MO over de “Derde Weg” van vooral de PvdA

MO’s website meldt dat hij bezig is aan een proefschrift:

“Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Hij doet als promovendus onderzoek bij de Universiteit van Tilburg naar de intellectuele achtergronden van de draai naar rechts in de Nederlandse politiek met de opkomst van Fortuyn. De doorbraak van het rechtspopulisme is in Nederland overwegend beschreven als een opstand van de onderbuik. Zijn proefschrift verkent de opstand in de bovenkamer.”

Ik vond MO’s artikel over Cliteur over Wilders verhelderend. MO bekritiseerde ook een filmpje waarop Diederik Samsom een lied zong met het refrein “Het is allemaal de schuld van Diederik” – en ik ben het met MO eens dat Samsom deze poging met misplaatste humor beter niet had kunnen wagen. Zoals het optreden van Obama op de White House Correspondent’s Dinner toont is de conference een veel betere vorm voor zelfrelativering dan een lied: en zoek dan s.v.p. tekstschrijvers die zelfrelativering niet veranderen in spot op mensen die jou weer niet begrijpen.

Aldus las ik verder in MO’s werk en zag dit artikel “Opkomst en voortbestaan van de Derde Weg. Het raadsel van de missende veren“, in Beleid en Maatschappij 2016-3, maar hier leesbaarder zwart op wit.

Wat is die Derde Weg ? Een gangbare beschrijving

Deze “Derde Weg” betreft het verzoenen van economische noodzakelijkheid met sociale wensen. In een bespreking van de Derde Weg verwacht men derhalve zowel aandacht voor economie als aandacht voor het sociale en politieke. Het is de economische wetenschap die voor ons verheldert wat noodzakelijk zou zijn, en het is de politieke discussie die helpt tot een beeld te komen van het sociaal wenselijke.

Laat ik eerst een “gangbare beschrijving” geven die men op diverse plekken kan lezen. Wellicht maak ik hiervan een stropop die ik straks weer neersabel, maar het helpt de verheldering.

De “Derde Weg” was oorspronkelijk de afwijzing van communisme en kapitalisme, en dus het vormgeven van iets daartussen. In Nederland vond het vorm in de oprichting van de SDAP in 1894 en vervolgens de PvdA in 1947 met de sociaaldemocratie van Drees en Tinbergen. Het Plansocialisme vond zijn vertaling in de oprichting van het Centraal Planbureau (CPB) waarbij echter minister van Economische Zaken Huysmans (KVP) de taak tot advies beperkte. Bij de oliecrises van 1970-1980 voerde de overheid, zowel links als rechts, een “keynesiaans beleid” van stimulering, zoals de dominante economische theorie van die dagen luidde. Hierdoor stegen zowel inflatie als werkloosheid: stagflatie. Op zoek naar een oplossing kwam het CPB met de VINTAF jaargangenanalyse en het advies tot loonmatiging. Dit vormde de basis voor de kabinetten Lubbers. In de USA en de UK kwam het neoliberalisme op, dat tot de nieuwe norm in de economische theorie werd. De politiek van liberalisering en deregulering werd overgenomen door Reagan en Thatcher en vervolgens ook door Lubbers. Voor de PvdA ontstond een nieuwe “Derde Weg” discussie: hoe dit neoliberalisme in de bestaande concepten te integreren ? De politieke elite in de PvdA zoals politicoloog Ad Melkert vond de oplossing in het vasthouden aan loonmatiging. Hun redenering is dat via de export inkomsten worden verdiend die de overheid weer aan sociaal wenselijke doelen kan uitgeven. Het neoliberalisme in de Nederlandse politiek is altijd gedempt want de grootste invloed blijkt toch ook weer de loonmatiging te zijn, en er is nog steeds veel verborgen werkloosheid van mensen die zijn opgesloten in uitkeringssituaties.  Zie dit Engelstalig paper.

Een betere beschrijving

Deze gangbare verklaring rammelt op een paar belangrijke punten.

