Brief aan het bestuur van D66: Verzoek tot erkenning dat de “kroonjuwelen” juist minder democratisch zijn

Aan het bestuur van D66
Letty Demmers (vz), Henk Beerten, Michiel van der Eng, Annelou van Egmond,
Tjeerd Dierckxsens, Joan Nunnely, Michiel Verkoulen, Lia de Ridder

28 april 2017
Betreft: Verzoek tot erkenning dat de “kroonjuwelen” juist minder democratisch zijn

Geachte bestuur,

Deze week plaatste de Newsletter van de Royal Economic Society (RES) van het Verenigd Koninkrijk een artikel van me: “Voting theory and the Brexit referendum question“.

De formatie-onderhandelingen in Nederland, de Britse verkiezingen op 8 juni en de ervaringen met referenda en verkiezingen van presidenten in USA, Frankrijk en Turkije brengen mij ertoe aan D66 en zijn kroonjuwelen te denken: (1) districtenstelsel (Trump, UK), (2) referenda (Brexit, Ukraine), (3) directe verkiezingen (Trump, Macron / Le Pen / Fillon / Melenchon / Hamon).

We kunnen kort nagaan:

  • Referenda zijn meestal dom en gevaarlijk.  (voetnoten 1, 2, 3)
  • Trump werd gekozen (62.9 miljoen stemmen) doordat het stelsel van kiesmannen per staat werkt als een districtenstelsel. Bij een proportioneel stelsel was Clinton (65,8 miljoen stemmen) gekozen. Trump heeft 46% van de totaal uitgebrachte stemmen (136,7 miljoen), terwijl een Nederlandse premier gangbaar steunt op een meerderheid in de Kamer. (Met een opkomst van 60% heeft Trump maar 27% van de stemgerechtigde bevolking.)
  • Directe verkiezingen zijn minder democratisch. Beter is het dat de functionaris wordt gekozen door een vertegenwoordigend lichaam. De overstap in Turkije naar een presidentieel stelsel is ook daarom problematisch. Wanneer burgers op hun partij van keuze stemmen, dan kunnen de professionals in het parlement gebruik maken van meer geavanceerde stemmethoden.

Alexander Pechtold zegt over de kroonjuwelen van D66: “We hebben ze wel maar ze liggen niet in de etalage.” Dit lijkt geruststellend bedoeld maar is het niet. Hij kan immers bedoelen dat ze in de brandkast liggen, dat ze behoren tot het DNA van D66, en dat ze ieder moment kunnen opduiken om de politieke discussie te ontregelen. Pechtold zegt ook: “Maar zolang niemand mij een beter alternatief geeft, zal ik het [raadgevend referendum] hartstochtelijk blijven propageren.”   Maar Pechtold weigert tegelijkertijd naar alternatieven te kijken.

Mijn verzoek aan D66 is om deze kwestie met open geest te onderzoeken zodat u kunt concluderen dat de kroonjuwelen juist minder democratisch zijn. Dat waren ze al bij de oprichting van D66. Hans van Mierlo deed geen wetenschappelijk onderzoek naar democratie, maar liet zich inspireren door het Amerika van JFK. Mijn suggestie is dan ook dat D66 zich opheft zodat er ruimte komt voor een sociaal liberale partij die geheel onbelast is met deze geschiedenis van 50 jaar volksverlakkerij en gebrek aan respect voor wetenschap en democratie.   Ik plaats deze brief ook op mijn weblog, geanonimiseerd voorzover nodig.

Met vriendelijke groet,

Thomas Cool / Thomas Colignatus
Econometrist en leraar wiskunde
(…) Scheveningen

Advertenties
Geplaatst in Democratie | Tags: , , , , , ,

De wenselijkheid van een statistiek van het belastingvacuüm

Het verschil tussen bruto loonkosten voor de werkgever en de netto inkomsten voor de werknemer wordt gangbaar de “wig” genoemd. We kunnen een grafiek maken met de bruto loonkosten op de horizontale as en de wig van belastingen en premies op de verticale as. De bruto loonkosten zijn weer terug te vinden op de lijn y = x, oftewel de 45-graden lijn, en de wig komt dan duidelijk naar voren als het verschil tussen bruto en netto. We kijken dan in verticale richting.

Van verticaal naar horizontaal

Draai de kijkrichting nu van verticaal naar horizontaal. Het verschil tussen bruto en netto is ook horizontaal terug te vinden. Dit is met name relevant voor het minimumloon.

Bekijk het loontraject tussen netto minimumloon voor de werknemer en de bruto loonkosten voor de werkgever. In dat loontraject worden belastingen en premies geheven (de wig) maar deze heffingen kunnen niet worden geïnd, omdat betrokkenen door de wet op het minimumloon daar toch niet mogen werken. De passende naam is dan niet de “wig” maar het “belastingvacuüm”. Het belastingvacuüm is derhalve de wig op het minimumloonniveau.

Hier gaat het om productiviteitsniveaus en capaciteiten om inkomen te verwerven, welke door het minimumloon gefrustreerd worden.

Het kost niets om deze belemmering af te schaffen

De heffingen in het belastingvacuüm – de wig bij het minimumloon – kunnen kostenloos worden afgeschaft, omdat deze toch niet binnenkomen, omdat men werkloos is.  In dat geval kan men voor bruto = netto gaan werken. Dit klinkt als het afschaffen van het minimumloon, maar is subtiel dus anders. Menigeen zal voorstander zijn van een fatsoenlijk minimumloon. Dit kan ook gehandhaafd blijven. Netto verandert er immers niets. Behalve dat werkgevers nu veel meer banen kunnen aanbieden.

Een cruciale verklaring voor werkloosheid en armoede

Het belastingvacuüm is een cruciale factor voor de verklaring van werkloosheid en armoede. Zie Hans Hulst en Auke Hulst m.m.v. ondergetekende: “Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt” (W&A), Thesis Publishers 1998 (pdf online). W&A bevat de relevante geschiedschrijving hoe het belastingvacuüm is kunnen ontstaan, en hoe de ministeries van Financiën en SZW langs elkaar heenpraten, en ook hoe economen van werkgevers en vakbonden hiervan geen sjoege hebben. W&A is nog in guldens, en hier is een kortere tekst uit 2010 in euro’s. Sinds 2010 is ook weer mijn website verplaatst van dataweb.nl naar thomascool.eu. Een actuelere versie in euro’s staat in het boek “Democratie & Staathuishoudkunde” (2012).

Het belastingvacuüm (tax void) bestaat denkelijk in alle OECD landen met een minimumloon. Zie hier voor enkele gegevens omtrent de USA en UK. Zie hier een working paper.

Productiviteitscurve

Voor de schatting van het effect van het belastingvacuüm op werkloosheid en armoede is ook een schatting van de productiviteitscurve in dat traject nodig. Mensen zijn daar werkloos, dus hoe kun je nu schatten wat hun productiviteit zou zijn ? Zie DRGTPE voor de schatting voor Nederland in bovenstaand plaatje. Ik heb ooit ook een schatting gemaakt voor de Nederlandse Antillen (pdf online).

BTW

Het belastingvacuüm is eigenlijk groter door de invloed van de BTW. De overheid voert een beleid waarin heffingen verschoven worden van de inkomens naar de omzet. Dit heeft te maken met de prikkel tot werken. De economische analyse achter dit beleid blijkt niet correct, want het gaat uit van statische belastingtarieven en niet van het dynamische marginale belastingtarief. In de correcte analyse kan de BTW terug naar 1%, als instrument voor conjunctuurbeheersing. Dat betekent dat de loonkosten op het minimumloon ook weer met 20% van het netto omlaag zouden kunnen.

Microtax en de wenselijkheid van een statistiek

In het verleden maakte ik gebruik van het CPB-programma Microtax om de actuele omvang van het belastingvacuüm te bepalen. Dit programma blijkt echter te zijn gesneuveld in een bezuinigingsronde.

Het CBS heeft een kader voor sociaal-economische statistieken. Het lijkt me dat het belastingvacuüm een belangrijk gegeven is voor de duiding van de sociaal-economische werkelijkheid. Wanneer het CBS een tijdreeks zou maken van het verloop van het belastingvacuüm sinds de invoering van het wettelijk minimumloon, en dit ieder jaar zou actualiseren, dan zou op den duur bij beleidsmakers het kwartje kunnen vallen dat hier iets ernstigs mis is bij de coördinatie van de wetgeving t.a.v. belastingen, premies en minimumloon. Hopelijk ontstaat er zodanig veel beleidsaandacht dat het CBS in de toekomst alleen nullen zou hoeven publiceren, en kan die statistiek dan worden opgeheven. Voor de verklaring van werkloosheid en armoede in het verleden blijft het dan echter een relevante statistiek.

Brief aan de Tweede Kamer

Hier is mijn brief aan economen in de Tweede Kamer met de suggestie hier aandacht aan te besteden.

Versplintering over economische specialisaties

Het blijkt erg moeilijk om bij economen aandacht te krijgen voor het concept van het belastingvacuüm. Men moet wat weten van zowel arbeidsmarkt als belastingen als macro-economische beleidskaders, terwijl de tendens bij wetenschappers juist is om zich te specialiseren, en zich te richten op de internationale bladen en niet op wat er in de Nederlandse beleidskeuken gebeurt.

Bij aanbieding van dit artikel aan het Tijdschrift voor Openbare Financiën (TvOF) reageerde Flip de Kam dat het geen nieuws bevatte t.a.v. wat ik hiervoor reeds had geschreven. Hij maakt dan echter geen onderscheid tussen working papers en publicaties in een (peer-reviewed) tijdschrijft als TvOF. Het lijkt me dat Flip de Kam nodeloos bescheiden is t.a.v. de betekenis van TvOF. Het is een irrationele reactie waardoor relevante kritiek niet de aandacht krijgt die deze toch wel lijkt te verdienen. Wie kan me uitleggen dat deze behandeling deugt ?

Wanneer het tot een parlementair onderzoek komt, dan is het relevant ook naar deze aspecten te kijken: (1) hoe aanhangers van het basisinkomen de fundamentele kritiek daarop doodzwijgen, terwijl het logisch zou zijn om eerst werkloosheid en armoede aan te pakken met gratis afschaffen van het belastingvacuüm, (2) welke misstanden er waren bij de invoering van het Belastingplan voor de 21e Eeuw: de link met het basisinkomen, en de leugen van Zalm en Vermeend, de wonderlijke kritiek van Vermeend en De Kam op elkaar, en (3) het doodzwijgen van kritiek door commentator Frank Kalshoven.

