een drama

Een gemengde breuk 2½ betekent 2 + ½. Gangbaar betekent de uitdrukking 2dat x met 2 vermenigvuldigd wordt, zoals 2 km = 2000 meter. Ziet u het probleem ? De notatie van vermenigvuldiging maakt ook de uitkomst 2½  = 1 mogelijk, tenzij je leert dat breuken een uitzondering vormen. Mijn voorstel is voortaan gewoon 2 + ½ te schrijven, precies zoals je het uitspreekt: “twee-en-een-half”. Nog beter is de notatie 2 + 2H, met H = -1, zie hier.

Op de bijeenkomst “Onderwijs meets Onderzoek 2017″ t.a.v. de wiskunde ontmoette ik een bezoeker uit België die stelde dat daar de regel van vermenigvuldiging dominant is, zodat 2½  = 1 zou gelden. Hij gaf tevens aan niet deskundig t.a.v. het basisonderwijs te zijn, dus dat schept een voorbehoud.

Als dit bericht waar zou zijn dan zou België belangrijke praktijkervaring geven.

Helaas toont een Google dat ook de Belgen het notatieprobleem kennen. Het bestaat internationaal in de wiskunde.

In paragraaf 2.3 op pagina 15 van de “Cursus Rationale Getallen” vinden we de notatie van de “gemengde breuk”. (“De Associatie KU Leuven is een netwerk van kwaliteitsvolle hogeronderwijsinstellingen verspreid over Vlaanderen en Brussel. Samen verzorgen ze het onderwijs van bijna de helft van de studenten in Vlaanderen.”)

Bij de stagescholen voor het “medisch rekenen” zien we op pagina 14 ook weer deze verwarrende notatie. Bij een willekeurige link als WeZoozAcademy.be vinden we de “veilige” notatie 3/2. Bij het Schoolbordportaal linken de Belgen weer naar Nederland, terwijl ik juist had laten zien dat daar zelfs bij de “Stichting Goed Rekenonderwijs” juist een probleem ligt.

Conclusie: Ook in België is de gemengde breuk een drama. Terwijl er de nette oplossing is om de notatie x + y / z te gebruiken. (Een zgn. “nadeel” zou zijn dat je wat vaker haakjes moet gebruiken, maar het kan geen bezwaar zijn dat leerlingen ook het nuttige gebruik van haakjes leren.)

Een uitleg op YouTube

De Google gaf me ook een filmpje van Martijn Claassen in Nederland. Net als ik protesteert hij tegen de verwarrende notatie van 2½. Zijn oplossing is dan 5/2 te gebruiken. Dit is inderdaad veilig maar is weinig inzichtelijk t.a.v. de positie op de getallenlijn en kan onnodig rekenwerk leveren. Bekijk diens voorbeeld van de som van 2 + 2/3 en 3 + 4/5.

In optellingsvorm vinden we snel (met hulpstappen omdat H nog nieuw is):

(2 + 2/3) + (3 + 4/5)
= 5 + 2/3 + 4/5
= 5 + 10/15 + 12/15
= 5 + 22/15
= 6 + 7/15
(2 + 2 3H) + (3 + 4 5H)
= 5 + 2 3H + 4 5H = 5 + 2 5 5H 3H + 4 3 3H 5H
= 5 + 10 15H + 12 15H
= 5 + 22 15H = 5 + (15 + 7) 15H
= 6 + 7 15H

Claassen is gedwongen tot het gebruik van grote getallen als 40/15 + 57/15 = 97/15, met dan weer een staartdeling om de plaats op de getallenlijn te vinden. Heel wonderlijk schrijft hij vervolgens ook weer 6 7/15, terwijl hij juist adviseert om zulks te vermijden.

Screenshot: Martijn Claassen, Breuken (deel 7, de gemengde breuk)

Conclusie

De petitie tot een parlementair onderzoek naar het onderwijs in wiskunde blijft van kracht. Ook de Belgen zouden er goed aan doen.

Geplaatst in Rol van de wiskunde | Tags: , , , , ,

Boekbespreking: Wimar Bolhuis, “De rekenmeesters van de politiek”

Boekbespreking: Wimar Bolhuis, De rekenmeesters van de politiek. Doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s door het CPB, Van Gennep 2017, EUR 19,90 (inkijk)

Dit boek is niet alleen voor beroepsmatig betrokkenen maar ook voor geïnteresseerde kiezers zeer geschikt, en het vormt dan een noodzakelijke inleiding. Ikzelf werkte op het CPB in 1982-1991 en vind het een feest van herkenning – ook al werkte ikzelf nooit direct aan Keuzes in Kaart mee.

Van de tien miljoen kiezers zal 95% weinig met economie en cijfers te maken willen hebben. Te hopen valt dat zo’n 5% oftewel een half miljoen kiezers wel interesse toont: het gaat immers om de toekomst van het land, en boter bij de vis.

Het voordeel van economie-studeren en doorrekenen komt hier helder over het voetlicht: de verkiezingsprogramma’s zijn vergelijkbaar want zij zijn met dezelfde aannames, modellen en objectiverende houding geëvalueerd. De doorrekeningen zijn niet alleen relevant voor de verkiezingen maar spelen ook een belangrijke rol bij de formatie.

De auteur Wimar Bolhuis (1986) is een sociaal- en organisatiepsycholoog (2009) die doorging in economie (2011) en bestuurskunde (2011) en die zich nu vooral daarop toelegt. Hij is politiek assistent van staatssecretaris SZW Jetta Klijnsma en stond op plaats 49 bij de PvdA bij de verkiezingen van 15 maart 2017. Hij is bezig met een proefschrift over: “(…) de ontwikkeling van de Nederlandse rijksoverheidsfinanciën in laatste decennia. Welke keuzes maakten de politici, wat waren de beweegredenen, en hoe pakten ze uit?”

Een suggestie van een herdruk met een update

Dit boek verscheen vóór de verkiezingen van 15 maart 2017 en vóór de publicatie van de CPB-doorrekeningen voor die verkiezingen KiK 2018-2021. Voor wie het boek nu leest, komt het nu al gedateerd over. Mijn advies aan Bolhuis en de uitgever is om de oorspronkelijke versie uit de handel te nemen en een beperkt herziene editie te maken, met een apart hoofdstuk over de verkiezingen van 2017. Het lijkt niet nodig om de verkiezingen van 2017 in alle tabellen te verwerken, want dat is een grote klus zonder meerwaarde. Het volstaat om de saillante punten van 2017 te noemen, zodat de lezer van na 15 maart toch enig houvast hierover heeft. Met zo’n geactualiseerde versie kan het betoog veel langer actueel blijven.

Voor zo’n nieuwe editie zou ik ook een normaal formaat adviseren. Het boek is nu een bijna vierkante pocket van 16,5 bij 21 cm. Met anderhalve regelafstand staat er relatief weinig op de pagina’s. Bij een normaal formaat van 17 bij 24 en hogere regeldichtheid zal het minder hijgerig lezen en overzichtelijker tonen.

We zijn inmiddels gewend aan PDFs waarin je gemakkelijk wat opzoekt, maar voor een gedrukt boek blijft een index wenselijk, en die ontbreekt hier. Achterin is er een begrippenlijst, maar die zou alfabetisch mogen zijn. Het zou logisch zijn om daarnaar te verwijzen als een begrip voor het eerst genoemd wordt. Ikzelf ben voorstander van voetnoten op de pagina waarop zij gebruikt worden, in plaats van nu achterin, terwijl de vormgever lijkt te denken dat lezers anders zouden schrikken.

Vanaf 1986 naar 2017

Bolhuis neemt de lezer aan de hand vanaf de eerste doorrekening in 1986. Het is mooi om te zien hoe een eigen dynamiek ontstaat waarbij partijen huiverig zijn maar toch ook de CPB-expertise relevant achten. De doorrekeningen worden steeds verfijnder. De discussies met het CPB hebben grote invloed op denkkaders en het binnenskamers afschieten van wilde plannen. Omdat de tijd naar de verkiezingen vaak kort is, heeft het CPB nu ook achtergrondstudies “Kansrijk X-beleid“, met X = Arbeidsmarkt, onderwijs, woon, mobiliteit, innovatie.

In het begin liet het CPB politieke partijen meer ruimte voor een politiek getinte aanname over de effecten van maatregelen, tegenwoordig geeft het CPB beter aan wat de kaders en marges zijn. Dit bevordert de vergelijkbaarheid van uitkomsten over partijen, met ‘Gelijke monnikken, gelijke kappen’.

Bolhuis bespreekt eerst de aannames (inputs) en daarna de uitkomsten (outputs). Bij de aannames komt de belangrijke rol van de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte goed tot zijn recht. Hier zien we ook hoe belangrijk het is dat het CPB onderdeel uitmaakt van de rijksoverheid. De rijksoverheid met zijn diverse ambtelijke kanalen en niet alleen het CPB zelf bepaalt de kaders voor de middellange termijn (het MLT pad).

Economie gaat over meer dan je denkt

Het onderscheid tussen meetbare en moeilijk-meetbare aspecten kan wat versluierend zijn, want wat goed meetbaar is (zoals inkomen) is vaak ook een indicator voor iets ruimers. Voor de meetbare uitkomsten is er een lange traditie met ook ontwikkelde (CBS) statistieken, en een nieuwe loot zoals het houdbaarheidstekort. Bij moeilijk meetbare uitkomsten is het nog aanmodderen met indicatoren. In het onderzoek naar de zorg bestaat er al langer ervaring met de “quality adjusted lifeyears gained” (QALY) maar deze worden vooral gebruikt in micro-onderzoek bij vergelijkbare uitkomsten, en het is toch heel wat anders om deze ook macro te gaan gebruiken wanneer de kwaliteiten waarvoor je aanpassingen pleegt minder goed vergelijkbaar zijn. Voor een discussie over dit soort zaken ontkom je echter niet aan indicatoren. (Zie ook mijn eigen suggestie ‘on the value of life‘.)

Het is ook mooi te zien hoe het vak economie hier tot zijn recht komt. Economie gaat over het maken van keuzes bij schaarse middelen. Menigeen ziet economie als een kwestie van geld, maar veel zaken zijn niet goed in geld uit te drukken terwijl je toch keuzes moet maken. Het planbureau heeft zijn basis in meetbare verschijnselen waarin vaak ook geld gebruikt kan worden, maar dit geeft juist aan politici de ruimte om uiting te geven aan de preferenties voor de minder goed meetbare zaken.

