Pasen 2017: De metafoor van het mensenoffer

Met de gouden regel is niets mis:

“Wat je niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook de ander niet.”.

Wanneer ik een computerprogramma schrijf dan houd ik ook in gedachten: Programmeer niet voor anderen wat je niet voor jezelf geprogrammeerd wil zien. Hopelijk willen Microsoft en Google daar ook rekening mee houden. Ook voor journalisten is het mooi: Schrijf niet voor anderen wat je niet voor jezelf geschreven wil zien.

Er is wel wat mis met de dood van Jezus als metafoor voor het mensenoffer. Door het eten van de appel van de paradijslijke boom van kennis zou de mensheid met een erfzonde zijn belast, en god stuurde zijn zoon om ons via diens sterven te redden. Dat Jezus verrees toont ons slechts dat hij werkelijk de zoon van god is. Het gaat om redding en zoenoffer. Het lam gods, geofferd voor onze vergiffenis. De zondebok, die met onze zonden wordt beladen en dan de wildernis wordt ingestuurd of maar direct wordt geslacht. In het Grieks is het “farmakos” en we hebben er de farmacie aan overgehouden. Jezus is sinterklaas voor grote mensen.

Het mensenoffer raakt diep aan het overlevingsinstinkt. Weinig is zo sensationeel en kan de aandacht zo focussen als smaad en laster en geweld en het publiek terechtstellen van iemand die klaarblijkelijk niet wil deugen. De stokslagen en onthoofdingen in Saudi Arabië en ISIS zweren erbij. De echte terroristen zijn ook degenen die anderen aanpraten dat ze een bom in hun rugzak kunnen doen. Het christelijk geloof biedt in dat opzicht enige vooruitgang, maar blijft een halfweg-station tussen enerzijds het daadwerkelijk brengen van mensenoffers aan Baal en anderzijds het toch nog wel aan de metafoor vasthouden.

De echte vooruitgang kwam met de Verlichting, met de scheiding van kerk en staat, en het gaan waarborgen van de rechten van de mens. Met eten in de maag, minstens eenmaal in de week douchen en goed onderwijs lijkt een samenleving mogelijk waarin de metafoor van het mensenoffer niet meer nodig is. We hebben nog wel de journalistiek die van sensatie leeft, het laatste monster dat getemd moet worden.

Er is een wonderlijke dynamiek bij instituties. Neem instituties als de kerken of D66. Mensen die de onwaarheden doorprikken – “Jezus stierf voor onze zonden” of “Meer democratie met de kroonjuwelen van districtenstelsel, referenda en direct gekozen premier en burgemeesters” – verlaten de institutie en zijn blij er niets meer mee te maken te hebben. Dan houd je nog wel een kleine kern aan diepgelovigen over, die hun nieuwe aanhang extra gaan indoctrineren, en die zodoende niet meer voor rede vatbaar kunnen blijken. Soms kunnen zulke kernen de wind in de zeilen krijgen van mensen die op zoek zijn naar zekerheid. In 2006 was D66 in de Tweede Kamer teruggebracht tot 3 zetels. Eindelijk gloorde licht aan de horizon dat de partij zichzelf zou opheffen. Maar nee, het zendingslicht ontwaakte in Alexander Pechtold, en niets streelde zijn ijdelheid meer dan doen alsof hij redelijk was – en anderen dan blijkbaar iets minder. Toevallig was daar ook Wilders die zondebokken nodig had, en samen boksten ze elkaar weer omhoog in de kiezersgunst. Goede journalistiek had getoond dat het veel geschrei en weinig wol was, zodat beiden van ’s lands toneel hadden kunnen verdwijnen. Goede journalistiek, kom daar maar eens om. Ook journalisten moeten een inkomen verdienen, en prik deze drogreden maar eens door: “Ik doe slechts verslag van wat men in Den Haag tegen elkaar zegt.”