Ten eerste was de analyse van Keynes zelf ook bedoeld als een Derde Weg. Het zgn. “keynesiaans beleid” in de jaren 1970-1980 was derhalve een perversie van wat Keynes zelf zou hebben geadviseerd. Het succes van Reagan kwam juist ook door het Keynesiaans element in zijn beleid: Reagan verlaagde de belastingen en schiep een groot overheidstekort, en de deregulering veroorzaakte dat bij de banken het geld alle kanten opklotste. Zie hier voor de Keynesiaanse jaren 1981-2007.

Ten tweede kan een overschot op de betalingsbelans niet binnenlands worden besteed: boekhouden toont dat het alleen in het buitenland wordt belegd. Het juiste beleid zou juist zijn om te streven naar evenwicht en niet naar een overschot op de lopende rekening.

Ten derde laat het vraagstuk zich scherper neerzetten. Een Nederlands econoom die met deze situatie wordt geconfronteerd moet twee zaken aanpakken: niet alleen de Nederlandse loonmatiging maar ook de nieuwe norm in de economische theorie, het neoliberalisme. Vanuit het CPB gaven Marein van Schaaijk in ESB 1983 en Anton Bakhoven in ESB 1988 een alternatief voor het loonmatigingsbeleid. In mijn eigen werk gaf ik een aanvulling hierop en formuleerde ik ook een nieuwe synthese als correctie op dat neoliberalisme, als juiste voortzetting op Keynes en Tinbergen. Collega-economen zouden kunnen beginnen te lezen in deze RES Newsletter of deze inzending voor TvOF.

Wie wil begrijpen wat er dan aan de hand is adviseer ik mijn boek “Democratie & Staathuishoudkunde” (2012). Voor slechts EUR 15 gaat er een wereld van begrip voor u open die van cruciaal belang is voor de toekomst van uzelf, kinderen en kindskinderen.

Afstand economie tot sociologie en politicologie

Oudenampsen beschrijft de aanpak van de PvdA als “sociaal-liberaal”. Dat lijkt me onjuist. Een mogelijke term is “sociaal-neoliberaal”. Ik schrijf hier als wetenschapper maar in mijn politieke dimensie ben ik voorzitter van het Sociaal Liberaal Forum, en ik kan zowel PvdA als D66 niet sociaal-liberaal vinden. Een sociaal liberaal heeft respect voor wetenschap en dit respect ontbreekt bij PvdA en D66.

Oudenampsen spreekt ook over een “monetaristisch macro-economisch beleid gericht op reductie van begrotingstekorten door het bezuinigen op de publieke uitgaven”. Voor een econoom klinkt dit als het beschrijven van een koe als een libelle, alleen maar omdat het allebei dieren zijn. (Ik neem aan dat insecten ook dieren zijn, maar ben geen bioloog.)

Er is hier derhalve nog een te grote afstand tussen economie en vakken als sociologie en politicologie. MO meldt dat er een forse literatuur is over de “Derde Weg”, maar zijn literatuurlijst bevat op zijn hoogst 25% teksten van economen. Verwezen wordt naar economen Den Uyl, Wöltgens, Bos, Van der Ploeg, De Beer, Den Butter en bedrijfseconoom Wim Kok. Bekende internationale “Derde Weggers” als Clinton, Blair en Schröder waren juristen.

Dus ik zou MO adviseren om ofwel een puur sociologisch en politicologisch onderwerp te kiezen of anders eerst een studie economie te doen alvorens dat nu beoogde proefschrift af te maken. Jos de Beus had de hier gewenste combinatie van economie en politicologie. Helaas snapte De Beus het theorema van Arrow niet. Helaas overleed hij veel te jong, met nog zoveel mooie dingen te doen.

Hoe de PvdA verdwaalde en MO daarin nog meegaat

MO citeert auteurs die selectief te werk gingen en mijn werk negeerden. Het is te hopen dat MO in de toekomst zelf zulke selectiviteit vermijdt. Laat ik hier wijzen op de selectiviteit van economen De Beer, Den Butter en Van der Ploeg. Voor Paul de Beer kan ik nog wijzen op het sektarisch denken over het basisinkomen. Zie dan ook mijn bespreking: “Wat stampen we lekker, zegt muis“.