Economisch Trilemma

Bij de uitkomsten presenteert Bolhuis het “economisch Trilemma”. Dit is een nuttige vereenvoudiging om een begin te maken met politieke keuzes die natuurlijk complexer zijn:

1. Zuinige overheidsfinanciën (EMU-saldo of –schuld)
2. Inkomensgelijkheid (vervangingsratio en koopkracht)
3. BBP-groei en werk

Een keuze bij het ene heeft invloed op de andere twee. Bolhuis bespreekt deze relaties en verduidelijkt daarmee ook wat je op zijn minst van de CPB-modellen moet weten (en aldus van de Nederlandse economie althans volgens het CPB) om hierin keuzes te gaan maken. (DNB heeft het Delfi model online waarin je zelf aan de knoppen kunt draaien.)

Niet alleen het model is relevant maar ook hoe het CPB het toepast. Jeroen Dijsselbloem gaf de kritiek dat Groenlinks mooie resultaten kreeg doordat de baten naar voren werden gehaald terwijl de kosten na de periode vielen waarvoor het CPB de doorrekening deed.

“Bovendien zal de opslag op de energierekening, waarmee de subsidiepot voor duurzame energieopwekking wordt bekostigd, bij GroenLinks meer dan vertienvoudigen na 2021 tot € 800 extra per gezin. ‘Stiekeme truc is dat je ’t niet ziet in koopkrachtplaatjes’, aldus Dijsselbloem omdat het Centraal Planbureau niet verder kijkt dan de effecten gedurende de volgende kabinetsperiode.”

T.a.v. het houdbaarheidstekort is al een belangrijke stap gezet naar zelfs intergenerationele vergelijkingen, maar het beoordelen van resultaten die na een kabinetsperiode vallen blijft een heikele kwestie.

De sociale welzijnsfunctie (SWF)

In de economische theorie bestaat er de notie van een “sociale welzijnsfunctie” (ook wel welvaartsfunctie genoemd, maar het Engelse “welfare” betreft welzijn). Denk aan aan grootheid als SWF[werkloosheid, inflatie, inkomensgelijkheid, … ] waarbij iedere politieke partij zijn eigen doelen en gewichten heeft. De gesprekken van politieke partijen met het CPB kunnen gezien worden als een exercitie om het optimum van de eigen SWF te vinden, zonder deze functie nader te specificeren. (In theorie is het voorstelbaar om op grond van de bestaande negen doorrekeningen een schatting te maken van hoe partijen e.e.a. afwegen.)

In 1959 hebben Van Eijk en Sandee onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een collectieve welzijnsfunctie. De directie van het CPB heeft blijkbaar moeite met deze aanpak gehad en daarbij ook verwezen naar het “onmogelijkheidstheorema” van Arrow. De directie heeft hier blijkbaar enkele misverstanden, zie deze bespreking. Het huidige gebruik van computermodellen is eigenlijk zeer ondermaats. Wanneer je ziet wat er aan Big Data en supercomputers bestaat dan worden de mogelijkheden om onze economie aan te sturen onderbenut. Wel is het zo, dat de theorie bij het CPB nog niet op orde is, en dan het heeft natuurlijk geen zin om al te gaan rekenen.

Hierbij moet ook de studie van Stokman cs. genoemd worden. Zij bekijken de mogelijke coalities o.g.v. de huidige zetelverdeling en zij steunen derhalve op informatie die door de CPB-exercitie vergelijkbaar is gemaakt. Stokman cs. kijken naar de kleinst mogelijke meerderheid, terwijl mijn suggestie is juist naar afspiegelingskabinetten met de grootst mogelijke meerderheid te kijken. Kiezers kunnen de zetelverdeling natuurlijk nog niet gebruiken voor een strategische stem t.a.v. een coalitie. Aan Bolhuis wil ik toch de suggestie doen de lezer op deze aanpak van Stokman cs. te wijzen, want het vormt een natuurlijk vervolg op de doorrekeningen en de verkiezingsuitslag.

Kritiek op CPB

In het boek komt minder goed uit de verf welke kritiek er bestaat. Dat is niet onmiddellijk een groot bezwaar, want men dient toch eerst te weten wat er gedaan wordt door de politieke partijen, de Studiegroep Begrotingsruimte en het CPB, alvorens men oog voor die kritiek kan hebben. Het is al heel wat dat zoveel betrokkenen al zoiets tot stand brengen – en stuurlui aan de wal kunnen van alles roepen.

Laat ik twee kritische geluiden uit een breed spectrum noemen, niet t.a.v. de doorrekeningen maar t.a.v. CPB-modellering op zich.

  1. Bas Jacobs (hoogleraar economie) met deze kritiek
  2. Cor Mol (gepensioneerd accountant met beta-achtergrond) over deze luchtfietserij

We zijn dan meteen ook diep in de economische discussie. Ondanks zulke kritiek op de CPB-modellen en berekeningen, is het niet onredelijk te denken dat de verschillen in uitkomsten voor de partijen toch een beeld geven van de werkelijke verschillen, zodat er wel degelijk wat te kiezen valt. Voor het CPB is het een dankbare exercitie omdat het bureau hier duidelijk een bijdrage aan de algehele democratische proces levert. Wanneer er een probleem zou zijn, ligt dit elders.

20004701_rekenmeesters

Auteur Wimar Bolhuis (derde van rechts) met (voormalige) CPB-directeuren Henk Don, Laura van Geest, Gerrit Zalm, Peter de Ridder en Coen Teulings (Foto: CPB)

Kritiek op partijen

Ik heb het boek er niet speciaal op nagelezen, maar ik kan me ook voorstellen dat naast kritiek op het CPB ook kritiek op partijen mogelijk is. Zo heb ikzelf ooit bij de SP en het boek “Hoe dan, Jan?” geconstateerd dat gesteld werd dat het verkiezingsprogramma met mooie resultaten door het CPB was doorgerekend, terwijl nader kijkend bleek dat het CPB cruciale onderdelen van dat programma juist niet had doorgerekend. Een vraag is dan of het CPB de resultaten zo kan presenteren dat de partijen er niet mee aan de haal gaan.

Eerdere boekbesprekingen door anderen / Het Economisch Hof

Informatief zijn deze boekbesprekingen door Roel Visser in ESB, en Jule Hinrichs en Ulko Jonker in het FD, en Philip de Witt Wijnen in de NRC.

Auteur Bolhuis stelt op pag 173:

“Ik vind het belangrijk dat mensen weten waarom, hoe en op basis waarvan het CPB het politieke speelveld mag bepalen.”

Bolhuis roept vervolgens zoveel vragen op, dat het waarom juist onduidelijk blijft. Roel Visser observeert:

“Na het expliciete overzicht van de verschillende voors en tegens is het uitblijven van een duidelijk antwoord bij Bolhuis op de opgeworpen controversiële vragen echter onbevredigend, juist omdat hij zo zorgvuldig alle voors en tegens aanstipt. “

Mijn impressie is dat ikzelf dit probleem van Bolhuis en Visser al heb opgelost. Een deel valt helaas onder de censuur door de directie van het CPB, en men moet die censuur opheffen opdat die oplossing op correcte wijze kan worden besproken.

Naar een Economisch Hof

Wie werkelijk wil dat economisch-wetenschappelijk advies over de regeringsbeleid of verkiezingsprogramma’s tot zijn recht komt, moet de Trias Politica uitbreiden met een grondwettelijk Economisch Hof dat toeziet op de kwaliteit van informatie. Economen zijn het onderling vaak oneens – vooral wetenschappers die immers de taak hebben om nieuwe inzichten te ontwikkelen – maar een Hof kan tot overeenstemming komen, zie ook juristen die het oneens zijn maar wel een Hoge Raad hebben. Een Economisch Hof lost ook het “probleem” op dat economen gaan ramen wat politici gaan doen, ook wanneer die politici wellicht niet (gaan) doen wat ze beloven.

Mijn boek DRGTPE is de wetenschappelijke bespreking, met ook een bewijs via een herleide vorm model. De economische crisis van 2007+ bewijst mijn analyse, zie het boek CSBH. En hier is een bespreking van een CPB-boek waarvan Mathijs Bouman de leesbaarheid heeft bevorderd.

Ter besluit

De onderhavige problematiek is inspirerend. Socrates en Plato vroegen zich al af wat het goede en wat bruikbare kennis was. Anno 2017 hebben we het spanningsveld tussen politici en economische wetenschappers. Wimar Bolhuis houdt de problematiek inspirerend, en geeft de lezer een zeer goede inkijk in onze hedendaagse aanpak.  Helaas heeft hij nog niet gehoord over de censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het Centraal Planbureau, althans geeft hij de lezer deze kennis ook niet mee.

Addendum 2017-06-01

Anders ligt het met Frank den Butter t.a.v. diens bespreking van de CPB-doorrekeningen, in Openbare Uitgaven 2002 – inmiddels opgegaan in het Tijdschrift voor Overheidsfinanciën. Den Butter:

“Naar mijn mening is echter de wetenschappelijke kwaliteit en integriteit van het Centraal Planbureau en de aldaar opgebouwde kennis en ervaring met de economische beleidsanalyse in ons land op zich als een voldoende garantie dat de balans van maatschappelijke kosten en baten van de doorrekeningsexercitie naar de baten doorslaat.”

Men dient hier zorgvuldig onderscheid te maken tussen CPB-directie en CPB-medewerkers. Ook is er onderscheid naar activiteiten en hun condities. Veel activiteiten kunnen veel kwaliteit hebben maar er kan toch een probleem zijn t.a.v. een bepaalde conditie. De doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s zullen wel correct zijn t.a.v. de vigerende CPB-modellen, maar er blijft censuur t.a.v. economische analyse waarop die modellen zijn gebaseerd. De stelling door Den Butter is derhalve onevenwichtig.

In dit geval was Den Butter (VU) betrokken bij mijn onheus ontslag in 1991, en in tegenstelling tot Wimar Bolhuis kan hij zich niet beroepen op gebrek aan kennis. Op een bijeenkomst van NWO-Ecozoek in 1991 meldde ik de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB.  Als voorzitter nam Den Butter de melding niet in behandeling, maar deed aan de directie van het CPB een bericht met een verkeerde voorstelling van zaken alsof ik de persoonlijke integriteit van directeur Zalm (VU) ter discussie had gesteld. Er werden drie getuigenverklaringen verzameld en Den Butter’s weergave was daarmee ontkracht.  Zie dit verslag. Toch deed Den Butter verder niets met mijn melding, en ook zag ik me daarna ontslagen, met andere onwaarheden. (Ook was mijn ontslag niet gebaseerd op gebrek aan expertise, dus ook daar is Den Butter onevenwichtig.)