De mens is een sociaal dier en er is een begrijpelijke wens van gemeenschappen om regelmatig aan elkaar te tonen dat men een gemeenschap vormt. Bij sommigen valt het weekblad op de mat. Voetbalverenigingen hebben hun wedstrijden. Klaarblijkelijk vonden kerken vroeger de vorm van de zondagsmis. Menigeen lijkt nu te denken dat het wegvallen van kerkelijke bijeenkomsten zorgelijk is, en dat gezocht moet worden naar nieuwe vormen van zingeving en gemeenschapsdenken. Gelukkig wordt dan niet gedacht aan het opnieuw aanwakkeren van de metafoor van het mensenoffer, maar wat het dan wel is is gelukkig vaak ook onduidelijk, juist ook als het “ietsisme” wordt genoemd. Het wegvallen van de kerken lijkt me geen reden tot zorg. De mens is een sociaal dier en van nature is er voldoende gemeenschapszin aanwezig. Kernpunt blijft wel dat gezorgd moet worden voor een stevige democratie met checks and balances en een pluriforme pers, in alle gemeenschappen die zich vormen.

Achtergrond bij dit alles is mijn voorstel tot een interdisciplinair project voor het onderwijs, met de titel “De eenvoudige wiskunde van Jezus“. Dit combineert vakken als geschiedenis, maatschappijleer, wiskunde, natuurkunde (astronomie), en filosofie en levensbeschouwing. De Bijbel blijkt een astrologisch boek, met dus de wetenschap van het jaar nul, waarbij ontdekkingen op het terrein van tijdrekening, kalender en universum worden weergegeven in mythische verhalen. Bijvoorbeeld was er in Egypte al de parallel van de drie-eenheid van vader, zoon en heilige geest in de oorspronkelijke tijdrekening van ochtend, middag en avond, namelijk met Horus (valk, zonsopkomst), Ra (zon, middag) en Aten (slang of wandelstok van een oude man, zonsondergang). Wanneer Mozes een stok op de grond gooit die in een slang verandert dan is er die allegorische betekenis. Wiskunde is hier belangrijk omdat het betrekking heeft op het menselijk vermogen tot abstractie en het herkennen en leggen van patronen. Het vergt discipline om zorgvuldig met abstracties om te gaan. Bij getal en ruimte is er een strenge discipline ontstaan. Bij abstracties over levensovertuiging en geloof is er echter nog een sterke verleiding om in de (sterke) mythische verhalen te geloven. Het interdiscipliair project geeft de leerlingen de relevante informatie over het ontstaan van onze beschaving en helpt ze te ontdekken wat kritisch denken zou zijn.

Bijvoorbeeld zijn er nu veel mensen die door alle ophef over de Islam ertoe komen om zich nader in dat geloof te gaan verdiepen. Zij hopen dat het bestuderen van teksten over de Islam zal leiden tot meer begrip omtrent de aanhangers van dat geloof. Dit is een wonderlijk misverstand. Wie de teksten van de Islam gaat bestuderen kan alleen tot de ontdekking komen dat het een godsdienst is, zoals ook het Christendom een godsdienst is (met diverse stromingen). Zulke studie is dus tijdverspilling. Het is zoals denken dat je iets over democratie leert door het bestuderen van teksten van D66 over de kroonjuwelen van districtenstelsel, referenda en directe verkiezingen. Kritisch denken daarentegen betekent dat je doorhebt dat wanneer je democratie wilt bestuderen je dit ook daadwerkelijk moet doen, namelijk via de wetenschap. (Niet zomaar vaag “wetenschap” maar hier helder omschreven door A.D. de Groot m.m.v. H. Visser.)

Advertenties

Over Thomas Colignatus

Thomas Cool is an econometrician and teacher in mathematics in Scheveningen, Holland. He uses the name Colignatus is science to distinguish this from his other activitities in commerce or politics. His personal website is http://thomascool.eu
Dit bericht werd geplaatst in Omgaan met de waarheid, Rol van de wiskunde en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.