Het belang van het integratiekader

Het belastingvacuüm is een voorbeeld van een falend integratiekader. De overheid heeft een stelsel van overleg tussen ministeries met een jaarlijkse begroting om tot afstemming van de verschillende beleidsonderdelen te komen. Waar gehakt wordt vallen ook spaanders. Kwesties kunnen tussen wal en schip vallen. De kranten staan vol met berichten over wat er allemaal misgaat. Het is onmogelijk om alles voor iedereen perfect te regelen. De beste regeling is denkelijk een open democratie zodat de ergste misstanden toch nog aandacht kunnen krijgen.

Er blijken echter majeure kwesties te zijn waaruit een systematisch falen blijkt. Het belastingvacuüm valt daaronder, zie de gevolgen voor werkloosheid en armoede. Je kunt ook denken aan de economische factoren achter de invoering van de euro of de  klimaatverandering. Iedere kwestie vergt weer zijn eigen documentatie. Er zijn voldoende aanwijzingen die het advies tot een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid sinds 1970 en de rol van de voorbereiding van het economisch beleid en met name de rol van het Centraal Planbureau (als coördinator) te rechtvaardigen. Dit was al in 1990 duidelijk, en er zijn nu 25 jaar verstreken terwijl de relevante inzichten met censuur van de wetenschap zijn tegengehouden. Boycot dit land tot de censuur van de wetenschap is opgeheven ! Zie de petitie.

Geplaatst in Kernargument | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

Pasen 2017: De metafoor van het mensenoffer

Met de gouden regel is niets mis:

“Wat je niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook de ander niet.”.

Wanneer ik een computerprogramma schrijf dan houd ik ook in gedachten: Programmeer niet voor anderen wat je niet voor jezelf geprogrammeerd wil zien. Hopelijk willen Microsoft en Google daar ook rekening mee houden. Ook voor journalisten is het mooi: Schrijf niet voor anderen wat je niet voor jezelf geschreven wil zien.

Er is wel wat mis met de dood van Jezus als metafoor voor het mensenoffer. Door het eten van de appel van de paradijslijke boom van kennis zou de mensheid met een erfzonde zijn belast, en god stuurde zijn zoon om ons via diens sterven te redden. Dat Jezus verrees toont ons slechts dat hij werkelijk de zoon van god is. Het gaat om redding en zoenoffer. Het lam gods, geofferd voor onze vergiffenis. De zondebok, die met onze zonden wordt beladen en dan de wildernis wordt ingestuurd of maar direct wordt geslacht. In het Grieks is het “farmakos” en we hebben er de farmacie aan overgehouden. Jezus is sinterklaas voor grote mensen.

Het mensenoffer raakt diep aan het overlevingsinstinkt. Weinig is zo sensationeel en kan de aandacht zo focussen als smaad en laster en geweld en het publiek terechtstellen van iemand die klaarblijkelijk niet wil deugen. De stokslagen en onthoofdingen in Saudi Arabië en ISIS zweren erbij. De echte terroristen zijn ook degenen die anderen aanpraten dat ze een bom in hun rugzak kunnen doen. Het christelijk geloof biedt in dat opzicht enige vooruitgang, maar blijft een halfweg-station tussen enerzijds het daadwerkelijk brengen van mensenoffers aan Baal en anderzijds het toch nog wel aan de metafoor vasthouden.

De echte vooruitgang kwam met de Verlichting, met de scheiding van kerk en staat, en het gaan waarborgen van de rechten van de mens. Met eten in de maag, minstens eenmaal in de week douchen en goed onderwijs lijkt een samenleving mogelijk waarin de metafoor van het mensenoffer niet meer nodig is. We hebben nog wel de journalistiek die van sensatie leeft, het laatste monster dat getemd moet worden.

Er is een wonderlijke dynamiek bij instituties. Neem instituties als de kerken of D66. Mensen die de onwaarheden doorprikken – “Jezus stierf voor onze zonden” of “Meer democratie met de kroonjuwelen van districtenstelsel, referenda en direct gekozen premier en burgemeesters” – verlaten de institutie en zijn blij er niets meer mee te maken te hebben. Dan houd je nog wel een kleine kern aan diepgelovigen over, die hun nieuwe aanhang extra gaan indoctrineren, en die zodoende niet meer voor rede vatbaar kunnen blijken. Soms kunnen zulke kernen de wind in de zeilen krijgen van mensen die op zoek zijn naar zekerheid. In 2006 was D66 in de Tweede Kamer teruggebracht tot 3 zetels. Eindelijk gloorde licht aan de horizon dat de partij zichzelf zou opheffen. Maar nee, het zendingslicht ontwaakte in Alexander Pechtold, en niets streelde zijn ijdelheid meer dan doen alsof hij redelijk was – en anderen dan blijkbaar iets minder. Toevallig was daar ook Wilders die zondebokken nodig had, en samen boksten ze elkaar weer omhoog in de kiezersgunst. Goede journalistiek had getoond dat het veel geschrei en weinig wol was, zodat beiden van ’s lands toneel hadden kunnen verdwijnen. Goede journalistiek, kom daar maar eens om. Ook journalisten moeten een inkomen verdienen, en prik deze drogreden maar eens door: “Ik doe slechts verslag van wat men in Den Haag tegen elkaar zegt.”

De mens is een sociaal dier en er is een begrijpelijke wens van gemeenschappen om regelmatig aan elkaar te tonen dat men een gemeenschap vormt. Bij sommigen valt het weekblad op de mat. Voetbalverenigingen hebben hun wedstrijden. Klaarblijkelijk vonden kerken vroeger de vorm van de zondagsmis. Menigeen lijkt nu te denken dat het wegvallen van kerkelijke bijeenkomsten zorgelijk is, en dat gezocht moet worden naar nieuwe vormen van zingeving en gemeenschapsdenken. Gelukkig wordt dan niet gedacht aan het opnieuw aanwakkeren van de metafoor van het mensenoffer, maar wat het dan wel is is gelukkig vaak ook onduidelijk, juist ook als het “ietsisme” wordt genoemd. Het wegvallen van de kerken lijkt me geen reden tot zorg. De mens is een sociaal dier en van nature is er voldoende gemeenschapszin aanwezig. Kernpunt blijft wel dat gezorgd moet worden voor een stevige democratie met checks and balances en een pluriforme pers, in alle gemeenschappen die zich vormen.

Achtergrond bij dit alles is mijn voorstel tot een interdisciplinair project voor het onderwijs, met de titel “De eenvoudige wiskunde van Jezus“. Dit combineert vakken als geschiedenis, maatschappijleer, wiskunde, natuurkunde (astronomie), en filosofie en levensbeschouwing. De Bijbel blijkt een astrologisch boek, met dus de wetenschap van het jaar nul, waarbij ontdekkingen op het terrein van tijdrekening, kalender en universum worden weergegeven in mythische verhalen. Bijvoorbeeld was er in Egypte al de parallel van de drie-eenheid van vader, zoon en heilige geest in de oorspronkelijke tijdrekening van ochtend, middag en avond, namelijk met Horus (valk, zonsopkomst), Ra (zon, middag) en Aten (slang of wandelstok van een oude man, zonsondergang). Wanneer Mozes een stok op de grond gooit die in een slang verandert dan is er die allegorische betekenis. Wiskunde is hier belangrijk omdat het betrekking heeft op het menselijk vermogen tot abstractie en het herkennen en leggen van patronen. Het vergt discipline om zorgvuldig met abstracties om te gaan. Bij getal en ruimte is er een strenge discipline ontstaan. Bij abstracties over levensovertuiging en geloof is er echter nog een sterke verleiding om in de (sterke) mythische verhalen te geloven. Het interdiscipliair project geeft de leerlingen de relevante informatie over het ontstaan van onze beschaving en helpt ze te ontdekken wat kritisch denken zou zijn.

Bijvoorbeeld zijn er nu veel mensen die door alle ophef over de Islam ertoe komen om zich nader in dat geloof te gaan verdiepen. Zij hopen dat het bestuderen van teksten over de Islam zal leiden tot meer begrip omtrent de aanhangers van dat geloof. Dit is een wonderlijk misverstand. Wie de teksten van de Islam gaat bestuderen kan alleen tot de ontdekking komen dat het een godsdienst is, zoals ook het Christendom een godsdienst is (met diverse stromingen). Zulke studie is dus tijdverspilling. Het is zoals denken dat je iets over democratie leert door het bestuderen van teksten van D66 over de kroonjuwelen van districtenstelsel, referenda en directe verkiezingen. Kritisch denken daarentegen betekent dat je doorhebt dat wanneer je democratie wilt bestuderen je dit ook daadwerkelijk moet doen, namelijk via de wetenschap. (Niet zomaar vaag “wetenschap” maar hier helder omschreven door A.D. de Groot m.m.v. H. Visser.)

Geplaatst in Omgaan met de waarheid, Rol van de wiskunde | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

MO over de “Derde Weg” van vooral de PvdA

MO’s website meldt dat hij bezig is aan een proefschrift:

“Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Hij doet als promovendus onderzoek bij de Universiteit van Tilburg naar de intellectuele achtergronden van de draai naar rechts in de Nederlandse politiek met de opkomst van Fortuyn. De doorbraak van het rechtspopulisme is in Nederland overwegend beschreven als een opstand van de onderbuik. Zijn proefschrift verkent de opstand in de bovenkamer.”

Ik vond MO’s artikel over Cliteur over Wilders verhelderend. MO bekritiseerde ook een filmpje waarop Diederik Samsom een lied zong met het refrein “Het is allemaal de schuld van Diederik” – en ik ben het met MO eens dat Samsom deze poging met misplaatste humor beter niet had kunnen wagen. Zoals het optreden van Obama op de White House Correspondent’s Dinner toont is de conference een veel betere vorm voor zelfrelativering dan een lied: en zoek dan s.v.p. tekstschrijvers die zelfrelativering niet veranderen in spot op mensen die jou weer niet begrijpen.