Bij diens bespreking van 65 jaar CPB in TPE-digitaal maakt Den Butter geen melding van mijn protest tegen de censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het CPB. Hij geeft ook geen disclaimer t.a.v. zijn eigen rol. Zie mijn protest, dat de redactie van TPE-digitaal niet plaatste.

Post Scriptum. Pas op voor het enge denkraam van Mirjam de Rijk

Mirjam de Rijk is een van de auteurs die kritisch over het CPB schrijven. Zij betoogde in de Volkskrant 2016-01-02 dat het CPB een ongezonde invloed op Nederland heeft. Onduidelijk bleef daarbij of Nederland tegen een stootje kan, of dat het land inmiddels doodziek is.

De wetenschappelijke mores vereisen dat de argumenten van De Rijk inhoudelijk worden besproken, en dat men de bal en niet de vrouw speelt. Men kan niet zomaar stellen dat De Rijk ondeskundig is zodat het geen zin heeft om hierop in te gaan.

Toch meen ik dat er alle reden is om aan die deskundigheid te twijfelen. Op haar website meldt ze:

“Studeren duurde me te lang, ik ging na het vwo direct in een buurthuis werken en bij het Grand Theater in Groningen. En schreef voor de door onszelf opgerichte stadskrant. Zo werd ik journalist. Begonnen bij de Winschoter Courant, daarna freelancer voor Intermediair, HP/De Tijd, Trouw. Zes jaar sociaaleconomisch en politiek redacteur van de Groene Amsterdammer. In 1999 de overstap naar GroenLinks, als landelijk partijvoorzitter. In 2004 werd ik algemeen directeur van Stichting Natuur en Milieu. De afgelopen jaren, tot mei 2014, was ik wethouder in Utrecht voor financiën, economie, openbare ruimte, en milieu/duurzaamheid.”

Actievoeren en politiek bedrijven is toch wat anders dan studeren en wetenschappelijk onderzoek doen. Jezelf journalistiek ontwikkelen is mooi, maar aangehaald krantenartikel blijkt een politieke opinie en geen journalistiek verslag.

Bij De Groene in blijkbaar 1993-1999 rapporteerde De Rijk op 31 maart 1993 (pag 4-5) een artikel over het functioneren van het CPB: “Dogma’s. ‘Laat het Centraal Planbureau maar schuiven’”. In dit artikel gaat zij voorbij aan de censuur sinds 1990 en de gevolgen daarvan. Dat is zo gebleven.

Op een bijeenkomst van het “Nederlands Sociaal Forum” (NSF) in 2004 ben ik De Rijk tweemaal tegengekomen:

  • In de ochtend in een paneldiscussie, hier is verslag. Men ging daar voorbij aan het punt dat het CPB een natuurlijk monopolie heeft. Dit punt werd in 2016 ook naar voren gebracht door Nico Lemmens, in antwoord op bovenstaande opinie van De Rijk. Bij een monopolie dient men goede regelingen te hebben, die hier nu ontbreken.
  • In de middag bij een andere sessie was zij gespreksleider en mishandelde zij mijn vraag uit het publiek. Omdat zij was aangekondigd als nieuwe directeur van SNM zond ik een protest brief aan SNM.

De Rijk’s partner blijkt mij nu Wijnand Duyvendak, die ook activisme boven studeren verkoos, en die in 2008 als kamerlid aftrad omdat hij opschepte over een inbraak in het Ministerie van Economische Zaken.  GroenLinks vertoont daarvoor een opmerkelijke tolerantie, want op de verkiezingsavond dankte Jesse Klaver Duyvendak, die de campagneleider blijkt te zijn geweest.

De politieke opkomst van Klaver kan verklaard worden door de ineenstorting van de PvdA, met ook minder gewonnen zetels dan eerst gedacht. Klaver zelf deed een HBO-opleiding voor sociaal werk, en probeerde een schakelprogramma voor een opleiding politicologie maar stopte daarmee.

GroenLinks kwam tot stand in 1990 in een wonderlijke fusie van getuigenispartijen PPR, PSP, EVP met gestaalde kaders van de CPN die na de ineenstorting van het communisme een nieuwe schutkleur van het milieu vonden. Ik heb nooit begrepen hoe dit kon, en wellicht kunnen de journalisten van Follow The Money (FTM) hier onderzoek naar doen, zeker nu Wijnand Duyvendak blijkbaar nog steeds zo prominent is. Bij de formatie heeft GroenLinks nu afgehaakt. Men moet er niet aan denken dat zulke activisten ook nog minister of staatssecretaris hadden kunnen worden.

PM. Bovengenoemd NSF initiatief blijkt vooral van SP-aanhangers te komen, via het principe van “boeien, binden, benutten“. Zie ook zulk initiatief t.a.v. zo’n DSE-platform. Ontluisterend is te zien hoe zoiets kan doorwerken in het economisch onderwijs, zie mijn protest tegen de “pluriforme economie” van Irene van Staveren en Rob van Tulder.

Politiek staat open voor iedereen, ook voor een Nederlandse Donald Trump. Dit pleit er des te meer voor dat het CPB bestuurlijk niet ondergeschikt blijft aan de minister van Economische Zaken, die blijkbaar verzaakt om de wetenschap tegen censuur te beschermen, en die ambtenaren als Gerrit Zalm en Laura van Geest tot directeur benoemt. Laat Nederland de stap zetten naar een grondwettelijk Economisch Hof, zoals boven uitgelegd. De eerste stap is een parlementaire enquete naar het CPB, die de beschikbare informatie toegankelijk maakt.

Addendum 2017-05-27

Ik zag nog deze journalistieke bespreking door Marcel ten Broeke in RD 2016-10-03. Wie goed leest kan zien dat de kritiek vaak niet zozeer het CPB geldt maar vooral hoe anderen op bevindingen van het CPB reageren. De journalist verwijst naar filosoof-geograaf Ewald Engelen, wiskundige / wiskundig econoom Eduard Bomhoff, en econometristen Paul de Beer en David Hollanders. Eerder heb ik kritiek t.a.v. standpunten van dezen geformuleerd welke zij negeerden. Op deze manier is er geen vooruitgang.

Genoemd wordt kritiek door econometrist David Hollanders die bij het wetenschappelijk bureau van de SP werkte. Echter, Hollanders heeft nooit gecorrigeerd t.a.v. zijn verkeerde voorstelling van zaken in De Groene, zie hier.

Er is kritiek door econometrist Paul de Beer, maar, toen ik nog bij het CPB werkte en nog lid van de PvdA was, blokkeerde Paul de Beer mijn suggestie dat ik mijn analyse over werkloosheid bij de Wiardi Beckman Stichting presenteerde. De WBS / PvdA toont geen interesse in een nieuwe analyse over werkloosheid ? Natuurlijk ben ik geen lid van de PvdA meer. Later bleek mij dat De Beer een voorstander is van een basisinkomen. Daar blijkt sektarisch denken heel sterk.

Er wordt verwezen naar een nummer van Beleid en Maatschappij. Daar zien we ook bijdragen van Ewald Engelen  en Alfred Kleinknecht – maar achter een betaalmuur waarbij het niet uitnodigend is daarvoor te gaan betalen.

Marcel ten Broeke sluit af met de suggestie dat er meer onderzoeksinstituten naast het CPB zouden moeten komen. Blijkbaar snapt ook hij nog niet dat er een natuurlijk monopolie is. Zulke dienen gereguleerd te worden. In mijn analyse leidt dit tot de conclusie van de noodzaak van een Economisch Hof, met als taak: toe te zien op de kwaliteit van de gebruikte informatie.

Geplaatst in Monitoren van vooruitgang | Tags: , , , , , , , , ,

De kennismaatschappij: democratie, Brexit, Kennislink en witteboordencriminaliteit

We leven sinds circa 1950 in een kennismaatschappij, waarin een weersvoorspelling wellicht waardevoller is dan de aardappelen die ermee gemoeid zijn. Wetten en rechtspraak hobbelen achter de ontwikkeling van de kennismaatschappij aan. Voor een aardappeldief zijn er meer wetten en rechters dan voor de kennisdief, bijv. de weerman die willens en wetens wat ruimere marges neemt dan aangekondigd, en die zo een slechte dienst levert en misbruik van vertrouwen maakt. Je kunt je voor slecht weer verzekeren maar mij is onbekend of je je ook tegen zulke desinformatie kunt verzekeren.

Wanneer wordt wangedrag t.a.v. kennis tot witteboordencriminaliteit ? Ook wikipedia heeft het er maar moeilijk mee. Het noemt belastingfraude, bedrog, valsheid in geschrifte, corruptie, maar dan zijn we nog steeds in de wereld van de aanschouwelijkheid van de aardappeldiefstal. Het echte probleem ontstaat wanneer er abstractie in het spel is.

In zulke gevallen lijkt men ook snel op het terrein van de vrijheid van meningsuiting te komen. Een weerman of -vrouw moet kunnen zeggen wat hij of zij van het weer vindt, en kan altijd volhouden dat een weersvoorspelling door de eigen expertise gedragen wordt. Bij het leveren van een wanprestatie is echter de vrijheid niet in het geding, maar de wanprestatie.

Een indicator is de consistentie van de uitspraken over de tijd. President Trump lijkt alles te mogen zeggen, maar het probleem ontstaat wanneer die uitspraken met elkaar in conflict komen. Trump is politicus en heeft meer vrijheid. Een kenniswerker in de kennismaatschappij zou niet zoveel vrijheid als Trump moeten hebben. Wie claimt zo’n kenniswerker te zijn, moet zich ook aan de principes van kennisverwerking houden, zie A.D. de Groot en H. Visser over het forumwaarmerk van wetenschap. De Groot beschouwt zijn standaardwerk over methodologie als ideaaltypisch, en ziet voor de praktijk van wetenschap en kennis juist de noodzaak van een goed werkend forum.

Dit is geen juridisch weblog maar een protest tegen censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het Centraal Planbureau. Vanuit dat oogpunt is er nu alle aanleiding om naar het volgende te kijken.

Kenneth Arrow’s (1921-2017) onmogelijkheidsstelling uit 1951

Kenneth Arrow (1921-2017) kwam dit jaar te overlijden, en dat was voor velen aanleiding om bij diens werk stil te staan.

