Boekbespreking: Wimar Bolhuis, “De rekenmeesters van de politiek”

Boekbespreking: Wimar Bolhuis, De rekenmeesters van de politiek. Doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s door het CPB, Van Gennep 2017, EUR 19,90 (inkijk)

Dit boek is niet alleen voor beroepsmatig betrokkenen maar ook voor geïnteresseerde kiezers zeer geschikt, en het vormt dan een noodzakelijke inleiding. Ikzelf werkte op het CPB in 1982-1991 en vind het een feest van herkenning – ook al werkte ikzelf nooit direct aan Keuzes in Kaart mee.

Van de tien miljoen kiezers zal 95% weinig met economie en cijfers te maken willen hebben. Te hopen valt dat zo’n 5% oftewel een half miljoen kiezers wel interesse toont: het gaat immers om de toekomst van het land, en boter bij de vis.

Het voordeel van economie-studeren en doorrekenen komt hier helder over het voetlicht: de verkiezingsprogramma’s zijn vergelijkbaar want zij zijn met dezelfde aannames, modellen en objectiverende houding geëvalueerd. De doorrekeningen zijn niet alleen relevant voor de verkiezingen maar spelen ook een belangrijke rol bij de formatie.

De auteur Wimar Bolhuis (1986) is een sociaal- en organisatiepsycholoog (2009) die doorging in economie (2011) en bestuurskunde (2011) en die zich nu vooral daarop toelegt. Hij is politiek assistent van staatssecretaris SZW Jetta Klijnsma en stond op plaats 49 bij de PvdA bij de verkiezingen van 15 maart 2017. Hij is bezig met een proefschrift over: “(…) de ontwikkeling van de Nederlandse rijksoverheidsfinanciën in laatste decennia. Welke keuzes maakten de politici, wat waren de beweegredenen, en hoe pakten ze uit?”

Een suggestie van een herdruk met een update

Dit boek verscheen vóór de verkiezingen van 15 maart 2017 en vóór de publicatie van de CPB-doorrekeningen voor die verkiezingen KiK 2018-2021. Voor wie het boek nu leest, komt het nu al gedateerd over. Mijn advies aan Bolhuis en de uitgever is om de oorspronkelijke versie uit de handel te nemen en een beperkt herziene editie te maken, met een apart hoofdstuk over de verkiezingen van 2017. Het lijkt niet nodig om de verkiezingen van 2017 in alle tabellen te verwerken, want dat is een grote klus zonder meerwaarde. Het volstaat om de saillante punten van 2017 te noemen, zodat de lezer van na 15 maart toch enig houvast hierover heeft. Met zo’n geactualiseerde versie kan het betoog veel langer actueel blijven.

Voor zo’n nieuwe editie zou ik ook een normaal formaat adviseren. Het boek is nu een bijna vierkante pocket van 16,5 bij 21 cm. Met anderhalve regelafstand staat er relatief weinig op de pagina’s. Bij een normaal formaat van 17 bij 24 en hogere regeldichtheid zal het minder hijgerig lezen en overzichtelijker tonen.

We zijn inmiddels gewend aan PDFs waarin je gemakkelijk wat opzoekt, maar voor een gedrukt boek blijft een index wenselijk, en die ontbreekt hier. Achterin is er een begrippenlijst, maar die zou alfabetisch mogen zijn. Het zou logisch zijn om daarnaar te verwijzen als een begrip voor het eerst genoemd wordt. Ikzelf ben voorstander van voetnoten op de pagina waarop zij gebruikt worden, in plaats van nu achterin, terwijl de vormgever lijkt te denken dat lezers anders zouden schrikken.

Vanaf 1986 naar 2017

Bolhuis neemt de lezer aan de hand vanaf de eerste doorrekening in 1986. Het is mooi om te zien hoe een eigen dynamiek ontstaat waarbij partijen huiverig zijn maar toch ook de CPB-expertise relevant achten. De doorrekeningen worden steeds verfijnder. De discussies met het CPB hebben grote invloed op denkkaders en het binnenskamers afschieten van wilde plannen. Omdat de tijd naar de verkiezingen vaak kort is, heeft het CPB nu ook achtergrondstudies “Kansrijk X-beleid“, met X = Arbeidsmarkt, onderwijs, woon, mobiliteit, innovatie.