Aldus las ik verder in MO’s werk en zag dit artikel “Opkomst en voortbestaan van de Derde Weg. Het raadsel van de missende veren“, in Beleid en Maatschappij 2016-3, maar hier leesbaarder zwart op wit.

Wat is die Derde Weg ? Een gangbare beschrijving

Deze “Derde Weg” betreft het verzoenen van economische noodzakelijkheid met sociale wensen. In een bespreking van de Derde Weg verwacht men derhalve zowel aandacht voor economie als aandacht voor het sociale en politieke. Het is de economische wetenschap die voor ons verheldert wat noodzakelijk zou zijn, en het is de politieke discussie die helpt tot een beeld te komen van het sociaal wenselijke.

Laat ik eerst een “gangbare beschrijving” geven die men op diverse plekken kan lezen. Wellicht maak ik hiervan een stropop die ik straks weer neersabel, maar het helpt de verheldering.

De “Derde Weg” was oorspronkelijk de afwijzing van communisme en kapitalisme, en dus het vormgeven van iets daartussen. In Nederland vond het vorm in de oprichting van de SDAP in 1894 en vervolgens de PvdA in 1947 met de sociaaldemocratie van Drees en Tinbergen. Het Plansocialisme vond zijn vertaling in de oprichting van het Centraal Planbureau (CPB) waarbij echter minister van Economische Zaken Huysmans (KVP) de taak tot advies beperkte. Bij de oliecrises van 1970-1980 voerde de overheid, zowel links als rechts, een “keynesiaans beleid” van stimulering, zoals de dominante economische theorie van die dagen luidde. Hierdoor stegen zowel inflatie als werkloosheid: stagflatie. Op zoek naar een oplossing kwam het CPB met de VINTAF jaargangenanalyse en het advies tot loonmatiging. Dit vormde de basis voor de kabinetten Lubbers. In de USA en de UK kwam het neoliberalisme op, dat tot de nieuwe norm in de economische theorie werd. De politiek van liberalisering en deregulering werd overgenomen door Reagan en Thatcher en vervolgens ook door Lubbers. Voor de PvdA ontstond een nieuwe “Derde Weg” discussie: hoe dit neoliberalisme in de bestaande concepten te integreren ? De politieke elite in de PvdA zoals politicoloog Ad Melkert vond de oplossing in het vasthouden aan loonmatiging. Hun redenering is dat via de export inkomsten worden verdiend die de overheid weer aan sociaal wenselijke doelen kan uitgeven. Het neoliberalisme in de Nederlandse politiek is altijd gedempt want de grootste invloed blijkt toch ook weer de loonmatiging te zijn, en er is nog steeds veel verborgen werkloosheid van mensen die zijn opgesloten in uitkeringssituaties.  Zie dit Engelstalig paper.

Een betere beschrijving

Deze gangbare verklaring rammelt op een paar belangrijke punten.

Ten eerste was de analyse van Keynes zelf ook bedoeld als een Derde Weg. Het zgn. “keynesiaans beleid” in de jaren 1970-1980 was derhalve een perversie van wat Keynes zelf zou hebben geadviseerd. Het succes van Reagan kwam juist ook door het Keynesiaans element in zijn beleid: Reagan verlaagde de belastingen en schiep een groot overheidstekort, en de deregulering veroorzaakte dat bij de banken het geld alle kanten opklotste. Zie hier voor de Keynesiaanse jaren 1981-2007.

Ten tweede kan een overschot op de betalingsbelans niet binnenlands worden besteed: boekhouden toont dat het alleen in het buitenland wordt belegd. Het juiste beleid zou juist zijn om te streven naar evenwicht en niet naar een overschot op de lopende rekening.

Ten derde laat het vraagstuk zich scherper neerzetten. Een Nederlands econoom die met deze situatie wordt geconfronteerd moet twee zaken aanpakken: niet alleen de Nederlandse loonmatiging maar ook de nieuwe norm in de economische theorie, het neoliberalisme. Vanuit het CPB gaven Marein van Schaaijk in ESB 1983 en Anton Bakhoven in ESB 1988 een alternatief voor het loonmatigingsbeleid. In mijn eigen werk gaf ik een aanvulling hierop en formuleerde ik ook een nieuwe synthese als correctie op dat neoliberalisme, als juiste voortzetting op Keynes en Tinbergen. Collega-economen zouden kunnen beginnen te lezen in deze RES Newsletter of deze inzending voor TvOF.

Wie wil begrijpen wat er dan aan de hand is adviseer ik mijn boek “Democratie & Staathuishoudkunde” (2012). Voor slechts EUR 15 gaat er een wereld van begrip voor u open die van cruciaal belang is voor de toekomst van uzelf, kinderen en kindskinderen.

Afstand economie tot sociologie en politicologie

Oudenampsen beschrijft de aanpak van de PvdA als “sociaal-liberaal”. Dat lijkt me onjuist. Een mogelijke term is “sociaal-neoliberaal”. Ik schrijf hier als wetenschapper maar in mijn politieke dimensie ben ik voorzitter van het Sociaal Liberaal Forum, en ik kan zowel PvdA als D66 niet sociaal-liberaal vinden. Een sociaal liberaal heeft respect voor wetenschap en dit respect ontbreekt bij PvdA en D66.

Oudenampsen spreekt ook over een “monetaristisch macro-economisch beleid gericht op reductie van begrotingstekorten door het bezuinigen op de publieke uitgaven”. Voor een econoom klinkt dit als het beschrijven van een koe als een libelle, alleen maar omdat het allebei dieren zijn. (Ik neem aan dat insecten ook dieren zijn, maar ben geen bioloog.)

Er is hier derhalve nog een te grote afstand tussen economie en vakken als sociologie en politicologie. MO meldt dat er een forse literatuur is over de “Derde Weg”, maar zijn literatuurlijst bevat op zijn hoogst 25% teksten van economen. Verwezen wordt naar economen Den Uyl, Wöltgens, Bos, Van der Ploeg, De Beer, Den Butter en bedrijfseconoom Wim Kok. Bekende internationale “Derde Weggers” als Clinton, Blair en Schröder waren juristen.

Dus ik zou MO adviseren om ofwel een puur sociologisch en politicologisch onderwerp te kiezen of anders eerst een studie economie te doen alvorens dat nu beoogde proefschrift af te maken. Jos de Beus had de hier gewenste combinatie van economie en politicologie. Helaas snapte De Beus het theorema van Arrow niet. Helaas overleed hij veel te jong, met nog zoveel mooie dingen te doen.

Hoe de PvdA verdwaalde en MO daarin nog meegaat

MO citeert auteurs die selectief te werk gingen en mijn werk negeerden. Het is te hopen dat MO in de toekomst zelf zulke selectiviteit vermijdt. Laat ik hier wijzen op de selectiviteit van economen De Beer, Den Butter en Van der Ploeg. Voor Paul de Beer kan ik nog wijzen op het sektarisch denken over het basisinkomen. Zie dan ook mijn bespreking: “Wat stampen we lekker, zegt muis“.

Voor een goed begrip van de ontwikkelingen in de PvdA kan men denkelijk het beste beginnen bij de val van de Berlijnse Muur in 1989 en mijn vertrek uit de PvdA in 1991: Soms loopt het zo“. Ik ben een bescheiden en hulpvaardig mens en een kundig econometrist. Wanneer iemand zo geforceerd wordt dat die zich gedwongen ziet een partij te verlaten, dan heeft die partij nogal wat fatsoensprincipes geschonden. Het tekent de PvdA ook dat niemand daar belangstelling voor toont. Verwijzen naar het latere opstappen van Marcel van Dam en Jan Pronk is niet zo sterk want die toonden ook geen belangstelling voor mijn vertrek (als ze er al van wisten), dus die hebben ook bijgedragen tot een partijcultuur waarvan ze dan zelf later het slachtoffer werden.

Wouter Bos

Ik ben verder niet zo onder de indruk van MO’s bespreking over de Derde Weg. Het lijkt me vooral iets dat sociologen en politicologen bezighoudt en dat vooral gaat over retoriek van politiek leiders en ideologen, en dat inhoudelijk weinig om het lijf heeft. MO pag 27 erkent dat eruitkomt wat je erinstopt:

“Echter de mate waarin de Derde Weg een afscheid van de sociaaldemocratie inhoudt, of juist een voortzetting daarvan met andere middelen, blijft een vrij subjectieve definitiekwestie”

Ik heb eigenlijk dezelfde reactie als Wouter Bos, althans in dit citaat door MO p29:

‘mainstream sociaaldemocratie, niet meer en niet minder’ 

hetgeen ook betekent dat het vooral van de politieke situatie van de dag afhangt hoe die Derde Weg dan zijn invulling krijgt. De politicoloog die naar constanten zoekt zal dan toch ook een degelijke basis in de staathuishoudkunde moeten hebben. Dit is een herhaling van zetten t.o.v. het bovengestelde.

Wel is het jammer dat ik in de PvdA te maken had met politicoloog Melkert en niet met econoom Bos. Ik vrees dat PvdA-voorzitter en econome Marjanne Sint destijds een beoordelingsfout heeft gemaakt door Melkert zo snel aan een prominente positite te helpen. Het lijkt me onjuist dat Melkert nu weer is benoemd tot buitengewoon lid van de Raad van State. Wanneer leert de PvdA dat iemand die economen napraat niet meteen ook deskundig is ? Natuurlijk, wie niet studeert heeft meer tijd om te lobbyen voor de eigen positie, maar alsjeblieft !

Lodewijk Asscher

Aardig in MO’s bespreking is dat we hier de zoveelste misstap van Lodewijk Asscher kunnen zien. Uit diens CV blijkt dat hij gymnasium heeft gedaan maar of het alfa of beta is staat er niet bij. De uiteindelijke studie rechten doet alfa vermoeden.

(1) In Amsterdam was de verliefdheid op Asscher zo groot dat de gemeenteraad akkoord ging met het opkopen van panden op de Wallen waardoor de uitbaters binnenliepen en de dames de straat op werden gejaagd. Hoe is zoiets mogelijk ? Ik adviseer een parlementair onderzoek.