Daniël Schut heeft politicologie gestudeerd, en geeft heel fraai de standaardvisie t.a.v. het werk van Arrow weer: “Hoe Kenneth Arrow onze democratie heeft gesloopt…met wiskunde“. Schut formuleert kort en bondig:

“democratie werkt per definitie niet”

Schut geeft ook een iets langere toelichting:

“Het voert te ver om het precieze wiskundige bewijs hier te herhalen. De conclusie van Arrow herhalen we hier echter wel, want dit was zijn schokkende ontdekking: met een handjevol van deze schoonheidscriteria in de hand, kom je er al snel achter dat geen enkel kiessysteem voldoet aan al deze schoonheidscriteria tegelijkertijd. Kan niet. Lukt gewoon niet. Net zo onmogelijk als dat iets tegelijkertijd rond en vierkant is: een logische onmogelijkheid.”

“En die logische onmogelijkheid is precies zo schokkend, omdat het de idealen van de Verlichting, die ‘wij in het Westen’ al een paar eeuwen proberen te implementeren, rechtstreeks in het hart treft. Democratie is onmogelijk, niet omdat de kiezers een falende psychologie hebben. Een falende psychologie valt te corrigeren – althans, zo denken de socialisten en sociaal-democraten. Nee, als je Arrow goed doorredeneert, dan zie je dat het betekent dat democratie fundamenteel onmogelijk is: er is geen enkele kieswijze die elke mogelijke stemverhouding altijd op een juiste wijze doorrekent naar de uiteindelijke uitslag.”

Schut is consequent. Hij deed mee aan de debatwedstrijden in Oxford waarin men elkaar met (schijn-) argumenten moet aftroefen. In Nederland willen we polderen en passen & meten, maar in Engeland is het zaak de tegenstander in verwarring te brengen en het publiek op te jutten. Het is deze Angelsaksische debatcultuur die Rick van der Ploeg bij de Nederlandse economen zoals Coen Teulings heeft bevorderd, en waar het land schade van ondervindt. Want Arrow zat ernaast, en de overlegcultuur conform Jan Tinbergen (1903-1994) is veel beter.

Arrow’s wiskunde klopt maar zijn interpretatie niet

Ik leg hier uit dat Arrow’s wiskunde klopt maar zijn interpretatie niet. Schut’s standaardvisie rammelt aan alle kanten:

  • Een analoge redenering is: Om goed te rijden heeft de ideale fiets ronde banden. Om stil te staan heeft de ideale fiets vierkante banden. Banden die tegelijk rond en vierkant zijn, bestaan niet. Dus is er geen ideale fiets. De wiskunde klopt, maar de interpretatie van “ideaal” deugt niet.
  • Er is verschil tussen fysieke onhaalbaarheid en logische onmogelijkheid. Wanneer iets fysiek onhaalbaar is, dan kun je dit nog wel ideaal noemen. Bijvoorbeeld wanneer iemand morgen nog geen EUR 100.000 heeft dan kan dit nog wel als een ideaal gezien worden waarnaar hij of zij streeft. Wanneer iets logisch onmogelijk is, dan kun je dit niet ideaal noemen, want je kunt je niet eens voorstellen wat het zou zijn.
  • De condities van Arrow lijken ieder op zich redelijk en wenselijk, maar gezamenlijk zijn ze tegenstrijdig, dus ze zijn niet redelijk en wenselijk.
  • De wiskunde van Arrow is correct, en er is een tegenstrijdigheid en onmogelijkheid. De interpretatie van Arrow is onjuist. Wat redelijk lijkt blijkt dit niet te zijn.
  • Zie het opstel: Pas op met wiskunde over verkiezingen.
  • Zie de “meta-mathematische” formele afleiding in hoofdstuk 9.2 op pagina 239 van mijn boek Voting Theory for Democracy (online). Ik heb Arrow’s interpretatie ook weer in wiskunde gegoten en laat dan zien dat diens interpretatie onhoudbaar is.

De kosten van dit misverstand zijn hoog

De kosten van dit misverstand met zijn aanval op het democratisch denken zijn hoog. Twijfel over de representatieve democratie leidt bijvoorbeeld tot de roep om referenda: maar dit leidt van de drup in de regen. Bij het referendum over de Brexit blijkt de vraag die aan de Britse bevolking werd voorgelegd wetenschappelijk ondeugdelijk – zie hier en hier.

In Nederland is de politieke partij D66 vanaf de oprichting een stoorzender in de Nederlandse politiek, met zijn kroonjuwelen van referenda, districten en direct gekozen functionarissen, welke kroonjuwelen zogenaamd democratischer zijn maar dus niet. Het betreft hier vooral juristen die weinig van wiskunde weten. Maar zulke dwalingen krijgen alle kans wanneer politicologen als Schut de wiskundige resultaten verkeerd interpreteren en uitleggen. Zie mijn recente brief aan het bestuur van D66 om nu eens de kop uit het zand te halen en eerlijk te erkennen dat die kroonjuwelen juist niet democratischer zijn.

Op rechts is er Thierry Baudet. Met de vele denkfouten die Baudet maakt kun je hem beter als dwaallicht dan als politiek vernieuwer beschouwen.

Hoe kan dit misverstand al zolang blijft voortduren ?

Het is opmerkelijk dat Arrow’s misverstand niet meteen in 1951 is gedeconstrueerd.

Er zijn verzachtende omstandigheden. Aanvankelijk werd zijn wiskunde complexer gepresenteerd dan nodig, wat het aantal personen beperkte dat het argument kon controleren. Wellicht waren velen sowieso teleurgesteld in de werking van de democratie, bijv. Amerikaanse professoren versus demonstrerende studenten over Vietnam. Ook blijft gelden dat er problemen bij stemprocedures bestaan. Mensen kunnen eisen stellen die onderling tegenstrijdig zijn, zodat er paradoxale uitkomsten kunnen ontstaan. Na de Nobelprijs voor Arrow in 1972 was er natuurlijk ook het aureool van een autoriteit. Arrow kreeg die prijs niet alleen voor dit theorema, overigens.

Een constante factor bij dit alles is ook de arrogantie van abstract denkende wiskundigen, die geen studie van de werkelijkheid maken maar die daar toch uitspraken over doen. Democratie is een empirisch en geen wiskundig concept maar wiskundigen negeren dat gewoon. Zoals ze ook bij de kredietcrisis bij banken producten hadden verzonnen die onvoldoende rekening hielden met empirische risico’s, of zoals ze bij het onderwijs in wiskunde uitspraken doen zonder daarover empirisch onderzoek te doen.

Er is natuurlijk ook botte censuur van wetenschap. In 1990 presenteerde ik op het Centraal Planbureau (CPB) mijn deconstructie van Arrow’s analyse (interne notitie 90-III-37, maar begin nu bij mijn boek VTFD), en al mijn werk werd door censuur van wetenschap getroffen en ikzelf werd  met onwaarheden ontslagen. De directie wilde geen onderzoek aan de sociale welzijnsfunctie van Nederland en verwees daarbij naar het theorema van Arrow alsof zoiets toch onmogelijk zou zijn. Voor het CPB zou het gebruik van het bruto binnenlands product (BBP) volstaan. Sinds kort wil de Tweede Kamer discussie over het brede welvaartsbegrip, maar deze discussie vindt dus plaats tegen de achtergrond van censuur van wetenschap. Het parlement spant het paard achter de wagen met een zak over het hoofd.

Misleiding op Kennislink

Met Pasen schreef ik:

“We hebben nog wel de journalistiek die van sensatie leeft, het laatste monster dat getemd moet worden.”

Bij wiskunde denk je niet snel aan sensatie en riooljournalistiek. Toch kruipt de behoefte aan sensatie ook waar je het verwacht, en wiskundigen hebben hun eigen variant gevonden. De wiskundige presenteert namelijk een “paradox”, die de aandacht moet trekken, waarna de wiskundige de lezer meeneemt in een uitleg die toont hoe die paradox via wiskunde een mooie oplossing krijgt (en wat meteen ook toont hoe verstandig de wiskundige zelf is).

We zien dit bijvoorbeeld op Kennislink, met deze stellingen die onwaar zijn maar wel lekker sensationeel klinken.

  • Wiskundige Vincent van der Noort: “In 1951 bewees ene Kenneth Arrow dat geen enkel kiessysteem helemaal eerlijk is. (Of meer precies: dat geen enkel kiessysteem tegelijk alle eigenschappen kan hebben die je van een eerlijk kiessysteem zou verwachten.)” (Hoezo, wat is “eerlijk” ? Als “eerlijk” logisch onmogelijk is, weet niemand wat je je daarbij moet voorstellen.)
  • Natuurkundige Arnout Jaspers: “Geen enkel stemsysteem voldoet onvoorwaardelijk aan alle redelijke eisen die je er aan mag stellen.” (Hoezo, wat is “redelijk” ? Als “redelijkheid” logisch onmogelijk is, weet niemand wat je je daarbij moet voorstellen.) (Oefening voor de lezer: toon de denkfout bij Eric Maskin die Jaspers niet ziet.)

Zulke teksten zijn dus het equivalent van riooljournalistiek in de wetenschapsjournalistiek. Het is ook witteboordencriminaliteit – vergeef me deze lekenterm – want ik heb de redactie van “Kennislink” voor deze denkfouten gewaarschuwd, en men laat deze teksten gewoon staan. Je zou zeggen dat de analyse zich hier toch gemakkelijk laat controleren, maar de redactie van Kennislink weigert om naar de formules te kijken of te laten kijken. Ik diende dit probleem ook in bij de Nationale Wetenschapsagenda. Het is volstrekt zinloos om dit aan de Raad voor de Journalistiek voor te leggen, want ook daar bestaat geen begrip voor wetenschap. Een wetenschapper die in Nederland door censuur wordt getroffen is wezenlijk vogelvrij – ook bij de KNAW, zie ook hier.

