Een afspiegelingskabinet met misschien Gert-Jan Segers als premier

De kiezer heeft gesproken en nu zijn de gekozenen aan zet. Edith Schippers inventariseert hun gedachten.

De traditionele zoektocht is naar een coalitie met de kleinste meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer. De gangbare reflex is ook dat de PvdA nu te instabiel is om mee te regeren, en beter eerst zijn wonden kan likken. Deze reacties kunnen we beter bedwingen.

Het zoeken is juist naar de grootst mogelijke meerderheid, waarbij ook de PvdA zich kan herstellen via regeringsdeelname. Waarom zou die PvdA oppositie moeten voeren tegen waar ze het eigenlijk wel mee eens zijn ?

Wanneer Jeroen Dijsselbloem minister van Financiën kan blijven dan dient dat de stabiliteit in Europa. Ik heb veel kritiek op het beleid van Dijsselbloem, maar het is onzin om zulke stabiliteit te vernietigen alleen omdat de Haagse politiek vastzit in traditionele denkkaders. Voor Nederland lijkt de economische crisis een beetje voorbij, maar dit is niet zo voor Zuid-Europa. Het zijn ook spannende tijden met Brexit en verkiezingen in Frankrijk en Duitsland.

Addendum 24 maart 2017: Met zijn metafoor van drank en vrouwen heeft Dijsselbloem zich onmogelijk gemaakt. Hij had kunnen en moeten weten dat zo’n metafoor voor meer uitleg vatbaar is. Wellicht meent hij ook werkelijk dat Zuid Europa het geld over de balk smijt ? Dan nog had hij kunnen en moeten weten dat een transitie naar een transparante verantwoording niet met zulke stereotyperingen gediend is. Hoe dan ook, terwijl bovenstaand argument dan wegvalt t.a.v. het blijven regeren door PvdA, zijn er voldoende andere argumenten over om te blijven regeren. Wel laat zich opmerken dat Lodewijk Asscher opmerkelijk vaak verkeerde keuzes maakt, en dat de PvdA er verstandig aan zou doen om ook de ballon van diens wartaal door te prikken.

De relevante brede coalities

Hoe zou zo’n brede coalitie eruit zien ? De PVV en DENK vormen uitersten die zichzelf uitsluiten. Gezien de standpunten is dat denkelijk ook het geval bij 50Plus (pensioenleeftijd), FvD (kleine PVV) en het SGP (religiedwang). Omdat de SP een coalitie met de VVD heeft uitgesloten, resteren deze mogelijkheden:

  1. SP, GL, PvdA, D66, PvdD, CU, CDA, met 85 zetels
  2. GL, PvdA, D66, PvdD, CU, CDA, VVD, met 104 zetels
  3. PvdA, D66, PvdD, CU, CDA, VVD, met 90 zetels
  4. D66, PvdD, CU, CDA, VVD met 81 zetels

De PvdD heeft een nieuwe positie waaraan we moeten wennen. Met hun 5 zetels zijn ze nu toch minstens zo belangrijk als de CU, en zij kunnen dan een belangrijke rol spelen. (Gebruik eventueel de coalitiewijzer van de Volkskrant.)

De keuze van de premier

Velen menen dat Mark Rutte als premier kan doorgaan maar laten zij nog eens naar de argumenten kijken. Rutte heeft 8 zetels verloren, een kleine partij waardig, ondanks het dreigen met de PVV. Van zijn coalitie met de PvdA met in totaal 79 zetels bleven er 42 over. Als premier is Rutte voor andere partijen een groot risico. De VVD heeft slechts 22% van de stemmen, en dat is ver verwijderd van 50%. Een premier moet er zijn voor alle Nederlanders. De partijen van PVV tot DENK die niet in de regering zouden komen, zouden zich niet compleet buitengesloten moeten voelen. Het meest democratische is derhalve dat alle partijen over de keuze van de premier meestemmen, met de mogelijkheid van een compromis.

Addendum 24 maart 2017. T.a.v. Rutte geldt dat er kamervragen gesteld mogen worden t.a.v. de aanpak van de Turkse ministers vlak voor de verkiezingen (Knoops & Zwart).