(2) Toen Diederik Samsom in 2012 zich eerst fel tegen de VVD verzette maar daarna toch een akkoord met de VVD sloot, leverde Asscher geen kritiek maar accepteerde het vice-premierschap, wat kiezers al in de peilingen van 2013 als kiezersbedrog toonden, met pas in 2017 een daadwerkelijke verkiezingsuitslag (van 38 naar 9 zetels). Asscher gunde Samsom niet de ruimte om zijn keuze bij de kiezers te verdedigen, maar ging het lijsttrekkerdebat en daarna de verkiezingen aan met de inconsistentie van zowel het kabinetsbeleid verdedigen als zeggen dat het akkoord met de VVD in 2012 eigenlijk fout was.

“Naar nu blijkt was Asscher het niet eens met de wijze waarop Samsom met de VVD onderhandelde over het regeerakkoord. Tenminste, dat beweert hij nu – destijds hebben we daar niets over vernomen. ‘Je hebt ons het gevoel gegeven dat er werd gekwartet met onze waarden’, zei Asscher in het eerste debat. Hij doelde op de uitruil van PvdA- en VVD-plannen tijdens de formatie. Samsom was verrast, wat ik me kon voorstellen. Dat het oude verwijt werd opgepoetst door de man met wie hij al die tijd een front vormde, was erg merkwaardig.” (Bert Wagendorp, de Volkskrant)

(3) Asscher’s “Wet werk en zekerheid” werkt averechts, zoals economen vooraf al waarschuwden. Er zijn twee mogelijke verklaringen: ofwel Asscher toonde zich blind voor de wetenschap, ofwel hij meende toch een vlag op een modderschuit te moeten hebben om tegenover een goedgelovige achterban te doen alsof hij werkelijk iets sociaals deed. Het is wonderlijk dat een Tweede Kamer dit accepteert. Maar ja, coalitiedwang …

(4) Asscher schreef blijkbaar een proefschrift over de vrijheid van meningsuiting, en dit was aanleiding voor me tot het schrijven van deze open brief in 2010. Helaas geen antwoord ontvangen. (PM. Deze journalist verwijst ook naar dat proefschrift i.v.m. Big Data.)

(5) Zie deze brief aan het Presidium van de Tweede Kamer omtrent coalitievorming en keuze van de premier.  Na de afstraffing van de PvdA bij de verkiezingen van 2017 lijkt het me logisch dat de fractie beschikbaar blijft voor regeringsdeelname, juist ook om de idealen in regeringsverantwoordelijkheid te helpen realiseren. Daarentegen besluit Asscher in de oppositie te gaan, tegen welk kabinet dan ook. Hierbij verwart hij zijn persoonlijke positie met die van de PvdA. De afstraffing gold zijn persoon, en niet per se de sociaaldemocratische idealen van de PvdA.

(6) In MO’s artikel p18 zien we nu ook dat Asscher sterker met de VVD-PvdA coalitie was verbonden dan hij in het lijsttrekkerdebat deed voorkomen:

“Sinds 2012 is de PvdA gaan bewegen van een meer individualistische positie naar een meer op gemeenschap georiënteerde visie. De Van Waarde resolutie uit 2013 beroept zich op samenredzaamheid en gemeenschapszin als antwoord op een terugtredende overheid: ‘Er moet een omslag komen van ik naar ons.’ [ftnt] Maar de meest expliciete expressie van deze nieuwe koers vinden we in de destijds gehypte en inmiddels al bijna weer vergeten toespraak van Lodewijk Asscher, op 28 oktober 2012. [ftnt] Het was de zogenaamde Preek van de Leek, gehouden op een vrij belangrijk moment, vlak voor de vaststelling van het regeerakkoord van het kabinet Rutte II. Niet zonder reden was de zaal afgeladen met journalisten: de verwachting was dat hier een strategische lijn zou worden uitgezet. Asscher stelde niet teleur: door Vrij Nederland werd de preek prompt uitgeroepen tot de ideologische basis van het nieuwe kabinet. (…) De vernieuwing van Asscher is dat vrijwilligerswerk vanuit de gemeenschap als alternatief wordt aangedragen voor het marktmechanisme.  (…) Het eerste is een herformulering van het solidariteitsbegrip. Het tweede is de aankondiging een terugtredende overheid, waarvan de sociale kosten door de goede werken van de bevolking opgevangen dienen te worden. Solidariteit is voor Asscher niet langer iets dat verworven moet worden door politieke mobilisatie en dat gewaarborgd moet worden door instituties. Het is bovenal een persoonlijke opgave. (…) Deze politiek zou een jaar later pas officieel door het kabinet verkondigd worden met de introductie van het begrip ‘participatiesamenleving’ in de troonrede van september 2013, geschreven door Rutte en Asscher. (…) Maar het was Asscher, niet de VVD, die zich het eerste profileerde met dit thema.”

Ook hier is sprake van een denkfout. Er zijn momenteel verkeerde arrangementen in de vormgeving van de verzorgingsstaat. Hierover mag niet gesproken worden, met censuur van de wetenschap. De juiste aanpak is respect voor wetenschap tonen. Bestuurlijke fouten in de huidige arrangementen moeten worden aangepakt. Het is onjuist om de verzorgingsstaat op te heffen en alles aan markt en persoonlijk initiatief over te laten.

Economendebat in de PvdA

In de Nederlandse politiek dienen nieuwe economische inzichten door een politieke partij gedragen te worden. Zo’n partij kan dan gaan lobbyen bij andere partijen, en die zullen er alleen aandacht aan besteden wegens zulke lobby. Wanneer geen enkele partij zich achter een nieuw economisch inzicht schaart, dan heeft zo’n inzicht weinig kans. Wellicht kunnen ambtenarij en ook Centraal Planbureau zich nog voor een nieuw economisch inzicht openstellen, maar waarom zouden zij wanneer er een ingewikkeld uitlegtraject is voor politici die geen belangstelling tonen ? Het wordt nog erger natuurlijk wanneer zo’n inzicht op het CPB zelf wordt ontwikkeld en daar censuur ontstaat. Dus ook hier geldt dat wanneer de PvdA zichzelf opstelt als een oester, dan hebben nieuwe economische inzichten ook daar geen kans.

In de jaren 1930-1940 was er veel discussie over plansocialisme en het Plan van de Arbeid. In het decennium van de oliecrises 1970-1980 was er in de PvdA een inmiddels beroemd economendebat. Ik beschouw het ellebogenwerk door de Wiardi Beckman Stichting en Paul de Beer in 1990-1991 als funest voor eenzelfde soort debat naar aanleiding van mijn eigen economische analyse op het CPB in 1990 omtrent de fouten in de VINTAF analyse en de loonmatiging. Wie censuur pleegt en/of daar niet tegen optreedt kan zure druiven plukken, of helemaal geen druiven. Waar er dan geen economendebat is wordt de ruimte blijkbaar gevuld door sociologen en politicologen over de “Derde Weg”, maar zij zijn dan chroniquers van een intellectuele leegte.

Conclusie

Ik verwachtte dat de PvdA eerder zou ineenstorten, maar de paarse coalities van Kok en Rutte hebben het leven gerekt, met jaren van loonmatiging waardoor het voor de buitenwacht leek alsof er succes was – zie “Het ontstolen welzijn 1970-2005“.

In de Tweede Kamer in 2017 moet de PvdA-fractie er maar het beste van maken, en wellicht dat econoom Henk Nijboer een goede fractievoorzitter zou blijken. Maar laat de PvdA zichzelf nu maar opheffen. Zoveel gebrek aan respect voor wetenschap: als rechtgeaard wetenschapper kan ik er alleen maar van gruwen.

Geplaatst in Omgaan met de waarheid | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Update van: Bestuur NVvW verzint een “afspraak” met de staatssecretaris

Het NVvW-bestuur verzon een “afspraak” met de staatssecretaris over de rekentoets (nog niet in wikipedia) en dichtte Sander Dekker daarmee een onwaarheid toe, en gaf zo ook verkeerde informatie aan de Tweede Kamer, aan de leden (6 december) en de media (Volkskrant 8 december 2016).

Het is rare situatie. Wanneer iemand ontkent dat er een afspraak is, dan moet je goed nadenken voordat je gaat stellen dat iemand die afspraak heeft geschonden. Had je het zelf wel goed begrepen ? Het is dan nuttig om na te gaan of er daadwerkelijk zo’n afspraak is gemaakt. Tot zo’n reality check was het NVvW-bestuur niet bereid.

In dit geval wijst het beschikbare materiaal in de richting dat er niet zo’n afspraak was. Toch hield het NVvW-bestuur vol dat er wel zo’n afspraak was, en mogelijk droeg het zwartmaken van de staatssecretaris ertoe bij dat de Kamer akkoord ging met een poging om een voorstel van de NVvW nader uit te laten werken. De staatssecretaris werkt hier loyaal aan mee, en hier staat de daadwerkelijk gemaakte afspraak van begin 2017 waarin het NVvW-bestuur een rekentoets bij het eindexamen accepteert. Laat ik opmerken dat dit voorstel van het NVvW-bestuur door het bestuur zelf is verzonnen en dat mij onduidelijk is wie nu de aangezochte “experts” zijn.

In een email van mij aan de secretaris van het NVvW-bestuur van 5 december vroeg ik nadere informatie maar kreeg geen antwoord. Wat het bestuur op 6 december op de website zette is duidelijk geen voldoende antwoord maar een herhaling van de positie van eind november – die juist aanleiding gaf tot het stellen van vragen.

Ik zette de mogelijkheden op een rijtje, op 10 december 2016: bewuste geheimhouding, roze bril & wensdenken, en onbeschaamd keihard liegen. De eerste mogelijkheden leken mij onwaarschijnlijk. Wanneer er een afspraak met Dekker zou zijn en er zou geheimhouding zijn, dan zou Dekker eerder reageren dat het NVvW-bestuur die geheimhouding schond dan stellen dat er niet zo’n afspraak was. Voor een serieus te nemen NVvW-bestuur ga je ook niet uit van wensdenken. Met aarzelingen omgeven was mijn beste schatting:

“De conclusie is dat het bestuur op z’n minst een slecht geheugen heeft en dat die “afspraak” een verzinsel is.”

Of het onbeschaamd keihard liegen was staat hier nog niet geconcludeerd. Maar het was nog niet uitgesloten. Ik gaf hierbij ook de disclaimer dat ikzelf reeds persoonlijk had ondervonden dat de voorzitter van de NVvW mij belazerde: ik zou bevooroordeeld kunnen zijn. Maar het kan ook dat het belazeren vaker voorkomt. De staatssecretaris is in meer dan één opzicht een gewaarschuwd man.