Kennislink hoofdredacteur (scheikundige) Sanne Deurloo schrijft hypocriet:

“We passen bij NEMO Kennislink echter vaker artikelen aan. Omdat artikelen er scherper of duidelijker van worden, omdat een mederedacteur of een lezer een zinnige aanpassing of aanvulling voorstelt of omdat er nieuwe wetenschappelijke inzichten of ontwikkelingen zijn.” (Sanne Deurloo, 2017)

Dit betreft aanpassingen uit zinnigheid. Mag ik het ook omdraaien ? Leidt zinnige kritiek ook tot de noodzaak tot aanpassing ? Zoals het er nu staat lijkt Deurloo te impliceren dat mijn kritiek hierboven op twee misproducten op Kennislink niet zinnig zou zijn, of niet de stand van wetenschap sinds 1990 zou weergeven. Ja, ze kan zich verschuilen achter de censuur van wetenschap door de directie van het CPB. Maar je zou van wetenschapsjournalisten juist kritiek op die censuur verwachten. Zie hier. Deurloo zit ook nog in het bestuur van de vereniging van wetenschapsjournalisten. Met haar hand op de knip van de journalistieke opdrachten van Kennislink aan freelancers heeft ze wellicht een belangrijke positie in dit kleine wereldje van benauwd denken. Brrr.

Zou het kunnen dat iedereen zo vreselijk onder de indruk is van de autoriteit van Nobelprijswinnaars dat het gewoon niet gezegd mag worden dat dezen een cruciale denkfout maken ? Een verheerlijking van het autoriteitsdenken en het vernietigen van bescheiden wetenschappelijke kritiek ? Het voordeel van een autoriteit is natuurlijk dat je niet meer zelf hoeft te denken.

Vincent van der Noort, Sanne Deurloo, Arnout Jaspers

Een boycot als ultimum remedium

Ik adviseer sinds 2004 tot een boycot van Nederland totdat de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB is opgelost. Ik heb daar twijfel over gehad, want zo’n boycot raakt misschien ook onschuldigen. Het advies is echter een ultimum remedium nadat andere pogingen zoals publiceren en met mensen gaan praten in 1990-2004 tot niets leidden.

Mijn paasblog 2017 met ook de verzuchting over de sensatiejournalistiek werd meteen opgepakt door Rosanne Hertzberger c.s. t.a.v. GeenStijl. Het hoofdredactioneel van NRC Handelsblad ondersteunt dit:

“Het aanspreken van adverteerders op de omgeving waarin zij hun boodschap ventileren begint resultaat op te leveren. Heel goed. De beschaving kan wel wat marktwerking gebruiken.” (NRC 5 mei 2017)

Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm meent in de NRC van 11 mei 2017 dat een oproep door de NRC aan adverteerders, om nog eens na te denken of men op een site wil staan waar zulke verbale mishandeling plaatsvindt, te ver gaat.

“Een boycot van adverteerders treft niet alleen de seksistische stukken op GeenStijl, het treft het hele blog.”

Het is waar dat een boycot een bot instrument is. Maar er zijn omstandigheden waarin het verdedigbaar is. Alberdingk Thijm gaat er ook aan voorbij dat GeenStijl het verdienmodel heeft van het genereren van veel klikken: clickbait. Dit is niet langer journalistiek of vrijheid van meningsuiting, maar een verdienmodel. Me dunkt dat daar toch andere normen voor gehanteerd kunnen worden.

Van mijn advies tot een boycot van Nederland zijn de media uitgezonderd, omdat het toch gaat om de vrijheid van uitwisseling van informatie. Maar daar reken ik GeenStijl niet toe. Een verwachting is wel: Wanneer GeenStijl wordt opgeheven, dan zwerven zijn medewerkers uit naar andere media, en begint daar het gedoe weer, wellicht iets subtieler. Het is als een waterbed, waar je wel op de ene plek kunt drukken, maar elders komt het weer omhoog.

Dus, NRC en Rosanne, bedenk ook dat de beschaving ook gediend is met bescherming van de wetenschap, ook bij censuur door de directie van het CPB.

Geplaatst in Anatomie van Nederland, Rol van de wiskunde | Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

Brief aan het bestuur van D66: Verzoek tot erkenning dat de “kroonjuwelen” juist minder democratisch zijn

Aan het bestuur van D66
Letty Demmers (vz), Henk Beerten, Michiel van der Eng, Annelou van Egmond,
Tjeerd Dierckxsens, Joan Nunnely, Michiel Verkoulen, Lia de Ridder

28 april 2017
Betreft: Verzoek tot erkenning dat de “kroonjuwelen” juist minder democratisch zijn

Geachte bestuur,

Deze week plaatste de Newsletter van de Royal Economic Society (RES) van het Verenigd Koninkrijk een artikel van me: “Voting theory and the Brexit referendum question“.

De formatie-onderhandelingen in Nederland, de Britse verkiezingen op 8 juni en de ervaringen met referenda en verkiezingen van presidenten in USA, Frankrijk en Turkije brengen mij ertoe aan D66 en zijn kroonjuwelen te denken: (1) districtenstelsel (Trump, UK), (2) referenda (Brexit, Ukraine), (3) directe verkiezingen (Trump, Macron / Le Pen / Fillon / Melenchon / Hamon).

We kunnen kort nagaan:

  • Referenda zijn meestal dom en gevaarlijk.  (voetnoten 1, 2, 3)
  • Trump werd gekozen (62.9 miljoen stemmen) doordat het stelsel van kiesmannen per staat werkt als een districtenstelsel. Bij een proportioneel stelsel was Clinton (65,8 miljoen stemmen) gekozen. Trump heeft 46% van de totaal uitgebrachte stemmen (136,7 miljoen), terwijl een Nederlandse premier gangbaar steunt op een meerderheid in de Kamer. (Met een opkomst van 60% heeft Trump maar 27% van de stemgerechtigde bevolking.)
  • Directe verkiezingen zijn minder democratisch. Beter is het dat de functionaris wordt gekozen door een vertegenwoordigend lichaam. De overstap in Turkije naar een presidentieel stelsel is ook daarom problematisch. Wanneer burgers op hun partij van keuze stemmen, dan kunnen de professionals in het parlement gebruik maken van meer geavanceerde stemmethoden.

Alexander Pechtold zegt over de kroonjuwelen van D66: “We hebben ze wel maar ze liggen niet in de etalage.” Dit lijkt geruststellend bedoeld maar is het niet. Hij kan immers bedoelen dat ze in de brandkast liggen, dat ze behoren tot het DNA van D66, en dat ze ieder moment kunnen opduiken om de politieke discussie te ontregelen. Pechtold zegt ook: “Maar zolang niemand mij een beter alternatief geeft, zal ik het [raadgevend referendum] hartstochtelijk blijven propageren.”   Maar Pechtold weigert tegelijkertijd naar alternatieven te kijken.

Mijn verzoek aan D66 is om deze kwestie met open geest te onderzoeken zodat u kunt concluderen dat de kroonjuwelen juist minder democratisch zijn. Dat waren ze al bij de oprichting van D66. Hans van Mierlo deed geen wetenschappelijk onderzoek naar democratie, maar liet zich inspireren door het Amerika van JFK. Mijn suggestie is dan ook dat D66 zich opheft zodat er ruimte komt voor een sociaal liberale partij die geheel onbelast is met deze geschiedenis van 50 jaar volksverlakkerij en gebrek aan respect voor wetenschap en democratie.   Ik plaats deze brief ook op mijn weblog, geanonimiseerd voorzover nodig.

Met vriendelijke groet,

Thomas Cool / Thomas Colignatus
Econometrist en leraar wiskunde
(…) Scheveningen

Geplaatst in Democratie | Tags: , , , , , ,

De wenselijkheid van een statistiek van het belastingvacuüm

Het verschil tussen bruto loonkosten voor de werkgever en de netto inkomsten voor de werknemer wordt gangbaar de “wig” genoemd. We kunnen een grafiek maken met de bruto loonkosten op de horizontale as en de wig van belastingen en premies op de verticale as. De bruto loonkosten zijn weer terug te vinden op de lijn y = x, oftewel de 45-graden lijn, en de wig komt dan duidelijk naar voren als het verschil tussen bruto en netto. We kijken dan in verticale richting.

Van verticaal naar horizontaal

Draai de kijkrichting nu van verticaal naar horizontaal. Het verschil tussen bruto en netto is ook horizontaal terug te vinden. Dit is met name relevant voor het minimumloon.

Bekijk het loontraject tussen netto minimumloon voor de werknemer en de bruto loonkosten voor de werkgever. In dat loontraject worden belastingen en premies geheven (de wig) maar deze heffingen kunnen niet worden geïnd, omdat betrokkenen door de wet op het minimumloon daar toch niet mogen werken. De passende naam is dan niet de “wig” maar het “belastingvacuüm”. Het belastingvacuüm is derhalve de wig op het minimumloonniveau.

Hier gaat het om productiviteitsniveaus en capaciteiten om inkomen te verwerven, welke door het minimumloon gefrustreerd worden.

Het kost niets om deze belemmering af te schaffen

De heffingen in het belastingvacuüm – de wig bij het minimumloon – kunnen kostenloos worden afgeschaft, omdat deze toch niet binnenkomen, omdat men werkloos is.  In dat geval kan men voor bruto = netto gaan werken. Dit klinkt als het afschaffen van het minimumloon, maar is subtiel dus anders. Menigeen zal voorstander zijn van een fatsoenlijk minimumloon. Dit kan ook gehandhaafd blijven. Netto verandert er immers niets. Behalve dat werkgevers nu veel meer banen kunnen aanbieden.

Een cruciale verklaring voor werkloosheid en armoede

Het belastingvacuüm is een cruciale factor voor de verklaring van werkloosheid en armoede. Zie Hans Hulst en Auke Hulst m.m.v. ondergetekende: “Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt” (W&A), Thesis Publishers 1998 (pdf online). W&A bevat de relevante geschiedschrijving hoe het belastingvacuüm is kunnen ontstaan, en hoe de ministeries van Financiën en SZW langs elkaar heenpraten, en ook hoe economen van werkgevers en vakbonden hiervan geen sjoege hebben. W&A is nog in guldens, en hier is een kortere tekst uit 2010 in euro’s. Sinds 2010 is ook weer mijn website verplaatst van dataweb.nl naar thomascool.eu. Een actuelere versie in euro’s staat in het boek “Democratie & Staathuishoudkunde” (2012).

Het belastingvacuüm (tax void) bestaat denkelijk in alle OECD landen met een minimumloon. Zie hier voor enkele gegevens omtrent de USA en UK. Zie hier een working paper.

Productiviteitscurve

Voor de schatting van het effect van het belastingvacuüm op werkloosheid en armoede is ook een schatting van de productiviteitscurve in dat traject nodig. Mensen zijn daar werkloos, dus hoe kun je nu schatten wat hun productiviteit zou zijn ? Zie DRGTPE voor de schatting voor Nederland in bovenstaand plaatje. Ik heb ooit ook een schatting gemaakt voor de Nederlandse Antillen (pdf online).