In het begin liet het CPB politieke partijen meer ruimte voor een politiek getinte aanname over de effecten van maatregelen, tegenwoordig geeft het CPB beter aan wat de kaders en marges zijn. Dit bevordert de vergelijkbaarheid van uitkomsten over partijen, met ‘Gelijke monnikken, gelijke kappen’.

Bolhuis bespreekt eerst de aannames (inputs) en daarna de uitkomsten (outputs). Bij de aannames komt de belangrijke rol van de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte goed tot zijn recht. Hier zien we ook hoe belangrijk het is dat het CPB onderdeel uitmaakt van de rijksoverheid. De rijksoverheid met zijn diverse ambtelijke kanalen en niet alleen het CPB zelf bepaalt de kaders voor de middellange termijn (het MLT pad).

Economie gaat over meer dan je denkt

Het onderscheid tussen meetbare en moeilijk-meetbare aspecten kan wat versluierend zijn, want wat goed meetbaar is (zoals inkomen) is vaak ook een indicator voor iets ruimers. Voor de meetbare uitkomsten is er een lange traditie met ook ontwikkelde (CBS) statistieken, en een nieuwe loot zoals het houdbaarheidstekort. Bij moeilijk meetbare uitkomsten is het nog aanmodderen met indicatoren. In het onderzoek naar de zorg bestaat er al langer ervaring met de “quality adjusted lifeyears gained” (QALY) maar deze worden vooral gebruikt in micro-onderzoek bij vergelijkbare uitkomsten, en het is toch heel wat anders om deze ook macro te gaan gebruiken wanneer de kwaliteiten waarvoor je aanpassingen pleegt minder goed vergelijkbaar zijn. Voor een discussie over dit soort zaken ontkom je echter niet aan indicatoren. (Zie ook mijn eigen suggestie ‘on the value of life‘.)

Het is ook mooi te zien hoe het vak economie hier tot zijn recht komt. Economie gaat over het maken van keuzes bij schaarse middelen. Menigeen ziet economie als een kwestie van geld, maar veel zaken zijn niet goed in geld uit te drukken terwijl je toch keuzes moet maken. Het planbureau heeft zijn basis in meetbare verschijnselen waarin vaak ook geld gebruikt kan worden, maar dit geeft juist aan politici de ruimte om uiting te geven aan de preferenties voor de minder goed meetbare zaken.

Economisch Trilemma

Bij de uitkomsten presenteert Bolhuis het “economisch Trilemma”. Dit is een nuttige vereenvoudiging om een begin te maken met politieke keuzes die natuurlijk complexer zijn:

1. Zuinige overheidsfinanciën (EMU-saldo of –schuld)
2. Inkomensgelijkheid (vervangingsratio en koopkracht)
3. BBP-groei en werk

Een keuze bij het ene heeft invloed op de andere twee. Bolhuis bespreekt deze relaties en verduidelijkt daarmee ook wat je op zijn minst van de CPB-modellen moet weten (en aldus van de Nederlandse economie althans volgens het CPB) om hierin keuzes te gaan maken. (DNB heeft het Delfi model online waarin je zelf aan de knoppen kunt draaien.)

Niet alleen het model is relevant maar ook hoe het CPB het toepast. Jeroen Dijsselbloem gaf de kritiek dat Groenlinks mooie resultaten kreeg doordat de baten naar voren werden gehaald terwijl de kosten na de periode vielen waarvoor het CPB de doorrekening deed.

“Bovendien zal de opslag op de energierekening, waarmee de subsidiepot voor duurzame energieopwekking wordt bekostigd, bij GroenLinks meer dan vertienvoudigen na 2021 tot € 800 extra per gezin. ‘Stiekeme truc is dat je ’t niet ziet in koopkrachtplaatjes’, aldus Dijsselbloem omdat het Centraal Planbureau niet verder kijkt dan de effecten gedurende de volgende kabinetsperiode.”

T.a.v. het houdbaarheidstekort is al een belangrijke stap gezet naar zelfs intergenerationele vergelijkingen, maar het beoordelen van resultaten die na een kabinetsperiode vallen blijft een heikele kwestie.