In de theorie van de verkiezingen zijn er verschillende mechanismen (wikipedia). De meest relevante zijn:

  • Pluraliteit: De meeste stemmen gelden. Wanneer iedere partij op zijn eigen partijleider stemt, dan wint Rutte met 33 stemmen (zetels).
  • Condorcet: Die kandidaat is gekozen, die in paarsgewijs stemmen alle tegenstanders verslaat. Het is maar de vraag of Rutte dit gaat lukken.
  • Borda: Partijen brengen een rangorde aan, en de kandidaat met de meeste punten is gekozen.
  • Borda Fixed Point: Met deze rangordes kan ook bepaald worden wie zou winnen van de sterkste tegentander (d.w.z. degene die zou winnen wanneer betrokkene zelf niet meedoet). Dit blijkt een soort compromis te zijn tussen Condorcet en Borda.

Mijn suggestie is dat het parlement de Borda Fixed Point methode gebruikt om de nieuwe premier aan te wijzen.

Daartoe zouden zich eerst kandidaten moeten melden, waarna partijen hun rangordes inleveren. Publicatie van die rangorde is wenselijk opdat partijen niet te strategisch gaan stemmen. De gekozen premier weet zich dan breed in de Kamer gesteund, en kan dan als formateur aan de slag om een brede coalitie te vormen, bijv. nr 2 hierboven met 104 zetels.

Partijen kunnen hun kandidaten breed kiezen. Bijvoorbeeld zou de PvdA Wouter Bos kunnen voorstellen, of de CU André Rouvoet. Kiezers krijgen dan misschien een premier op wie ze niet gestemd hebben, maar het principe blijft dat de verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn en niet voor de premier. Zo’n indirecte keuze van de premier is veel democratischer dan een directe keuze – zie De ontketende kiezer (2003).

Gert-Jan Segers, en nadere onderbouwing

Als voorbeeld heb ik zelf een “schatting” gemaakt van de rangordes van partijen t.a.v. kandidaten van andere partijen. Dan blijkt Gert-Jan Segers de BordaFP winnaar te zijn. Wanneer u nu denkt dat hij inderdaad als compromis voldoet en een waardig premier voor alle Nederlanders zou zijn, dan is dit als voorbeeld gelukt.

De berekening en bespreking staan hier (in het Engels). De Borda Fixed Point methode is mijn eigen ontwerp, en is niet in wikipedia te vinden. In de Bijlage is er een toelichting op het verschil tussen afspiegelings- en programcolleges. Voor 1970 waren afspiegelingscolleges normaal, maar met de polarisatie van de jaren ’60 ontstonden programcolleges. Hopelijk kunnen we terugkeren naar het inclusief denken.

Addendum 24 maart 2017. Segers blijkt in deze tekst een te snelle stap te maken van niet-christelijk naar anti-christelijk.

“Daar komt bij dat wat mij het meest heilig is – Jezus als zoon van God, gestorven aan het kruis, na drie dagen weer opgestaan – door de islam wordt ontkend. De islam is niet zozeer een niet-christelijke godsdienst, maar is van meet af aan een anti-christelijke godsdienst geweest.”

Ik heb Segers een toelichting gevraagd. Vooralsnog kan hij met zo’n tekst geen premier voor alle Nederlanders zijn. Dank aan Hassnae Bouazza voor deze alert. Wellicht dan toch weer André Rouvoet ? Zie ook mijn advies dat de Westerse samenleving afstand gaat nemen van het christendom, niet als “anti” maar gewoon omdat het een dwaling is. Wie zich verdiept in een godsdienst heeft als enig resultaat dat men zich verdiept in een godsdienst.

Thierry het warhoofd en zijn zakenkabinet

Eerder is al besproken dat Thierry Baudet een warhoofd is, en dat het verbazingwekkend is dat journalisten de ballon niet hebben doorgeprikt. Zie hier, hier en hier. Voor de formatie stelt Baudet nu een zakenkabinet voor, onder leiding van CDA-kamerlid en econometrist Pieter Omtzigt. Zie de presentatie van dit voorstel bij Pauw & Jinek met ook de reactie door Wouter Bos. Baudet beseft niet wat het betekent dat een kabinet over politiek draagvlak moet beschikken. Voor dit draagvlak is het niet voldoende dat er alleen een benoeming is aan het begin van de kabinetsperiode. Er kunnen relatief snel problemen ontstaan waarbij de kamersteun op de proef wordt gesteld. Het bestuur van een land, provincie of gemeente is niet alleen een kwestie van “zaken doen”. Een kabinet moet op betrokkenheid kunnen vertrouwen, en dat noemen we politieke binding. Kijk bijvoorbeeld naar Ronald Plasterk, die door de PvdA naar binnen werd gehaald als een grote deskundige en hoe die vooral in zijn eigen ijdelheid verdwaald raakte. Of, kijk eens naar Baudet zelf, en diens claims op deskundigheid ….