Het is mij nadien duidelijk geworden dat alleen de voorzitter en de beleidsmedewerker van de NVvW bij het gesprek met de staatssecretaris en zijn ambtenaren van 5 maart 2015 aanwezig waren. Er zijn geen gespreksnotulen. De andere leden van het NVvW-bestuur verlaten zich volledig op de verslaggeving door voorzitter en beleidsmedewerker. Klaarblijkelijk bestaat hier een blind vertrouwen dat niet verstandig is. Het is zeer te betreuren dat de andere bestuursleden geen interesse tonen voor mijn protest dat ik mij door de voorzitter belazerd weet. In mijn ervaring kan er ook bij wiskundigen een zwart-wit denken bestaan dat niet bijdraagt tot bestuurlijk vermogen.

Nieuw stukje van de puzzel: Notulen van het NVvW-bestuur

Op de jongste Algemene Vergadering (AV) van de NVvW van 5 april 2017 gaf de beleidsmedewerker aan dat in de bestuursnotulen van voorjaar 2015 is opgenomen dat het bestuur de “afspraak” met Dekker geheim zou houden. Dit onderdeel in de notulen is nog niet vrijgegeven, het is wenselijk dat dit gebeurt, en het navolgende is dus ook weer tentatief:

  1. Het bestuur heeft derhalve de leden anderhalf jaar niet ingelicht, en daarentegen “informatie” gegeven dat men bezig was met lobbyen om het bestuursstandpunt geaccepteerd te krijgen (terwijl men meende dat dit reeds geaccepteerd zou zijn: op zijn minst toneelspelen). Mijn correctie t.a.v. bovenstaande conclusie van me van 10 december is dat de onwaarschijnlijk geachte mogelijkheid van bewuste geheimhouding toch de werkelijkheid blijkt.
  2. Aangezien de staatssecretaris ontkent dat er zo’n afspraak was, is minder waarschijnlijk dat met hem is afgestemd dat ook hij zich aan zulke geheimhouding zou houden (tenzij men de staatssecretaris een doortraptheid wil toedichten dat hij ook over de geheimhouding zou liegen). De beleidsmedewerker formuleerde het zo, dat het inderdaad zo overkwam dat alleen het NVvW-bestuur besloot tot geheimhouding, eenzijdig, zonder dat dit met de staatssecretaris was afgestemd. Dit is een wonderlijke situatie. Er is een “afspraak” en alleen één partij besluit het geheim te houden ? Zijn er werkelijk geen collega-bestuurders geweest die hierover vragen hebben gesteld ? Ook hier zouden de notulen informatie kunnen bieden.
  3. Men zou kunnen proberen om een onderscheid te maken tussen “geheim houden” en “bewust een onwaarheid voorwenden (liegen)”. Men kan zich voorstellen dat een bestuur niet (meteen) de informatie bekend maakt. Daarvoor moeten dan wel zwaarwegende redenen zijn. Welke waren die redenen ? Het moet niet zo zijn dat drogredenen plotseling worden voorgesteld als zwaarwegende redenen. Bijvoorbeeld zou men kunnen zeggen dat leerlingen die nu de toets moeten maken zich benadeeld zouden kunnen voelen ten opzichte van toekomstige leerlingen, maar het is evident dat het dan om andere situaties gaat, en zoiets valt ook aan leerlingen uit te leggen.
  4. Zie hier de brief die het bestuur op 15 februari 2016 aan de Tweede Kamer schreef, en waarover men de leden inlichtte. Wanneer er die geheimgehouden “afspraak” bestond dan is dit een duidelijke leugen: “(…) met de Staatssecretaris gesproken. Dit heeft nog niet geleid tot een omarming van ons voorstel (….)”. Een verdediging dat geheimhouding tot zulk liegen verplicht is onjuist. Daarentegen geldt juist dat wanneer men merkt dat zulk liegen dreigt te ontstaan men de geheimhouding opheft, en in dit geval bijvoorbeeld ook beleefd aan de staatssecretaris meldt dat de zelf gekozen geheimhouding wordt opgeheven.
  5. Het bestuur moet niet verbaasd zijn dat er personen zijn die zich door het bestuur belazerd voelen door deze (nu gebleken bewuste) geheimhouding. Velen hebben zich met de rekentoets beziggehouden en het is kwalijk dat men daarover niet de correcte informatie heeft ontvangen. Iedereen kan hier voor zichzelf spreken, maar ik doe het in ieder geval, en het NVvW-bestuur moet niet doen alsof ik hierover geen recht van kritiek – laat staan kritische vragen – heb – zoals het bestuur wel deed op die AV van 5 april 2017.
  6. Had het NVvW-bestuur niet geheimzinnig gedaan, dan was veel eerder van het misverstand met de staatssecretaris gebleken, en was dit circus van afgelopen december niet nodig geweest, en was het ook voor mij niet nodig geweest om hierover deze kritische vragen te stellen. Andermaal leert men de les van transparantie.
  7. Mijn conclusie van 10 december dat dit NVvW-bestuur over een slecht geheugen beschikt moet gekwalificeerd worden. Men heeft duidelijk niet onthouden wat verbatim is gezegd, maar er blijkt wensdenken te zijn geweest, en dat heeft men juist goed onthouden. Dit brengt ons op het volgende nieuwe gegeven dat sinds december boven water is gekomen.

Welingelichte kringen

Uit welingelichte kringen hoorde ik eind februari 2017 dat in het gesprek op 5 maart 2015 ook gesproken is over het initiatief van Onderwijs2032, en dat gemeld was dat dit een kader kon zijn voor nieuwe beleidsinitiatieven.

Het zou zeer wel kunnen dat voorzitter en beleidsmedewerker van de NVvW deze melding in het gesprek hebben opgevat als een opening. (Misschien ook omdat ze toen nog niet zo goed wisten wat Onderwijs2032 was – maar er was net een brainstorm geweest ?)

Melding maken van een nieuw beleidskader betekent nog lang geen afschaffing van de rekentoets want het schept slechts een kader waarin, nou ja, nieuwe beleidsinitiatieven mogelijk zijn. Toch lijkt dit de beste verklaring te bieden waarom voorzitter en beleidsmedewerker van de NVvW tot de gedachte kwamen van zo’n “afspraak”. Dat veronderstelt wel heel erg slecht luisteren en vooral willen horen wat men graag willen horen en niet goed onderling afstemmen van wat nu werkelijk is afgesproken.

Voor mij blijft het bizar hoe men tot zulk wensdenken komt en niet even een reality check doet en hoe men de staatssecretaris vervolgens bejegent.

De staatssecretaris doet er verder het zwijgen toe

Ondertussen moet de staatssecretaris natuurlijk verder. Er is in het onderwijs meer aan de hand dan de rekentoets en wangedrag bij het NVvW-bestuur. Er waren ook verkiezingen over belangrijker zaken. Men kan zich derhalve voorstellen dat Sander Dekker zich het wonderlijke voorval van eind 2016 laat aanleunen en er verder geen woorden aan vuil maakt. Hij is in ieder geval niet de confrontatie met het NVvW-bestuur en de beschuldiging van het breken van beloften en een afspraak aangegaan.

Het is de vraag of dit voor hem verstandig is. Bij de kabinetsformatie zouden zowel D66 (Paul van Meenen) en de VVD (Sander Dekker) de portefeuille van onderwijs kunnen claimen. Wanneer D66 zou stellen dat Dekker niet zo goed ligt in het onderwijsveld, dan zou dit ten nadele van Dekker kunnen uitwerken. De Volkskrant citeert Van Meenen:

“Volgens Paul van Meenen (D66), die Dekker vorige week in de Tweede Kamer om opheldering vroeg, zit er een luchtje aan de zaak. Zit Dekker dan te jokken? ‘Ik wacht even met die beschuldiging’, zegt hij. ‘Maar hij heeft er wel belang bij. De rekentoets is voor hem een prestigeproject.'”

Ik snap niet zo goed wat de logica in deze opmerking is. Dekker zou er belang bij hebben om eerst een “afspraak” te maken dat de rekentoets wordt afgeschaft en vervolgens te ontkennen dat hij die “afspraak” heeft gemaakt ? Ik vraag me af of Van Meenen dit kan toelichten zonder in ingewikkelde complottheorieën verzeild te raken.

Ikzelf zie dit iets anders:

  1. Paul van Meenen heeft gefaald in de controlerende taak van de volksvertegenwoordiging om de waarheid hier boven tafel te krijgen. Het is nogal een gemakkelijk citaat om de staatssecretaris een belang bij een “prestige” toe te dichten, maar het kost meer moeite om aan waarheidsvinding te doen. Waarheidsvinding is hier eigenlijk niet eens moeilijk, gezien het raamwerk dat ik heb neergelegd in mijn brief aan Dekker cc de Tweede Kamer.
  2. Paul van Meenen heeft een opleiding tot wiskundige en is voormalig wiskundeleraar (die zakte voor de rekentoets van 2015) en die de rekentoets – zoals vrijwel alle wiskundeleraren en ook ikzelf – een onding vindt. Maar Van Meenen faalde ook t.a.v. het kijken naar mijn kritiek sinds 2008 t.a.v. het onderwijs in wiskunde. Juist met zijn achtergrond had hij die kritiek t.a.v. het onderwijs in wiskunde kunnen oppakken. Met meer ontwikkeld bestuurlijk inzicht had Van Meenen kunnen constateren dat er iets wezenlijks schort aan zowel de bestuurlijke structuur omtrent het onderwijs in wiskunde (met zijn wiskundeoorlogen) als het specifieke optreden van dit NVvW-bestuur.
  3. Paul van Meenen is lid van D66, de partij met de kroonjuwelen van districtenstelsel, direct gekozen premier en burgemeesters, en referenda. Als wiskundige had hij kunnen en moeten beseffen dat hier wezenlijke vragen liggen, zie het opstel “Pas op met wiskunde over verkiezingen“. Besef dat Donald Trump gekozen is via een districtenstelsel (kiesmannen per staat). Sterker nog, ik heb Van Meenen attent gemaakt op mijn analyse en het boekje “Laat D66 zich opheffen“. In plaats daarvan weet ik niet anders dan dat Van Meenen hierover heeft gezwegen. Hij heeft aldus voorzover ik weet het Nederlandse volk bij de recente verkiezingen belazerd. Hij heeft dus met zijn kennis van wiskunde ook niet de meerwaarde geleverd die had kunnen leiden tot het opheffen van D66, sinds 1966 stoorzender in de Nederlandse politiek. (Ik geef toe dat ik “belazeren” een mooi woord ben gaan vinden en wellicht nu te vaak gebruik.)