De sociale welzijnsfunctie (SWF)

In de economische theorie bestaat er de notie van een “sociale welzijnsfunctie” (ook wel welvaartsfunctie genoemd, maar het Engelse “welfare” betreft welzijn). Denk aan aan grootheid als SWF[werkloosheid, inflatie, inkomensgelijkheid, … ] waarbij iedere politieke partij zijn eigen doelen en gewichten heeft. De gesprekken van politieke partijen met het CPB kunnen gezien worden als een exercitie om het optimum van de eigen SWF te vinden, zonder deze functie nader te specificeren. (In theorie is het voorstelbaar om op grond van de bestaande negen doorrekeningen een schatting te maken van hoe partijen e.e.a. afwegen.)

In 1959 hebben Van Eijk en Sandee onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een collectieve welzijnsfunctie. De directie van het CPB heeft blijkbaar moeite met deze aanpak gehad en daarbij ook verwezen naar het “onmogelijkheidstheorema” van Arrow. De directie heeft hier blijkbaar enkele misverstanden, zie deze bespreking. Het huidige gebruik van computermodellen is eigenlijk zeer ondermaats. Wanneer je ziet wat er aan Big Data en supercomputers bestaat dan worden de mogelijkheden om onze economie aan te sturen onderbenut. Wel is het zo, dat de theorie bij het CPB nog niet op orde is, en dan het heeft natuurlijk geen zin om al te gaan rekenen.

Hierbij moet ook de studie van Stokman cs. genoemd worden. Zij bekijken de mogelijke coalities o.g.v. de huidige zetelverdeling en zij steunen derhalve op informatie die door de CPB-exercitie vergelijkbaar is gemaakt. Stokman cs. kijken naar de kleinst mogelijke meerderheid, terwijl mijn suggestie is juist naar afspiegelingskabinetten met de grootst mogelijke meerderheid te kijken. Kiezers kunnen de zetelverdeling natuurlijk nog niet gebruiken voor een strategische stem t.a.v. een coalitie. Aan Bolhuis wil ik toch de suggestie doen de lezer op deze aanpak van Stokman cs. te wijzen, want het vormt een natuurlijk vervolg op de doorrekeningen en de verkiezingsuitslag.

Kritiek op CPB

In het boek komt minder goed uit de verf welke kritiek er bestaat. Dat is niet onmiddellijk een groot bezwaar, want men dient toch eerst te weten wat er gedaan wordt door de politieke partijen, de Studiegroep Begrotingsruimte en het CPB, alvorens men oog voor die kritiek kan hebben. Het is al heel wat dat zoveel betrokkenen al zoiets tot stand brengen – en stuurlui aan de wal kunnen van alles roepen.

Laat ik twee kritische geluiden uit een breed spectrum noemen, niet t.a.v. de doorrekeningen maar t.a.v. CPB-modellering op zich.

  1. Bas Jacobs (hoogleraar economie) met deze kritiek
  2. Cor Mol (gepensioneerd accountant met beta-achtergrond) over deze luchtfietserij

We zijn dan meteen ook diep in de economische discussie. Ondanks zulke kritiek op de CPB-modellen en berekeningen, is het niet onredelijk te denken dat de verschillen in uitkomsten voor de partijen toch een beeld geven van de werkelijke verschillen, zodat er wel degelijk wat te kiezen valt. Voor het CPB is het een dankbare exercitie omdat het bureau hier duidelijk een bijdrage aan de algehele democratische proces levert. Wanneer er een probleem zou zijn, ligt dit elders.

20004701_rekenmeesters

Auteur Wimar Bolhuis (derde van rechts) met (voormalige) CPB-directeuren Henk Don, Laura van Geest, Gerrit Zalm, Peter de Ridder en Coen Teulings (Foto: CPB)

Kritiek op partijen

Ik heb het boek er niet speciaal op nagelezen, maar ik kan me ook voorstellen dat naast kritiek op het CPB ook kritiek op partijen mogelijk is. Zo heb ikzelf ooit bij de SP en het boek “Hoe dan, Jan?” geconstateerd dat gesteld werd dat het verkiezingsprogramma met mooie resultaten door het CPB was doorgerekend, terwijl nader kijkend bleek dat het CPB cruciale onderdelen van dat programma juist niet had doorgerekend. Een vraag is dan of het CPB de resultaten zo kan presenteren dat de partijen er niet mee aan de haal gaan.