Wiskundigen scheppen verwarring sinds 1951

Ook wiskundigen kunnen in de war raken. Zij worden opgeleid tot abstract denken en kunnen blijkbaar de weg kwijt raken wanneer het om de werkelijkheid gaat, niet alleen bij financiële producten bij de kredietcrisis maar ook over onderwijs in wiskunde, en ook t.a.v. verkiezingen. Kenneth Arrow presenteerde in 1951 een wiskundige stelling die volgens hem toonde dat democratie onmogelijk zou zijn. Blijkbaar is de status van wiskunde torenhoog en is Arrow sindsdien vooral nagepraat. Wie goed naar zijn analyse kijkt merkt dat puur de wiskunde wel klopt, maar Arrow’s interpretatie niet. Zie het opstel “Pas op met wiskunde voor verkiezingen” en de bijlagen. Pijnlijk is dat wiskundige Vincent van der Noort inderdaad Arrow napraat op Kennislink, maar dat de redactie van Kennislink niet wil corrigeren, waarbij zij tonen dat zij niet naar argumenten kijken, en dat zij meer respect hebben voor een in abstractie verdwaalde wiskundige dan voor een econometrist die juist geleerd heeft om  zowel wiskunde als empirie te bewaken.

Bijlage. Het verschil tussen afspiegelings- en programcolleges

Wikipedia legt het netjes uit:

Een afspiegelingscollege is een bestuursorgaan van de overheid, dat is samengesteld naar de zetelverdeling in het benoemende vertegenwoordigende orgaan. Dat wil zeggen dat alle fracties van enige omvang in gemeenteraad of Provinciale Staten zijn vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur van hun regio, en wel naar evenredigheid.

Tot 1970 was het afspiegelingscollege het gebruikelijke en zelfs het enige bestuursmodel bij de lagere overheden. Vanaf dat jaar vonden programcolleges hun intrede. Partijen gingen bestuursakkoorden sluiten, waarin het beleid voor de komende bestuursperiode wordt overeengekomen. De zetelverdeling in het dagelijks bestuur vormt een onderdeel van zo’n akkoord.

De argumenten voor een afspiegeling zijn:

  • De meeste burgers zijn ook vertegenwoordigd in het bestuur.
  • Informatie over het bestuurlijk proces komt breder beschikbaar.
  • Meer partijen doen bestuurservaring op.
  • Partijen kunnen zich toeleggen op specifieke terreinen die hen na aan het hart liggen, zoals bijv. onderwijs of milieu, en daarop ook afgerekend worden.
  • Er ontstaat een grotere afstand tussen bestuur en controlerende raad. De raad heeft meer vrijheid om een disfunctionerende bestuurder te vervangen. Er is geen coalitiedwang waarbij alles in het program-akkoord is vastgelegd, en waarbij niemand vervangen kan worden zonder dat het hele bestuur opstapt.

De argumenten voor een programcollege zijn:

  • Machtspolitiek via het uitsluiten van anderen.
  • Coalitiedwang om kritische gedachten in eigen partijen tot zwijgen te brengen.
  • Vermeende helderheid van “afspraken” (maar wanneer die niet gehaald worden ontstaat meestal toch weer politiek gekonkel).
  • Een duidelijk verhaal bij volgende verkiezingen van wat er bereikt is (alsof burgers dit niet vier jaar lang hebben kunnen volgen).
  • Politisering van zakelijke discussies, meer emotie en spanning in de politiek, meer aandacht voor de poppetjes en minder voor de inhoud, vaker grote krantenkoppen.
Advertenties

Over Thomas Colignatus

Thomas Cool is an econometrician and teacher in mathematics in Scheveningen, Holland. He uses the name Colignatus is science to distinguish this from his other activitities in commerce or politics. His personal website is http://thomascool.eu
Dit bericht werd geplaatst in Democratie, Rol van de wiskunde en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.