BTW

Het belastingvacuüm is eigenlijk groter door de invloed van de BTW. De overheid voert een beleid waarin heffingen verschoven worden van de inkomens naar de omzet. Dit heeft te maken met de prikkel tot werken. De economische analyse achter dit beleid blijkt niet correct, want het gaat uit van statische belastingtarieven en niet van het dynamische marginale belastingtarief. In de correcte analyse kan de BTW terug naar 1%, als instrument voor conjunctuurbeheersing. Dat betekent dat de loonkosten op het minimumloon ook weer met 20% van het netto omlaag zouden kunnen.

Microtax en de wenselijkheid van een statistiek

In het verleden maakte ik gebruik van het CPB-programma Microtax om de actuele omvang van het belastingvacuüm te bepalen. Dit programma blijkt echter te zijn gesneuveld in een bezuinigingsronde.

Het CBS heeft een kader voor sociaal-economische statistieken. Het lijkt me dat het belastingvacuüm een belangrijk gegeven is voor de duiding van de sociaal-economische werkelijkheid. Wanneer het CBS een tijdreeks zou maken van het verloop van het belastingvacuüm sinds de invoering van het wettelijk minimumloon, en dit ieder jaar zou actualiseren, dan zou op den duur bij beleidsmakers het kwartje kunnen vallen dat hier iets ernstigs mis is bij de coördinatie van de wetgeving t.a.v. belastingen, premies en minimumloon. Hopelijk ontstaat er zodanig veel beleidsaandacht dat het CBS in de toekomst alleen nullen zou hoeven publiceren, en kan die statistiek dan worden opgeheven. Voor de verklaring van werkloosheid en armoede in het verleden blijft het dan echter een relevante statistiek.

Brief aan de Tweede Kamer

Hier is mijn brief aan economen in de Tweede Kamer met de suggestie hier aandacht aan te besteden.

Versplintering over economische specialisaties

Het blijkt erg moeilijk om bij economen aandacht te krijgen voor het concept van het belastingvacuüm. Men moet wat weten van zowel arbeidsmarkt als belastingen als macro-economische beleidskaders, terwijl de tendens bij wetenschappers juist is om zich te specialiseren, en zich te richten op de internationale bladen en niet op wat er in de Nederlandse beleidskeuken gebeurt.

Bij aanbieding van dit artikel aan het Tijdschrift voor Openbare Financiën (TvOF) reageerde Flip de Kam dat het geen nieuws bevatte t.a.v. wat ik hiervoor reeds had geschreven. Hij maakt dan echter geen onderscheid tussen working papers en publicaties in een (peer-reviewed) tijdschrijft als TvOF. Het lijkt me dat Flip de Kam nodeloos bescheiden is t.a.v. de betekenis van TvOF. Het is een irrationele reactie waardoor relevante kritiek niet de aandacht krijgt die deze toch wel lijkt te verdienen. Wie kan me uitleggen dat deze behandeling deugt ?

Wanneer het tot een parlementair onderzoek komt, dan is het relevant ook naar deze aspecten te kijken: (1) hoe aanhangers van het basisinkomen de fundamentele kritiek daarop doodzwijgen, terwijl het logisch zou zijn om eerst werkloosheid en armoede aan te pakken met gratis afschaffen van het belastingvacuüm, (2) welke misstanden er waren bij de invoering van het Belastingplan voor de 21e Eeuw: de link met het basisinkomen, en de leugen van Zalm en Vermeend, de wonderlijke kritiek van Vermeend en De Kam op elkaar, en (3) het doodzwijgen van kritiek door commentator Frank Kalshoven.

Het belang van het integratiekader

Het belastingvacuüm is een voorbeeld van een falend integratiekader. De overheid heeft een stelsel van overleg tussen ministeries met een jaarlijkse begroting om tot afstemming van de verschillende beleidsonderdelen te komen. Waar gehakt wordt vallen ook spaanders. Kwesties kunnen tussen wal en schip vallen. De kranten staan vol met berichten over wat er allemaal misgaat. Het is onmogelijk om alles voor iedereen perfect te regelen. De beste regeling is denkelijk een open democratie zodat de ergste misstanden toch nog aandacht kunnen krijgen.

Er blijken echter majeure kwesties te zijn waaruit een systematisch falen blijkt. Het belastingvacuüm valt daaronder, zie de gevolgen voor werkloosheid en armoede. Je kunt ook denken aan de economische factoren achter de invoering van de euro of de  klimaatverandering. Iedere kwestie vergt weer zijn eigen documentatie. Er zijn voldoende aanwijzingen die het advies tot een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid sinds 1970 en de rol van de voorbereiding van het economisch beleid en met name de rol van het Centraal Planbureau (als coördinator) te rechtvaardigen. Dit was al in 1990 duidelijk, en er zijn nu 25 jaar verstreken terwijl de relevante inzichten met censuur van de wetenschap zijn tegengehouden. Boycot dit land tot de censuur van de wetenschap is opgeheven ! Zie de petitie.

Geplaatst in Kernargument | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

Pasen 2017: De metafoor van het mensenoffer

Met de gouden regel is niets mis:

“Wat je niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook de ander niet.”.

Wanneer ik een computerprogramma schrijf dan houd ik ook in gedachten: Programmeer niet voor anderen wat je niet voor jezelf geprogrammeerd wil zien. Hopelijk willen Microsoft en Google daar ook rekening mee houden. Ook voor journalisten is het mooi: Schrijf niet voor anderen wat je niet voor jezelf geschreven wil zien.

Er is wel wat mis met de dood van Jezus als metafoor voor het mensenoffer. Door het eten van de appel van de paradijslijke boom van kennis zou de mensheid met een erfzonde zijn belast, en god stuurde zijn zoon om ons via diens sterven te redden. Dat Jezus verrees toont ons slechts dat hij werkelijk de zoon van god is. Het gaat om redding en zoenoffer. Het lam gods, geofferd voor onze vergiffenis. De zondebok, die met onze zonden wordt beladen en dan de wildernis wordt ingestuurd of maar direct wordt geslacht. In het Grieks is het “farmakos” en we hebben er de farmacie aan overgehouden. Jezus is sinterklaas voor grote mensen.

Het mensenoffer raakt diep aan het overlevingsinstinkt. Weinig is zo sensationeel en kan de aandacht zo focussen als smaad en laster en geweld en het publiek terechtstellen van iemand die klaarblijkelijk niet wil deugen. De stokslagen en onthoofdingen in Saudi Arabië en ISIS zweren erbij. De echte terroristen zijn ook degenen die anderen aanpraten dat ze een bom in hun rugzak kunnen doen. Het christelijk geloof biedt in dat opzicht enige vooruitgang, maar blijft een halfweg-station tussen enerzijds het daadwerkelijk brengen van mensenoffers aan Baal en anderzijds het toch nog wel aan de metafoor vasthouden.

De echte vooruitgang kwam met de Verlichting, met de scheiding van kerk en staat, en het gaan waarborgen van de rechten van de mens. Met eten in de maag, minstens eenmaal in de week douchen en goed onderwijs lijkt een samenleving mogelijk waarin de metafoor van het mensenoffer niet meer nodig is. We hebben nog wel de journalistiek die van sensatie leeft, het laatste monster dat getemd moet worden.

Er is een wonderlijke dynamiek bij instituties. Neem instituties als de kerken of D66. Mensen die de onwaarheden doorprikken – “Jezus stierf voor onze zonden” of “Meer democratie met de kroonjuwelen van districtenstelsel, referenda en direct gekozen premier en burgemeesters” – verlaten de institutie en zijn blij er niets meer mee te maken te hebben. Dan houd je nog wel een kleine kern aan diepgelovigen over, die hun nieuwe aanhang extra gaan indoctrineren, en die zodoende niet meer voor rede vatbaar kunnen blijken. Soms kunnen zulke kernen de wind in de zeilen krijgen van mensen die op zoek zijn naar zekerheid. In 2006 was D66 in de Tweede Kamer teruggebracht tot 3 zetels. Eindelijk gloorde licht aan de horizon dat de partij zichzelf zou opheffen. Maar nee, het zendingslicht ontwaakte in Alexander Pechtold, en niets streelde zijn ijdelheid meer dan doen alsof hij redelijk was – en anderen dan blijkbaar iets minder. Toevallig was daar ook Wilders die zondebokken nodig had, en samen boksten ze elkaar weer omhoog in de kiezersgunst. Goede journalistiek had getoond dat het veel geschrei en weinig wol was, zodat beiden van ’s lands toneel hadden kunnen verdwijnen. Goede journalistiek, kom daar maar eens om. Ook journalisten moeten een inkomen verdienen, en prik deze drogreden maar eens door: “Ik doe slechts verslag van wat men in Den Haag tegen elkaar zegt.”

De mens is een sociaal dier en er is een begrijpelijke wens van gemeenschappen om regelmatig aan elkaar te tonen dat men een gemeenschap vormt. Bij sommigen valt het weekblad op de mat. Voetbalverenigingen hebben hun wedstrijden. Klaarblijkelijk vonden kerken vroeger de vorm van de zondagsmis. Menigeen lijkt nu te denken dat het wegvallen van kerkelijke bijeenkomsten zorgelijk is, en dat gezocht moet worden naar nieuwe vormen van zingeving en gemeenschapsdenken. Gelukkig wordt dan niet gedacht aan het opnieuw aanwakkeren van de metafoor van het mensenoffer, maar wat het dan wel is is gelukkig vaak ook onduidelijk, juist ook als het “ietsisme” wordt genoemd. Het wegvallen van de kerken lijkt me geen reden tot zorg. De mens is een sociaal dier en van nature is er voldoende gemeenschapszin aanwezig. Kernpunt blijft wel dat gezorgd moet worden voor een stevige democratie met checks and balances en een pluriforme pers, in alle gemeenschappen die zich vormen.