Eerdere boekbesprekingen door anderen / Het Economisch Hof

Informatief zijn deze boekbesprekingen door Roel Visser in ESB, en Jule Hinrichs en Ulko Jonker in het FD, en Philip de Witt Wijnen in de NRC.

Auteur Bolhuis stelt op pag 173:

“Ik vind het belangrijk dat mensen weten waarom, hoe en op basis waarvan het CPB het politieke speelveld mag bepalen.”

Bolhuis roept vervolgens zoveel vragen op, dat het waarom juist onduidelijk blijft. Roel Visser observeert:

“Na het expliciete overzicht van de verschillende voors en tegens is het uitblijven van een duidelijk antwoord bij Bolhuis op de opgeworpen controversiële vragen echter onbevredigend, juist omdat hij zo zorgvuldig alle voors en tegens aanstipt. “

Mijn impressie is dat ikzelf dit probleem van Bolhuis en Visser al heb opgelost. Een deel valt helaas onder de censuur door de directie van het CPB, en men moet die censuur opheffen opdat die oplossing op correcte wijze kan worden besproken.

Naar een Economisch Hof

Wie werkelijk wil dat economisch-wetenschappelijk advies over de regeringsbeleid of verkiezingsprogramma’s tot zijn recht komt, moet de Trias Politica uitbreiden met een grondwettelijk Economisch Hof dat toeziet op de kwaliteit van informatie. Economen zijn het onderling vaak oneens – vooral wetenschappers die immers de taak hebben om nieuwe inzichten te ontwikkelen – maar een Hof kan tot overeenstemming komen, zie ook juristen die het oneens zijn maar wel een Hoge Raad hebben. Een Economisch Hof lost ook het “probleem” op dat economen gaan ramen wat politici gaan doen, ook wanneer die politici wellicht niet (gaan) doen wat ze beloven.

Mijn boek DRGTPE is de wetenschappelijke bespreking, met ook een bewijs via een herleide vorm model. De economische crisis van 2007+ bewijst mijn analyse, zie het boek CSBH. En hier is een bespreking van een CPB-boek waarvan Mathijs Bouman de leesbaarheid heeft bevorderd.

Ter besluit

De onderhavige problematiek is inspirerend. Socrates en Plato vroegen zich al af wat het goede en wat bruikbare kennis was. Anno 2017 hebben we het spanningsveld tussen politici en economische wetenschappers. Wimar Bolhuis houdt de problematiek inspirerend, en geeft de lezer een zeer goede inkijk in onze hedendaagse aanpak.  Helaas heeft hij nog niet gehoord over de censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het Centraal Planbureau, althans geeft hij de lezer deze kennis ook niet mee.

Addendum 2017-06-01

Anders ligt het met Frank den Butter t.a.v. diens bespreking van de CPB-doorrekeningen, in Openbare Uitgaven 2002 – inmiddels opgegaan in het Tijdschrift voor Overheidsfinanciën. Den Butter:

“Naar mijn mening is echter de wetenschappelijke kwaliteit en integriteit van het Centraal Planbureau en de aldaar opgebouwde kennis en ervaring met de economische beleidsanalyse in ons land op zich als een voldoende garantie dat de balans van maatschappelijke kosten en baten van de doorrekeningsexercitie naar de baten doorslaat.”

Men dient hier zorgvuldig onderscheid te maken tussen CPB-directie en CPB-medewerkers. Ook is er onderscheid naar activiteiten en hun condities. Veel activiteiten kunnen veel kwaliteit hebben maar er kan toch een probleem zijn t.a.v. een bepaalde conditie. De doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s zullen wel correct zijn t.a.v. de vigerende CPB-modellen, maar er blijft censuur t.a.v. economische analyse waarop die modellen zijn gebaseerd. De stelling door Den Butter is derhalve onevenwichtig.