Voor de goede orde: Ik geef slechts mijn observaties vanuit mijn wetenschappelijke werk t.a.v. theorie van democratie en verkiezingen en het onderzoek naar onderwijs en didactiek van wiskunde. Het parlement zal ongewijfeld ook andere factoren meenemen bij de keuze van de nieuwe bewindspersonen.

Conclusies omtrent dit NVvW-bestuur

De twee nieuwe gegevens sinds december ondersteunen de conclusie dat de “afspraak” verzonnen is. Een motief van staatssecretaris en Ministerie om de NVvW met een kluitje in het riet te sturen en aan het lijntje te houden is onlogisch gezien het belang dat men juist hecht aan goede relaties met het onderwijsveld.

Aldus zou dan de verklaring zijn dat voorzitter en beleidsmedewerker slecht hebben geluisterd en de rest van het bestuur op sleeptouw hebben genomen. Er is dan sprake van oprecht uiting geven aan een zinsbegoocheling en niet van kwade opzet tot het onbeschaamd keihard liegen. Dat laatste kan natuurlijk altijd nog maar het is niet aangetoond in dit geval.

Omdat onder wiskundigen het begrip Don Quichoterie populair blijkt maar opvallend vaak in een verkeerde betekenis wordt gebruikt, maar mogelijk ook als scheldwoord wordt misbruikt (zie hier), is het wellicht nuttig om aan te geven dat deze kwestie omtrent de “afspraak” dan een goed voorbeeld is van Don Quichoterie in de juiste zin van het woord: deze “afspraak” verzinnen is als windmolens voor reuzen aanzien, juist terwijl je jezelf als koene ridder ziet, en je zo bevordert dat je alleen ziet wat jezelf in die rol bevestigt.

De juiste aanpak is dat het NVvW-bestuur aan Sander Dekker, de Tweede Kamer, de Nieuwsbrief voor alle leden, en de media (en wellicht nog net geen kopie aan Donald Trump en Vladimir Putin):

  1. toegeeft dat er op 5 maart 2015 geen afspraak is gemaakt
  2. toegeeft de onwaarheid te hebben verteld dat er zo’n afspraak zou zijn (waarbij anderen kunnen erkennen dat het geen opzettelijke leugen was maar een oprechte uiting over een misverstand)
  3. toegeeft dat Dekker niet gelogen heeft
  4. toegeeft dat men aan wensdenken heeft gedaan
  5. en (ook schriftelijk) toegeeft dat men opzettelijk informatie aan de leden heeft onthouden (met publicatie van de relevante passage in de notulen zodat we nog eens naar de overwegingen kunnen kijken).

Me dunkt dat het genezingsproces kan beginnen wanneer 1 van de 2 gespreksdeelnemers met deze erkenning begint. Wanneer de beleidsmedewerker voor het inkomen afhankelijk is van de huidige baan, dan doet deze er verstandig aan ook hieraan te denken. Het vermogen een fout in te zien kan ten voordele pleiten terwijl het halsstarrig vasthouden aan een waandenkbeeld ten koste van anderen (Dekker, mij, en wie nog meer ?) niet echt een aanbeveling is. De voorzitter is elders werkzaam als leraar wiskunde en heeft meer ruimte om aan dit misverstand vast te houden – met “misverstand” als understatement voor Don Quichoterie. Voor hem kan het prestige (dixit Van Meenen) van een vermeend geslaagd voorzitterschap natuurlijk zwaar wegen, zoals wellicht ook een struisvogel met de kop in het zand zich de heerser over het universum waant. Maar het is ook mogelijk dat andere bestuursleden deze twee tot de orde roepen. De NVvW kent een raad van toezicht die kan toezien op geschillen tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur.

Er is verschil tussen het ervaren van een zinsbegoocheling en het ontkennen daarvan wanneer men erop is gewezen zodat men houvast heeft aan feiten en aan wat verstandige mensen zeggen. De kwestie is hierboven netjes uitgelegd en gedocumenteerd. Wanneer het bestuur meent dat deze analyse niet klopt dan moet het bestuur met harde bewijzen komen dat er werkelijk zo’n afspraak was zodat men met grond kan stellen dat de staatssecretaris en het Ministerie van OCW een leugen hebben gefabriceerd wanneer zij stellen dat zij niet van zo’n afspraak weten. De kwestie afdoen als welles-nietes en dat er geen bewijs zou zijn omdat er geen gespreksnotitie van OCW is – maar wel het “bewijs” van de eigen bestuursnotulen die alleen de eigen Don Quichoterie weergeven – is onvoldoende, want hierboven en eerder zijn dus ook andere overwegingen genoemd. Mocht het NVvW-bestuur niet realistisch zijn en corrigeren op bovenstaande wijze, dan kan niet langer sprake zijn van een oprechte uiting aan een zinsbegoocheling.  De andere bestuursleden die niet bij de vergadering met de staatssecretaris aanwezig waren moeten zich verlaten op slechts de getuigenis van de twee die dat wel waren, en uit het bewijsmateriaal kunnen zij afleiden dat er een misverstand moet zijn. Wanneer zij dat niet doen ontstaat hoe dan ook toch een kwestie van kwade wil (om te weigeren adequaat naar het bewijs te kijken) en onbeschaamd keihard liegen (om de zaak toe te dekken).

Vervolgens zijn er nog:

  1. de inconsistentie omtrent de competentie van onderbouwleraren t.a.v. rekenenonderwijs
  2. het negeren van het belang van het rekenen in het primair onderwijs en het onethische experiment dat daar nu op kinderen plaatsvindt
  3. de vraag wie nu de “experts” zijn die zich over het nieuwe plan buigen (PM. Sinds kort is er op de NVvW-website bij de werkgroep Wiskunde voor Morgen eindelijk een link, die dan doorverwijst naat “Rekenwiskunde21.nl“. Maar daar houdt men geen rekening met mijn kritiek alhier.)
  4. en de wenselijkheid t.a.v. excuses wegens het saboteren van mijn poging tot waarheidsvinding.

2015: Kamerleden maken de rekentoets. Bron: LAKS

Geplaatst in Democratie, Rol van de wiskunde | Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

Bericht voor de nieuw gekozen economen in de Tweede Kamer

Het blad Economisch-Statistische Berichten (ESB) had een wat wonderlijke oproept “stemt econoom” met als “uitslag” 18 gekozenen. Hopelijk hebben kiezers een bredere blik dan alleen een voorkeur voor een econoom op de lijst van de partij van hun keuze. ESB schept ook verwarring wie er econoom zou zijn en breidt hun telling uit met “of ESB-auteurs”. Meegerekend werden Mark Harbers die zijn studie economie niet afmaakte, Renske Leijten die haar de studie Nederlands niet afmaakte maar in ESB schreef, en Kees Verhoeven die economische geografie (aardrijkskunde) deed. Opmerkelijk wordt Tunahan Kuzu die bestuurskunde deed niet genoemd. Enfin, het zal wel een ludieke actie van de redactie zijn.

Economen hebben sowieso een ongemakkelijke relatie met de Tweede Kamer. In 2006-2007 had de Tweede Kamer een experiment met een Raad van Economisch Adviseurs (REA) waar men blijkbaar eerst verwachtingen van had, maar dat niets te makken had en maar weer werd opgeheven. Het is opmerkelijk dat de faculteiten economie er niet in slagen om zelf een instituut tot zulk economisch advies op te richten: het zou immers een nuttige ervaring voor studenten zijn om in een institutioneel kader aan advies mee te werken. We hebben nu een brei aan afstudeerscripties maar binnen zo’n kader kan het ene op het andere voortbouwen.

Hoe dan ook brengt ESB me wel op het idee om een bericht voor de economen in de Tweede Kamer te schrijven. Dit bericht heeft twee hoofdpunten:

  • Een econoom in de Tweede Kamer kan veel economie hebben gestudeerd maar men ontbeert nog steeds kennis en inzicht in de nieuwe economische analyse die sinds 1990 door censuur door de directie van het Centraal Planbureau (CPB) is getroffen.
  • In het navolgende zal ik enkele punten uit die analyse noemen. Dit kan vanzelfsprekend niet volledig zijn, gezien die censuur. Boycot Nederland tot de censuur is opgeheven, zie het advies tot een parlementaire enquête.

Jan Tinbergen (1903-1994)

Jan Tinbergen wordt door niet-economen tegenwoordig wat flauw weggezet, maar zijn werk is ook bij economen onderschat. Dit werk bevat nog steeds belangrijke suggesties voor de huidige wereldproblemen met bevolkingsgroei, economische verwevenheid, druk van het milieu alsook de nieuwe dreigingen van de technologie. Zie mijn In Memoriam Jan Tinbergen.

Derde van links Jan Tinbergen, in het midden Paul Ehrenfest, rechts Enrico Fermi. Bron: wikimedia

A.J. Cohen Stuart (1855-1921) en Henk Hofstra (1904-1999)

Henk Hofstra schreef een standaardwerk over de inkomensbelasting en haalt de regel van A.J. Cohen Stuart uit 1889 aan:

“Een brug moet eerst zijn eigen gewicht dragen voordat hij een last kan dragen.”

In the New Palgrave heeft Arnold Heertje dit lemma over zijn naamgenoot.

Henk Hofstra. Bron: wikimedia

Kamerleden Duisenberg en Van Rooijen

In het kabinet Den Uyl hebben Wim Duisenberg (1935-2005) en Martin van Rooijen het draagkrachtprincipe om zeep geholpen. Het toeval wil dat Martin van Rooijen in maart 2017 in de Kamer heeft plaatsgenomen voor 50Plus, terwijl ook de zoon van Duisenberg in de Kamer zit. Misschien willen ze samen iets goedmaken.