Achtergrond bij dit alles is mijn voorstel tot een interdisciplinair project voor het onderwijs, met de titel “De eenvoudige wiskunde van Jezus“. Dit combineert vakken als geschiedenis, maatschappijleer, wiskunde, natuurkunde (astronomie), en filosofie en levensbeschouwing. De Bijbel blijkt een astrologisch boek, met dus de wetenschap van het jaar nul, waarbij ontdekkingen op het terrein van tijdrekening, kalender en universum worden weergegeven in mythische verhalen. Bijvoorbeeld was er in Egypte al de parallel van de drie-eenheid van vader, zoon en heilige geest in de oorspronkelijke tijdrekening van ochtend, middag en avond, namelijk met Horus (valk, zonsopkomst), Ra (zon, middag) en Aten (slang of wandelstok van een oude man, zonsondergang). Wanneer Mozes een stok op de grond gooit die in een slang verandert dan is er die allegorische betekenis. Wiskunde is hier belangrijk omdat het betrekking heeft op het menselijk vermogen tot abstractie en het herkennen en leggen van patronen. Het vergt discipline om zorgvuldig met abstracties om te gaan. Bij getal en ruimte is er een strenge discipline ontstaan. Bij abstracties over levensovertuiging en geloof is er echter nog een sterke verleiding om in de (sterke) mythische verhalen te geloven. Het interdiscipliair project geeft de leerlingen de relevante informatie over het ontstaan van onze beschaving en helpt ze te ontdekken wat kritisch denken zou zijn.

Bijvoorbeeld zijn er nu veel mensen die door alle ophef over de Islam ertoe komen om zich nader in dat geloof te gaan verdiepen. Zij hopen dat het bestuderen van teksten over de Islam zal leiden tot meer begrip omtrent de aanhangers van dat geloof. Dit is een wonderlijk misverstand. Wie de teksten van de Islam gaat bestuderen kan alleen tot de ontdekking komen dat het een godsdienst is, zoals ook het Christendom een godsdienst is (met diverse stromingen). Zulke studie is dus tijdverspilling. Het is zoals denken dat je iets over democratie leert door het bestuderen van teksten van D66 over de kroonjuwelen van districtenstelsel, referenda en directe verkiezingen. Kritisch denken daarentegen betekent dat je doorhebt dat wanneer je democratie wilt bestuderen je dit ook daadwerkelijk moet doen, namelijk via de wetenschap. (Niet zomaar vaag “wetenschap” maar hier helder omschreven door A.D. de Groot m.m.v. H. Visser.)

Geplaatst in Omgaan met de waarheid, Rol van de wiskunde | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

MO over de “Derde Weg” van vooral de PvdA

MO’s website meldt dat hij bezig is aan een proefschrift:

“Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Hij doet als promovendus onderzoek bij de Universiteit van Tilburg naar de intellectuele achtergronden van de draai naar rechts in de Nederlandse politiek met de opkomst van Fortuyn. De doorbraak van het rechtspopulisme is in Nederland overwegend beschreven als een opstand van de onderbuik. Zijn proefschrift verkent de opstand in de bovenkamer.”

Ik vond MO’s artikel over Cliteur over Wilders verhelderend. MO bekritiseerde ook een filmpje waarop Diederik Samsom een lied zong met het refrein “Het is allemaal de schuld van Diederik” – en ik ben het met MO eens dat Samsom deze poging met misplaatste humor beter niet had kunnen wagen. Zoals het optreden van Obama op de White House Correspondent’s Dinner toont is de conference een veel betere vorm voor zelfrelativering dan een lied: en zoek dan s.v.p. tekstschrijvers die zelfrelativering niet veranderen in spot op mensen die jou weer niet begrijpen.

Aldus las ik verder in MO’s werk en zag dit artikel “Opkomst en voortbestaan van de Derde Weg. Het raadsel van de missende veren“, in Beleid en Maatschappij 2016-3, maar hier leesbaarder zwart op wit.

Wat is die Derde Weg ? Een gangbare beschrijving

Deze “Derde Weg” betreft het verzoenen van economische noodzakelijkheid met sociale wensen. In een bespreking van de Derde Weg verwacht men derhalve zowel aandacht voor economie als aandacht voor het sociale en politieke. Het is de economische wetenschap die voor ons verheldert wat noodzakelijk zou zijn, en het is de politieke discussie die helpt tot een beeld te komen van het sociaal wenselijke.

Laat ik eerst een “gangbare beschrijving” geven die men op diverse plekken kan lezen. Wellicht maak ik hiervan een stropop die ik straks weer neersabel, maar het helpt de verheldering.

De “Derde Weg” was oorspronkelijk de afwijzing van communisme en kapitalisme, en dus het vormgeven van iets daartussen. In Nederland vond het vorm in de oprichting van de SDAP in 1894 en vervolgens de PvdA in 1947 met de sociaaldemocratie van Drees en Tinbergen. Het Plansocialisme vond zijn vertaling in de oprichting van het Centraal Planbureau (CPB) waarbij echter minister van Economische Zaken Huysmans (KVP) de taak tot advies beperkte. Bij de oliecrises van 1970-1980 voerde de overheid, zowel links als rechts, een “keynesiaans beleid” van stimulering, zoals de dominante economische theorie van die dagen luidde. Hierdoor stegen zowel inflatie als werkloosheid: stagflatie. Op zoek naar een oplossing kwam het CPB met de VINTAF jaargangenanalyse en het advies tot loonmatiging. Dit vormde de basis voor de kabinetten Lubbers. In de USA en de UK kwam het neoliberalisme op, dat tot de nieuwe norm in de economische theorie werd. De politiek van liberalisering en deregulering werd overgenomen door Reagan en Thatcher en vervolgens ook door Lubbers. Voor de PvdA ontstond een nieuwe “Derde Weg” discussie: hoe dit neoliberalisme in de bestaande concepten te integreren ? De politieke elite in de PvdA zoals politicoloog Ad Melkert vond de oplossing in het vasthouden aan loonmatiging. Hun redenering is dat via de export inkomsten worden verdiend die de overheid weer aan sociaal wenselijke doelen kan uitgeven. Het neoliberalisme in de Nederlandse politiek is altijd gedempt want de grootste invloed blijkt toch ook weer de loonmatiging te zijn, en er is nog steeds veel verborgen werkloosheid van mensen die zijn opgesloten in uitkeringssituaties.  Zie dit Engelstalig paper.

Een betere beschrijving

Deze gangbare verklaring rammelt op een paar belangrijke punten.

Ten eerste was de analyse van Keynes zelf ook bedoeld als een Derde Weg. Het zgn. “keynesiaans beleid” in de jaren 1970-1980 was derhalve een perversie van wat Keynes zelf zou hebben geadviseerd. Het succes van Reagan kwam juist ook door het Keynesiaans element in zijn beleid: Reagan verlaagde de belastingen en schiep een groot overheidstekort, en de deregulering veroorzaakte dat bij de banken het geld alle kanten opklotste. Zie hier voor de Keynesiaanse jaren 1981-2007.

Ten tweede kan een overschot op de betalingsbelans niet binnenlands worden besteed: boekhouden toont dat het alleen in het buitenland wordt belegd. Het juiste beleid zou juist zijn om te streven naar evenwicht en niet naar een overschot op de lopende rekening.

Ten derde laat het vraagstuk zich scherper neerzetten. Een Nederlands econoom die met deze situatie wordt geconfronteerd moet twee zaken aanpakken: niet alleen de Nederlandse loonmatiging maar ook de nieuwe norm in de economische theorie, het neoliberalisme. Vanuit het CPB gaven Marein van Schaaijk in ESB 1983 en Anton Bakhoven in ESB 1988 een alternatief voor het loonmatigingsbeleid. In mijn eigen werk gaf ik een aanvulling hierop en formuleerde ik ook een nieuwe synthese als correctie op dat neoliberalisme, als juiste voortzetting op Keynes en Tinbergen. Collega-economen zouden kunnen beginnen te lezen in deze RES Newsletter of deze inzending voor TvOF.

Wie wil begrijpen wat er dan aan de hand is adviseer ik mijn boek “Democratie & Staathuishoudkunde” (2012). Voor slechts EUR 15 gaat er een wereld van begrip voor u open die van cruciaal belang is voor de toekomst van uzelf, kinderen en kindskinderen.

Afstand economie tot sociologie en politicologie

Oudenampsen beschrijft de aanpak van de PvdA als “sociaal-liberaal”. Dat lijkt me onjuist. Een mogelijke term is “sociaal-neoliberaal”. Ik schrijf hier als wetenschapper maar in mijn politieke dimensie ben ik voorzitter van het Sociaal Liberaal Forum, en ik kan zowel PvdA als D66 niet sociaal-liberaal vinden. Een sociaal liberaal heeft respect voor wetenschap en dit respect ontbreekt bij PvdA en D66.

Oudenampsen spreekt ook over een “monetaristisch macro-economisch beleid gericht op reductie van begrotingstekorten door het bezuinigen op de publieke uitgaven”. Voor een econoom klinkt dit als het beschrijven van een koe als een libelle, alleen maar omdat het allebei dieren zijn. (Ik neem aan dat insecten ook dieren zijn, maar ben geen bioloog.)

Er is hier derhalve nog een te grote afstand tussen economie en vakken als sociologie en politicologie. MO meldt dat er een forse literatuur is over de “Derde Weg”, maar zijn literatuurlijst bevat op zijn hoogst 25% teksten van economen. Verwezen wordt naar economen Den Uyl, Wöltgens, Bos, Van der Ploeg, De Beer, Den Butter en bedrijfseconoom Wim Kok. Bekende internationale “Derde Weggers” als Clinton, Blair en Schröder waren juristen.

Dus ik zou MO adviseren om ofwel een puur sociologisch en politicologisch onderwerp te kiezen of anders eerst een studie economie te doen alvorens dat nu beoogde proefschrift af te maken. Jos de Beus had de hier gewenste combinatie van economie en politicologie. Helaas snapte De Beus het theorema van Arrow niet. Helaas overleed hij veel te jong, met nog zoveel mooie dingen te doen.

Hoe de PvdA verdwaalde en MO daarin nog meegaat

MO citeert auteurs die selectief te werk gingen en mijn werk negeerden. Het is te hopen dat MO in de toekomst zelf zulke selectiviteit vermijdt. Laat ik hier wijzen op de selectiviteit van economen De Beer, Den Butter en Van der Ploeg. Voor Paul de Beer kan ik nog wijzen op het sektarisch denken over het basisinkomen. Zie dan ook mijn bespreking: “Wat stampen we lekker, zegt muis“.