In dit geval was Den Butter (VU) betrokken bij mijn onheus ontslag in 1991, en in tegenstelling tot Wimar Bolhuis kan hij zich niet beroepen op gebrek aan kennis. Op een bijeenkomst van NWO-Ecozoek in 1991 meldde ik de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB.  Als voorzitter nam Den Butter de melding niet in behandeling, maar deed aan de directie van het CPB een bericht met een verkeerde voorstelling van zaken alsof ik de persoonlijke integriteit van directeur Zalm (VU) ter discussie had gesteld. Er werden drie getuigenverklaringen verzameld en Den Butter’s weergave was daarmee ontkracht.  Zie dit verslag. Toch deed Den Butter verder niets met mijn melding, en ook zag ik me daarna ontslagen, met andere onwaarheden. (Ook was mijn ontslag niet gebaseerd op gebrek aan expertise, dus ook daar is Den Butter onevenwichtig.)

Bij diens bespreking van 65 jaar CPB in TPE-digitaal maakt Den Butter geen melding van mijn protest tegen de censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het CPB. Hij geeft ook geen disclaimer t.a.v. zijn eigen rol. Zie mijn protest, dat de redactie van TPE-digitaal niet plaatste.

Post Scriptum. Pas op voor het enge denkraam van Mirjam de Rijk

Mirjam de Rijk is een van de auteurs die kritisch over het CPB schrijven. Zij betoogde in de Volkskrant 2016-01-02 dat het CPB een ongezonde invloed op Nederland heeft. Onduidelijk bleef daarbij of Nederland tegen een stootje kan, of dat het land inmiddels doodziek is.

De wetenschappelijke mores vereisen dat de argumenten van De Rijk inhoudelijk worden besproken, en dat men de bal en niet de vrouw speelt. Men kan niet zomaar stellen dat De Rijk ondeskundig is zodat het geen zin heeft om hierop in te gaan.

Toch meen ik dat er alle reden is om aan die deskundigheid te twijfelen. Op haar website meldt ze:

“Studeren duurde me te lang, ik ging na het vwo direct in een buurthuis werken en bij het Grand Theater in Groningen. En schreef voor de door onszelf opgerichte stadskrant. Zo werd ik journalist. Begonnen bij de Winschoter Courant, daarna freelancer voor Intermediair, HP/De Tijd, Trouw. Zes jaar sociaaleconomisch en politiek redacteur van de Groene Amsterdammer. In 1999 de overstap naar GroenLinks, als landelijk partijvoorzitter. In 2004 werd ik algemeen directeur van Stichting Natuur en Milieu. De afgelopen jaren, tot mei 2014, was ik wethouder in Utrecht voor financiën, economie, openbare ruimte, en milieu/duurzaamheid.”

Actievoeren en politiek bedrijven is toch wat anders dan studeren en wetenschappelijk onderzoek doen. Jezelf journalistiek ontwikkelen is mooi, maar aangehaald krantenartikel blijkt een politieke opinie en geen journalistiek verslag.

Bij De Groene in blijkbaar 1993-1999 rapporteerde De Rijk op 31 maart 1993 (pag 4-5) een artikel over het functioneren van het CPB: “Dogma’s. ‘Laat het Centraal Planbureau maar schuiven’”. In dit artikel gaat zij voorbij aan de censuur sinds 1990 en de gevolgen daarvan. Dat is zo gebleven.

Op een bijeenkomst van het “Nederlands Sociaal Forum” (NSF) in 2004 ben ik De Rijk tweemaal tegengekomen:

  • In de ochtend in een paneldiscussie, hier is verslag. Men ging daar voorbij aan het punt dat het CPB een natuurlijk monopolie heeft. Dit punt werd in 2016 ook naar voren gebracht door Nico Lemmens, in antwoord op bovenstaande opinie van De Rijk. Bij een monopolie dient men goede regelingen te hebben, die hier nu ontbreken.
  • In de middag bij een andere sessie was zij gespreksleider en mishandelde zij mijn vraag uit het publiek. Omdat zij was aangekondigd als nieuwe directeur van SNM zond ik een protest brief aan SNM.

De Rijk’s partner blijkt mij nu Wijnand Duyvendak, die ook activisme boven studeren verkoos, en die in 2008 als kamerlid aftrad omdat hij opschepte over een inbraak in het Ministerie van Economische Zaken.  GroenLinks vertoont daarvoor een opmerkelijke tolerantie, want op de verkiezingsavond dankte Jesse Klaver Duyvendak, die de campagneleider blijkt te zijn geweest.