Zie pagina 50 in het boek Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt, waarvan Henk Hofstra het eerste exemplaar in ontvangst nam. (pdf online)

Een leugen door Gerrit Zalm en Willem Vermeend

Later hebben Gerrit Zalm en Willem Vermeend de situatie verergerd door het vervangen van de belastingvrije voet door een heffingskorting. Wiskundig maakt het niets uit dus het is lood om oud ijzer, maar psychologisch en bureaucratisch maakt het wel uit, want wanneer je niet deskundig bent dan wordt alles onoverzichtelijker.

Een probleem is ook dat Zalm en Vermeend ook een leugen pleegden.

PM. Dit is de tweede leugen door Zalm die niet op leugens.nl staat. Hier is de eerste.

Fraude door Bulgaren met de heffingskorting

Een extra complicatie was dat de belastingdienst reeds “belastingteruggaves” ging uitkeren, wat tot fraude door Bulgaren leidde. Dit is een randverschijnsel, maar het toont wel hoe versluierend de huidige systematiek is t.a.v. de diagnose dat een hoge heffingsvrije voet noodzakelijk is voor aanpak van werkloosheid en armoede. Zie dit paper over de moeizame communicatie tussen econometristen en juristen over deze materie.

Samenvatting van de analyse hoe belastingen tot werkloosheid leiden

Een samenvatting is te vinden op pagina 23-51 van De ontketende kiezer uit 2003 (pdf online). Er is ook dit artikel van 7 pagina’s uit 2010. (De weblinks zijn verplaatst van dataweb.nl naar thomascool.eu.)

Het boek uit 2003 kreeg onvoldoende aandacht. Een recensent (socioloog) begon zelfs te lasteren en er was geen econoom die hem weersprak. Mijn advies sinds 2005 luidt dan ook dat hoogleraren economie in Nederland zijn te ontslaan wegens collectief falen t.a.v. de integriteit van wetenschap. Het is opmerkelijk dat bovengenoemde REA ook over van alles heeft geadviseerd maar niet t.a.v. het opheffen van de censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het CPB.

OECD en BTW

Het gaat hier om een algemeen beleid in de OECD. De conventie bij belastingen is dat de belastingvrije voet wordt aangepast voor inflatie. Dan blijft de voet natuurlijk achter bij de stijging van het bestaansminimum – dat stijgt met de welvaart. Ook kennen verzekeringen geen vrije voet. Beter is een stelsel van “basisverzekering” waarin iedereen standaard is verzekerd, met vervolgens een bijdrage naar draagkracht.

Tevens wordt er een algemeen beleid gevoerd om belastingen te verplaatsen van inkomens naar BTW. Echter, de theorie over de marginale tarieven kijkt alleen naar de statica en niet naar de dynamica. In de juiste econometrische aanpak blijkt een BTW van 1% voldoende. Slechts voor een betere statistiek van de omzet en om het instrument te kunnen gebruiken voor enige sturing op de conjunctuur.

De basisuitkering (geen inkomen)

Kamerlid en econoom Bram van Ojik schreef in zijn jonge jaren een tekst over een “basisinkomen”. Dit is geen inkomen maar een uitkering. Zalm en Vermeend hadden blijkbaar ook het politiek opzetje bij de “belastingteruggave” om de stap naar het “basisinkomen” gemakkelijker te maken. (Groot & Van der Veen: “basisinkomen by stealth”, zie het overzicht door Otjes & Lucardie.) Echter, berekeningen over de basisuitkering negeren altijd dat het grootste positieve effect al bereikt is wanneer je een hoge heffingsvrije voet kiest.

Aanhangers van de basisuitkering blijken sektarisch aangelegd, en zij weigeren naar deze kritiek te kijken. Op het CPB was er Gerrit Zalm die niet open stond voor die kritiek, bij de WBS was er Paul de Beer die niet open stond voor die kritiek.

In deze video is een korte uitwisseling in de Tweede Kamer tussen geschiedkundige Mark Rutte en mr Marianne Thieme, waarin Thieme de sektarische filosofie verkondigt en Rutte enkele belangrijke tegenargumenten geeft, maar waarin bovenstaand hoofdpunt nog niet genoemd wordt: verhoog eerst de heffingsvrije voet, en kijk dan naar wat er aan problemen overblijft.

De Nederlandse Antillen

Ik zag Cohen Stuart’s beeld over een brug en het draagkrachtbeginsel treffend getoond met het instorten van de Julianabrug over de Sint Anna baai op Curaςao. De Nederlandse Antillen hebben eenzelfde beleid van belastingen en premies, en ik kon in de cijfers terugvinden dat daar eenzelfde oorzaak ligt voor werkloosheid en armoede aldaar. Zie dit boek.

De splitsing van de Antillen was onverstandig (de dwaling van Pechtold) en maakt de zaak verder weer ononverzichtelijker. Beter was het geweest om daar eerst via belastingherziening werkgelegenheid te herstellen en armoede op te heffen, en vervolgens te werken aan een Caribische Unie zoals de EU. Menigeen vergeet dat transport over water altijd al veel voordelen had, zodat de eilanden veel meer verbonden zijn dan het op de kaart lijkt. (Wellicht kan kamerlid Kees Verhoeven dit als economisch geograaf bevestigen.)

Milieu en het tweesnijdend zwaard

T.a.v. het milieu is er het argument van het tweesnijdend zwaard: verlaag de belasting op arbeid en verhoog de lasten op milieuvervuiling. Economen Lans Bovenberg en Ruud de Mooij hebben hier tegenargumenten geformuleerd, en ook Rick van der Ploeg is daardoor overstag gegaan, en hun conclusie was dat dit zwaard bot zou zijn. Internationaal kiest men voor het tamelijk ineffectieve instrument van de emissierechten (met vervuilers als de nieuwe rijken en een kerstboom van bureaucratie). Echter, de analyse van Bovenberg en De Mooij houdt geen rekening met de dynamica en de gecensureerde analyse over de werkloosheid.  Zie ook dit concept-boek. (Bovenberg was later onderdirecteur op het CPB en deed niets tegen almaar voortdurende de censuur dus ook onder zijn medeverantwoordelijkheid.)

Pleegt Thierry Baudet intellectuele diefstal ?

In het verkiezingsprogramma van het Forum tegen (Newspeak “voor”) Democratie van warhoofd Thierry Baudet (mensen, onderzoek diens proefschrift eens) staat een belastingvrije voet van EUR 20.000. Ik heb aan FtD gevraagd om een nadere toelichting. Ik heb Baudet ooit een exemplaar van Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt gegeven. Er zijn weinig mensen in Nederland naast mij die nog over de belastingvrije voet spreken, want alle “deskundigen” spreken over de “heffingskorting”. Via de normale methodiek van het verhogen van de voet is de verhoging die FtD voorstaat heel erg duur, en hoe wil FtD dit financieren ? Terwijl mijn analyse is dat het op een gratis manier kan. Mijn analyse is – afgezien van de kern die door censuur is getroffen – in het publieke domein. Toch zou het wenselijk zijn wanneer FtD correct zou verwijzen. Wie o wie heeft FtD op de gedachte gebracht om deze hoge voet in hun programma op te nemen ?

Falende redacties bij bladen economie blokkeren cruciale informatie

Ik verwijs wel aardig naar ESB, maar ik moet ook vermelden dat ESB nimmer mijn protest tegen de censuur van de wetenschap en advies tot een parlementaire enquête heeft willen publiceren. Redacteur Hugo Keuzenkamp wilde ooit wel een artikel plaatsen wanneer die ene zin er maar uit ging. Het is mij een raadsel waarom de redactie aan zijn lezers deze belangrijke informatie wil onthouden. Ook de website MeJudice blokkeert die informatie. Ook het “Tijdschrift voor Openbare Financiën” weigert. U kunt het daar ingezonden artikel zelf lezen, en probeer s.v.p. te ontdekken waarom het niet in behandeling zou hoeven worden genomen. Ik ontkom niet aan de conclusie dat TvOF redacteurs Flip de Kam en Jan Donders een inbreuk op de integriteit van wetenschap plegen. Dus ook hier hebben de economen-Kamerleden die zulke bladen lezen geen toegang tot de relevante informatie.

Concluderend

In 1990-1991 presenteerde ik als econometrist en wetenschappelijk medewerker van het Centraal Planbureau een nieuwe economische analyse. Die werd door toenmalig directeur Gerrit Zalm van interne bespreking en externe publicatiegang tegengehouden. Dit is censuur van de wetenschap. Zalm was geen wetenschapper maar vanuit het ambtelijk apparaat van EZ op het CPB geplaatst. Hier toont het landsbestuur weinig respect voor de wetenschap. Dit is geen “oude kwestie” zoals econometrist en Kamerlid Pieter Omtzigt me ooit antwoordde, maar die censuur gaat iedere dag door. De crisis van 2007+ bevestigt mijn analyse maar er is niemand die naar het bewijsmateriaal kijkt. Pieter Omtzigt is hier ernstig verdwaald.

Door die censuur geldt dat “economen in de Tweede Kamer” weliswaar “economen” zijn, maar niet op de hoogte zijn van de relevante economische inzichten. Met hun gebrek aan kennis zijn zij gedwongen aan te modderen met wat zij dan wel van economie weten, maar het is dan niet op grond van de relevante kennis en informatie.

Mijn advies is een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid sinds 1970 en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid, en met name de rol van het CPB.

Geplaatst in Anatomie van Nederland, Kernargument | Tags: , , , , , , , ,

Complimenten en kritiek voor Tom van der Meer

Hoogleraar politicologie Tom van der Meer publiceerde “Niet de kiezer is gek“, waarin hij zich verzet tegen feitenvrij speculeren en het oplaten van luchtbalonnen zonder naar de consequenties te kijken.

Hier staan boek en een bekijkenswaardige video, en hier is een interview door (historica) Floor Rusman (NRC 2017-01-12). In de video vertelt Van der Meer dat achterin het boek een uitvoerige literatuurlijst staat waarin men de feiten kan nagaan. Andere boekbesprekingen zijn er door Geerten Boogaart in PR&P, Hans Wansink in de Volkskrant, Marcel Hulspas in Sargasso.

Ik heb het boek nog niet gelezen en beperk me tot deze verwijzingen.

Van der Meer verdient een enorm compliment. Sinds 1966 met D66 is het denken over democratie verstoord met dwaalredeneringen over direct gekozen premier en burgemeester, referenda en districtenstelsel, en recentelijk weer ophoging van de kiesdrempel en het via loterij aanwijzen van bestuurders. Het is een verademing dat Van der Meer aan wetenschappelijk onderzoek vasthoudt, en zulke luchtfietserij ook de naam geeft die het verdient: luchtfietserij.