Voor een goed begrip van de ontwikkelingen in de PvdA kan men denkelijk het beste beginnen bij de val van de Berlijnse Muur in 1989 en mijn vertrek uit de PvdA in 1991: Soms loopt het zo“. Ik ben een bescheiden en hulpvaardig mens en een kundig econometrist. Wanneer iemand zo geforceerd wordt dat die zich gedwongen ziet een partij te verlaten, dan heeft die partij nogal wat fatsoensprincipes geschonden. Het tekent de PvdA ook dat niemand daar belangstelling voor toont. Verwijzen naar het latere opstappen van Marcel van Dam en Jan Pronk is niet zo sterk want die toonden ook geen belangstelling voor mijn vertrek (als ze er al van wisten), dus die hebben ook bijgedragen tot een partijcultuur waarvan ze dan zelf later het slachtoffer werden.

Wouter Bos

Ik ben verder niet zo onder de indruk van MO’s bespreking over de Derde Weg. Het lijkt me vooral iets dat sociologen en politicologen bezighoudt en dat vooral gaat over retoriek van politiek leiders en ideologen, en dat inhoudelijk weinig om het lijf heeft. MO pag 27 erkent dat eruitkomt wat je erinstopt:

“Echter de mate waarin de Derde Weg een afscheid van de sociaaldemocratie inhoudt, of juist een voortzetting daarvan met andere middelen, blijft een vrij subjectieve definitiekwestie”

Ik heb eigenlijk dezelfde reactie als Wouter Bos, althans in dit citaat door MO p29:

‘mainstream sociaaldemocratie, niet meer en niet minder’ 

hetgeen ook betekent dat het vooral van de politieke situatie van de dag afhangt hoe die Derde Weg dan zijn invulling krijgt. De politicoloog die naar constanten zoekt zal dan toch ook een degelijke basis in de staathuishoudkunde moeten hebben. Dit is een herhaling van zetten t.o.v. het bovengestelde.

Wel is het jammer dat ik in de PvdA te maken had met politicoloog Melkert en niet met econoom Bos. Ik vrees dat PvdA-voorzitter en econome Marjanne Sint destijds een beoordelingsfout heeft gemaakt door Melkert zo snel aan een prominente positite te helpen. Het lijkt me onjuist dat Melkert nu weer is benoemd tot buitengewoon lid van de Raad van State. Wanneer leert de PvdA dat iemand die economen napraat niet meteen ook deskundig is ? Natuurlijk, wie niet studeert heeft meer tijd om te lobbyen voor de eigen positie, maar alsjeblieft !

Lodewijk Asscher

Aardig in MO’s bespreking is dat we hier de zoveelste misstap van Lodewijk Asscher kunnen zien. Uit diens CV blijkt dat hij gymnasium heeft gedaan maar of het alfa of beta is staat er niet bij. De uiteindelijke studie rechten doet alfa vermoeden.

(1) In Amsterdam was de verliefdheid op Asscher zo groot dat de gemeenteraad akkoord ging met het opkopen van panden op de Wallen waardoor de uitbaters binnenliepen en de dames de straat op werden gejaagd. Hoe is zoiets mogelijk ? Ik adviseer een parlementair onderzoek.

(2) Toen Diederik Samsom in 2012 zich eerst fel tegen de VVD verzette maar daarna toch een akkoord met de VVD sloot, leverde Asscher geen kritiek maar accepteerde het vice-premierschap, wat kiezers al in de peilingen van 2013 als kiezersbedrog toonden, met pas in 2017 een daadwerkelijke verkiezingsuitslag (van 38 naar 9 zetels). Asscher gunde Samsom niet de ruimte om zijn keuze bij de kiezers te verdedigen, maar ging het lijsttrekkerdebat en daarna de verkiezingen aan met de inconsistentie van zowel het kabinetsbeleid verdedigen als zeggen dat het akkoord met de VVD in 2012 eigenlijk fout was.

“Naar nu blijkt was Asscher het niet eens met de wijze waarop Samsom met de VVD onderhandelde over het regeerakkoord. Tenminste, dat beweert hij nu – destijds hebben we daar niets over vernomen. ‘Je hebt ons het gevoel gegeven dat er werd gekwartet met onze waarden’, zei Asscher in het eerste debat. Hij doelde op de uitruil van PvdA- en VVD-plannen tijdens de formatie. Samsom was verrast, wat ik me kon voorstellen. Dat het oude verwijt werd opgepoetst door de man met wie hij al die tijd een front vormde, was erg merkwaardig.” (Bert Wagendorp, de Volkskrant)

(3) Asscher’s “Wet werk en zekerheid” werkt averechts, zoals economen vooraf al waarschuwden. Er zijn twee mogelijke verklaringen: ofwel Asscher toonde zich blind voor de wetenschap, ofwel hij meende toch een vlag op een modderschuit te moeten hebben om tegenover een goedgelovige achterban te doen alsof hij werkelijk iets sociaals deed. Het is wonderlijk dat een Tweede Kamer dit accepteert. Maar ja, coalitiedwang …

(4) Asscher schreef blijkbaar een proefschrift over de vrijheid van meningsuiting, en dit was aanleiding voor me tot het schrijven van deze open brief in 2010. Helaas geen antwoord ontvangen. (PM. Deze journalist verwijst ook naar dat proefschrift i.v.m. Big Data.)

(5) Zie deze brief aan het Presidium van de Tweede Kamer omtrent coalitievorming en keuze van de premier.  Na de afstraffing van de PvdA bij de verkiezingen van 2017 lijkt het me logisch dat de fractie beschikbaar blijft voor regeringsdeelname, juist ook om de idealen in regeringsverantwoordelijkheid te helpen realiseren. Daarentegen besluit Asscher in de oppositie te gaan, tegen welk kabinet dan ook. Hierbij verwart hij zijn persoonlijke positie met die van de PvdA. De afstraffing gold zijn persoon, en niet per se de sociaaldemocratische idealen van de PvdA.

(6) In MO’s artikel p18 zien we nu ook dat Asscher sterker met de VVD-PvdA coalitie was verbonden dan hij in het lijsttrekkerdebat deed voorkomen:

“Sinds 2012 is de PvdA gaan bewegen van een meer individualistische positie naar een meer op gemeenschap georiënteerde visie. De Van Waarde resolutie uit 2013 beroept zich op samenredzaamheid en gemeenschapszin als antwoord op een terugtredende overheid: ‘Er moet een omslag komen van ik naar ons.’ [ftnt] Maar de meest expliciete expressie van deze nieuwe koers vinden we in de destijds gehypte en inmiddels al bijna weer vergeten toespraak van Lodewijk Asscher, op 28 oktober 2012. [ftnt] Het was de zogenaamde Preek van de Leek, gehouden op een vrij belangrijk moment, vlak voor de vaststelling van het regeerakkoord van het kabinet Rutte II. Niet zonder reden was de zaal afgeladen met journalisten: de verwachting was dat hier een strategische lijn zou worden uitgezet. Asscher stelde niet teleur: door Vrij Nederland werd de preek prompt uitgeroepen tot de ideologische basis van het nieuwe kabinet. (…) De vernieuwing van Asscher is dat vrijwilligerswerk vanuit de gemeenschap als alternatief wordt aangedragen voor het marktmechanisme.  (…) Het eerste is een herformulering van het solidariteitsbegrip. Het tweede is de aankondiging een terugtredende overheid, waarvan de sociale kosten door de goede werken van de bevolking opgevangen dienen te worden. Solidariteit is voor Asscher niet langer iets dat verworven moet worden door politieke mobilisatie en dat gewaarborgd moet worden door instituties. Het is bovenal een persoonlijke opgave. (…) Deze politiek zou een jaar later pas officieel door het kabinet verkondigd worden met de introductie van het begrip ‘participatiesamenleving’ in de troonrede van september 2013, geschreven door Rutte en Asscher. (…) Maar het was Asscher, niet de VVD, die zich het eerste profileerde met dit thema.”

Ook hier is sprake van een denkfout. Er zijn momenteel verkeerde arrangementen in de vormgeving van de verzorgingsstaat. Hierover mag niet gesproken worden, met censuur van de wetenschap. De juiste aanpak is respect voor wetenschap tonen. Bestuurlijke fouten in de huidige arrangementen moeten worden aangepakt. Het is onjuist om de verzorgingsstaat op te heffen en alles aan markt en persoonlijk initiatief over te laten.

Economendebat in de PvdA

In de Nederlandse politiek dienen nieuwe economische inzichten door een politieke partij gedragen te worden. Zo’n partij kan dan gaan lobbyen bij andere partijen, en die zullen er alleen aandacht aan besteden wegens zulke lobby. Wanneer geen enkele partij zich achter een nieuw economisch inzicht schaart, dan heeft zo’n inzicht weinig kans. Wellicht kunnen ambtenarij en ook Centraal Planbureau zich nog voor een nieuw economisch inzicht openstellen, maar waarom zouden zij wanneer er een ingewikkeld uitlegtraject is voor politici die geen belangstelling tonen ? Het wordt nog erger natuurlijk wanneer zo’n inzicht op het CPB zelf wordt ontwikkeld en daar censuur ontstaat. Dus ook hier geldt dat wanneer de PvdA zichzelf opstelt als een oester, dan hebben nieuwe economische inzichten ook daar geen kans.

In de jaren 1930-1940 was er veel discussie over plansocialisme en het Plan van de Arbeid. In het decennium van de oliecrises 1970-1980 was er in de PvdA een inmiddels beroemd economendebat. Ik beschouw het ellebogenwerk door de Wiardi Beckman Stichting en Paul de Beer in 1990-1991 als funest voor eenzelfde soort debat naar aanleiding van mijn eigen economische analyse op het CPB in 1990 omtrent de fouten in de VINTAF analyse en de loonmatiging. Wie censuur pleegt en/of daar niet tegen optreedt kan zure druiven plukken, of helemaal geen druiven. Waar er dan geen economendebat is wordt de ruimte blijkbaar gevuld door sociologen en politicologen over de “Derde Weg”, maar zij zijn dan chroniquers van een intellectuele leegte.

Conclusie

Ik verwachtte dat de PvdA eerder zou ineenstorten, maar de paarse coalities van Kok en Rutte hebben het leven gerekt, met jaren van loonmatiging waardoor het voor de buitenwacht leek alsof er succes was – zie “Het ontstolen welzijn 1970-2005“.

In de Tweede Kamer in 2017 moet de PvdA-fractie er maar het beste van maken, en wellicht dat econoom Henk Nijboer een goede fractievoorzitter zou blijken. Maar laat de PvdA zichzelf nu maar opheffen. Zoveel gebrek aan respect voor wetenschap: als rechtgeaard wetenschapper kan ik er alleen maar van gruwen.

Geplaatst in Omgaan met de waarheid | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,