De politieke opkomst van Klaver kan verklaard worden door de ineenstorting van de PvdA, met ook minder gewonnen zetels dan eerst gedacht. Klaver zelf deed een HBO-opleiding voor sociaal werk, en probeerde een schakelprogramma voor een opleiding politicologie maar stopte daarmee.

GroenLinks kwam tot stand in 1990 in een wonderlijke fusie van getuigenispartijen PPR, PSP, EVP met gestaalde kaders van de CPN die na de ineenstorting van het communisme een nieuwe schutkleur van het milieu vonden. Ik heb nooit begrepen hoe dit kon, en wellicht kunnen de journalisten van Follow The Money (FTM) hier onderzoek naar doen, zeker nu Wijnand Duyvendak blijkbaar nog steeds zo prominent is. Bij de formatie heeft GroenLinks nu afgehaakt. Men moet er niet aan denken dat zulke activisten ook nog minister of staatssecretaris hadden kunnen worden.

PM. Bovengenoemd NSF initiatief blijkt vooral van SP-aanhangers te komen, via het principe van “boeien, binden, benutten“. Zie ook zulk initiatief t.a.v. zo’n DSE-platform. Ontluisterend is te zien hoe zoiets kan doorwerken in het economisch onderwijs, zie mijn protest tegen de “pluriforme economie” van Irene van Staveren en Rob van Tulder.

Politiek staat open voor iedereen, ook voor een Nederlandse Donald Trump. Dit pleit er des te meer voor dat het CPB bestuurlijk niet ondergeschikt blijft aan de minister van Economische Zaken, die blijkbaar verzaakt om de wetenschap tegen censuur te beschermen, en die ambtenaren als Gerrit Zalm en Laura van Geest tot directeur benoemt. Laat Nederland de stap zetten naar een grondwettelijk Economisch Hof, zoals boven uitgelegd. De eerste stap is een parlementaire enquete naar het CPB, die de beschikbare informatie toegankelijk maakt.

Addendum 2017-05-27

Ik zag nog deze journalistieke bespreking door Marcel ten Broeke in RD 2016-10-03. Wie goed leest kan zien dat de kritiek vaak niet zozeer het CPB geldt maar vooral hoe anderen op bevindingen van het CPB reageren. De journalist verwijst naar filosoof-geograaf Ewald Engelen, wiskundige / wiskundig econoom Eduard Bomhoff, en econometristen Paul de Beer en David Hollanders. Eerder heb ik kritiek t.a.v. standpunten van dezen geformuleerd welke zij negeerden. Op deze manier is er geen vooruitgang.

Genoemd wordt kritiek door econometrist David Hollanders die bij het wetenschappelijk bureau van de SP werkte. Echter, Hollanders heeft nooit gecorrigeerd t.a.v. zijn verkeerde voorstelling van zaken in De Groene, zie hier.

Er is kritiek door econometrist Paul de Beer, maar, toen ik nog bij het CPB werkte en nog lid van de PvdA was, blokkeerde Paul de Beer mijn suggestie dat ik mijn analyse over werkloosheid bij de Wiardi Beckman Stichting presenteerde. De WBS / PvdA toont geen interesse in een nieuwe analyse over werkloosheid ? Natuurlijk ben ik geen lid van de PvdA meer. Later bleek mij dat De Beer een voorstander is van een basisinkomen. Daar blijkt sektarisch denken heel sterk.

Er wordt verwezen naar een nummer van Beleid en Maatschappij. Daar zien we ook bijdragen van Ewald Engelen  en Alfred Kleinknecht – maar achter een betaalmuur waarbij het niet uitnodigend is daarvoor te gaan betalen.

Marcel ten Broeke sluit af met de suggestie dat er meer onderzoeksinstituten naast het CPB zouden moeten komen. Blijkbaar snapt ook hij nog niet dat er een natuurlijk monopolie is. Zulke dienen gereguleerd te worden. In mijn analyse leidt dit tot de conclusie van de noodzaak van een Economisch Hof, met als taak: toe te zien op de kwaliteit van de gebruikte informatie.

Advertenties

Over Thomas Colignatus

Thomas Cool is an econometrician and teacher in mathematics in Scheveningen, Holland. He uses the name Colignatus is science to distinguish this from his other activitities in commerce or politics. His personal website is http://thomascool.eu
Dit bericht werd geplaatst in Monitoren van vooruitgang en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.