Er zijn ook een paar kritische opmerkingen.

Van der Meer kon en moest weten van mijn werk

Het lijkt erop dat Van der Meer niet verwijst naar mijn boeken “Voting theory for democracy” en (met Hans Hulst) “De ontketende kiezer“. Dat is natuurlijk heel jammer, want zo geeft hij zijn lezers maar een deel van de beschikbare informatie. Mijn analyse en zijn uitkomsten zijn toch zeer relevant, zie mijn brief aan het Presidium van de Tweede Kamer t.a.v. coalitie en premier na de verkiezingen van 15 maart.

Ik heb Van der Meer in 2013 geïnformeerd over mijn email aan Kathleen Thelen. Van der Meer kan dus weten van mijn werk, wanneer hij maar belangstelling toont. Maar ja, wanneer hij mij zou klassificeren als de zoveelste luchtfietser, dan is de wereld weer het slachtoffer van het zoveelste geval van miscommunicatie.

Van der Meer’s zwakke diagnose van het mediacircus

Uit het NRC-interview begrijp ik dat Van der Meer een zwakke diagnose geeft van het mechanisme waardoor die luchtfietserij van (vooral juristen bij) D66 en (archeoloog en filosoof) Van Reybrouck en (historicus en rechtsfilosoof) Baudet steeds maar weer publiciteit krijgt. Het kernargument is dat roepen dat de democratie faalt van nature aandacht krijgt van teleurgestelden. Het is een zwak argument, want het redeneert niet door naar de vraag waarom zulk roepen niet meteen met wetenschappelijk onderzoek en feiten weerlegd wordt.

Mijn advies aan Van der Meer is hierover door te denken. Mijn eigen suggestie is dat de mediaredacties vergeven zijn van historici en andere alfa-studies, en dat journalisten met een beta-achtergrond vooral nog zijn te vinden in de biotoop die dan “wetenschapsbijlage” heet. Ik heb helaas geen statistiek t.a.v. die achtergronden naar opleidingen. Mediaredacties bieden in zo’n geval geen weerwerk tegen het roepen dat de democratie faalt want redacties “denken” op dezelfde manier als de feitenvrije luchtfietsers, met als extra argument dat de krant moet worden verkocht en de kijkcijfers omhoog.

De academische opleidingen voor geschiedenis e.d. hebben er belang bij om zoveel mogelijk studenten te trekken. In plaats van dat er wetenschappelijke standaarden zoals in de natuurkunde gelden heeft men zijn eigen “alfa-wetenschappelijke” standaarden ontwikkeld. Wanneer die studenten afstuderen met een zogenaamde “alfa-wetenschappelijke” graad, en zij geen leraar geschiedenis o.i.d. kunnen worden, dan zwermen zij uit over de rest van de samenleving, waar zij met gebrek aan kritisch denken ellende op ellende veroorzaken. Denk bijvoorbeeld ook aan geschiedkundige Mark Rutte, zie hier.

Zie mijn bijdrage aan de wetenschapsagenda: “Kan en moet de studie geschiedenis niet strenger gaan opleiden tot wetenschap en respect daarvoor ?” Zie ook mijn bespreking “The end of the History Manifesto“.

De tweede factor is dat wiskundigen een opleiding tot abstractie – dus luchtfietserij – hebben, en zich onbekommerd bemoeien met allerlei onderwerpen, zoals financiële producten die een economische crisis kunnen veroorzaken, onderwijs in wiskunde, en inderdaad ook de theorie van verkiezingen. Klaarblijkelijk is Van der Meer ook onder invloed van zulke wiskundige luchtfietserij, waar hij in de video betoogt dat “ideale democratie niet bestaat”, en hij niet uitlegt wat dit ideaal dan zou zijn (“iedereeen is het met me eens” ?). Zie “Pas op met wiskunde over verkiezingen“.

Een derde factor zal dus ook zijn dat politicologie een eigen eilandje is gaan vormen, en niet meer openstaat voor de buitenwereld, waarin censuur van de wetenschap plaatsvindt waar juist ook wetenschappers tegen zouden moeten protesteren (en is politicologie een wetenschap ?).

Stembusaccoord en minderheidskabinet

Een wonderlijke suggestie van Van der Meer is dat partijen voorafgaand aan de verkiezingen meer stembusaccoorden zouden kunnen sluiten. Het is ietwat wonderlijk om hier zo’n aandacht aan te geven, omdat het de identiteit en de onderhandelingsvrijheid van de betrokken partijen onnodig beperkt. Partijen zouden dit instrument tactisch kunnen inzetten zoals zij nu reeds doen, maar het is vreemd om dit systematisch voor te stellen.

Een andere suggestie is om vaker een minderheidskabinet te hebben. Van der Meer is terecht gecharmeerd van het rondwinkelen om wisselende meerderheden te verzamelen, maar het is curieus dat hij zulk initiatief alleen aan een minderheid overlaat. De juiste aanpak bestaat uit een afspiegelingskabinet met veel onderhandelingsruimte.

Van de Meer voelt zich blijkbaar verplicht om alsnog suggesties te doen hoe de democratie verbeterd zou kunnen worden. Dit staat op gespannen voet met het eerdere argument dat de democratie reeds functioneert.

Opvallend is deze constatering door Hans Wansink in de Volkskrant:

Op de laatste pagina van zijn boek lijkt Van der Meer ineens niet meer zo zeker van zijn eigen niks-aan-de-handbetoog: ‘Gevestigde partijen die fungeren als verlengstuk van de staat plaveien de weg voor een nieuwe kiezersvlucht naar de politieke flanken. Zelfs een nieuwe populistische revolte is dan niet ondenkbaar.’ Die revolte komt wel erg plotseling uit de lucht vallen na Van der Meers iets te gemakzuchtige kritiek op door hem gewraakte ‘democratische doemdenkers’.

Partijkartel en warhoofd Thierry Baudet

Van der Meer constateert dat bestuurlijke functies in toenemende mate worden toebedeeld aan partijleden, in plaats van bekwame personen daarbuiten. Hij spreekt daarbij over een “bestuurlijke karteldemocratie” (NRC-interview). Van der Meer heeft geen goed instrument om dit aan te pakken. De kat is op het spek gebonden, en Van der Meer adviseert de kat om er vanaf te blijven.

Dit is koren op de molen voor Thierry Baudet met zijn Forum tegen (Newspeak “voor”) Democratie, die in de NRC de gelegenheid krijgt om kritiekloos toe te lichten dat hij het “partijkartel” te lijf gaat (Floor Rusman, NRC 2017-01-22).

Elders heb ik toegelicht dat Thierry Baudet een warhoofd is, en dat hoogleraren “rechtsfilosofie” nog maar eens goed moeten kijken of diens “proefschrift” wel die naam waard is. Van der Meer heeft deze kritiek op Baudet:

“Aan de andere kant bestaat juist de roep om meer democratie. Het populairste middel is het referendum, dat volgens onder anderen Geert Wilders en Thierry Baudet het vertrouwen in de politiek zal herstellen. Dat klinkt leuk, alleen jammer dat het niet klopt, aldus Van der Meer.” (NRC 2017-01-12)

Van der Meer vergelijkt hier met Denemarken en Zwitserland, maar het argument van Baudet is dat volksinitiatieven het “kartel” van Van der Meer juist hier in Nederland kunnen doorbreken. Het komt in deze teksten niet uit de verf hoe dat precies zou werken – dus Baudet blijft een warhoofd – maar ook niet wat Van der Meer daarvan zou vinden.

Een vertrouwenscrisis los je niet op met skepsis

Er bestaat in Nederland een vertrouwenscrisis. Het is wel zaak om die precies te benoemen. Deze passage in het NRC-interview is relevant:

[Van der Meer’s] voornaamste frustratie: dat de kiezer wordt verweten dat hij de democratie wantrouwt, terwijl uit bijna al het wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die vertrouwenscrisis niet bestaat.

[Interviewer:] Toch hoor je vaak van kiezers dat ze de politiek niet vertrouwen.

[Van der Meer:] “Uit onderzoek blijkt dat er een groot vertrouwen is in de democratie, en minder in politici. Dat is juist goed: het is niet de bedoeling dat mensen politici blindelings vertrouwen.”

Van der Meer interpreteert de “vertrouwenscrisis” als “vertrouwenscrisis t.a.v. het stelsel van democratie als zodanig”. Dat lijkt me een beroepsdeformatie als politicoloog. Hopelijk wil Van der Meer niet ontkennen dat er toch wel degelijk een echte maar andere vertrouwenscrisis is. En die vertrouwenscrisis los je niet op met skepsis.

Ook dit is niet de vertrouwenscrisis waar het nu om gaat: Menig burger zal met de “vertrouwenscrisis” bedoelen dat “de politiek niets tegen immigratie doet”. Men stemt dan op Janmaat, LPF, PVV, F tegen D, SP, maar wanneer die stelselmatig in de oppositie zitten dan heeft dat ook geen zin. Maar ook dit bedoel ik niet.

In mijn diagnose bestaat de vertrouwenscrisis eruit, dat zelfs skepsis onvoldoende is, omdat het geen zin heeft om iemand met skepsis en voorwaardelijk enig vertrouwen voor bestuurlijke verantwoordelijkheid te geven, wanneer immers blijkt dat zulk vertrouwen systematisch geschonden wordt. Zie mijn pagina “In plaats van FEEST een vertrouwenscrisis“.

  • Nederland heeft zoals W.F.H. vaststelde een regentenmentaliteit, en wellicht de enige manier om Nederland respect voor wetenschappelijke vrijheid van denken bij te brengen is een boycot van dit land totdat de censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het CPB is opgeheven. Ik houd me aanbevolen voor wie een betere oplossing heeft.
  • Wanneer Nederlanders zeggen tegen censuur van wetenschap te zijn maar stelselmatig stemmen op politieke partijen die deze censuur van wetenschap laten gebeuren, dan zijn die Nederlanders inderdaad gek. Zie mijn bijdrage aan NWO Bessensap 2013: “Jullie zijn allemaal gek.
Geplaatst in Anatomie van Nederland, Democratie | Tags: , , , , , , , ,