Voor een goed begrip van de ontwikkelingen in de PvdA kan men denkelijk het beste beginnen bij de val van de Berlijnse Muur in 1989 en mijn vertrek uit de PvdA in 1991: Soms loopt het zo“. Ik ben een bescheiden en hulpvaardig mens en een kundig econometrist. Wanneer iemand zo geforceerd wordt dat die zich gedwongen ziet een partij te verlaten, dan heeft die partij nogal wat fatsoensprincipes geschonden. Het tekent de PvdA ook dat niemand daar belangstelling voor toont. Verwijzen naar het latere opstappen van Marcel van Dam en Jan Pronk is niet zo sterk want die toonden ook geen belangstelling voor mijn vertrek (als ze er al van wisten), dus die hebben ook bijgedragen tot een partijcultuur waarvan ze dan zelf later het slachtoffer werden.

Wouter Bos

Ik ben verder niet zo onder de indruk van MO’s bespreking over de Derde Weg. Het lijkt me vooral iets dat sociologen en politicologen bezighoudt en dat vooral gaat over retoriek van politiek leiders en ideologen, en dat inhoudelijk weinig om het lijf heeft. MO pag 27 erkent dat eruitkomt wat je erinstopt:

“Echter de mate waarin de Derde Weg een afscheid van de sociaaldemocratie inhoudt, of juist een voortzetting daarvan met andere middelen, blijft een vrij subjectieve definitiekwestie”

Ik heb eigenlijk dezelfde reactie als Wouter Bos, althans in dit citaat door MO p29:

‘mainstream sociaaldemocratie, niet meer en niet minder’ 

hetgeen ook betekent dat het vooral van de politieke situatie van de dag afhangt hoe die Derde Weg dan zijn invulling krijgt. De politicoloog die naar constanten zoekt zal dan toch ook een degelijke basis in de staathuishoudkunde moeten hebben. Dit is een herhaling van zetten t.o.v. het bovengestelde.

Wel is het jammer dat ik in de PvdA te maken had met politicoloog Melkert en niet met econoom Bos. Ik vrees dat PvdA-voorzitter en econome Marjanne Sint destijds een beoordelingsfout heeft gemaakt door Melkert zo snel aan een prominente positite te helpen. Het lijkt me onjuist dat Melkert nu weer is benoemd tot buitengewoon lid van de Raad van State. Wanneer leert de PvdA dat iemand die economen napraat niet meteen ook deskundig is ? Natuurlijk, wie niet studeert heeft meer tijd om te lobbyen voor de eigen positie, maar alsjeblieft !

Lodewijk Asscher

Aardig in MO’s bespreking is dat we hier de zoveelste misstap van Lodewijk Asscher kunnen zien. Uit diens CV blijkt dat hij gymnasium heeft gedaan maar of het alfa of beta is staat er niet bij. De uiteindelijke studie rechten doet alfa vermoeden.

(1) In Amsterdam was de verliefdheid op Asscher zo groot dat de gemeenteraad akkoord ging met het opkopen van panden op de Wallen waardoor de uitbaters binnenliepen en de dames de straat op werden gejaagd. Hoe is zoiets mogelijk ? Ik adviseer een parlementair onderzoek.

(2) Toen Diederik Samsom in 2012 zich eerst fel tegen de VVD verzette maar daarna toch een akkoord met de VVD sloot, leverde Asscher geen kritiek maar accepteerde het vice-premierschap, wat kiezers al in de peilingen van 2013 als kiezersbedrog toonden, met pas in 2017 een daadwerkelijke verkiezingsuitslag (van 38 naar 9 zetels). Asscher gunde Samsom niet de ruimte om zijn keuze bij de kiezers te verdedigen, maar ging het lijsttrekkerdebat en daarna de verkiezingen aan met de inconsistentie van zowel het kabinetsbeleid verdedigen als zeggen dat het akkoord met de VVD in 2012 eigenlijk fout was.

“Naar nu blijkt was Asscher het niet eens met de wijze waarop Samsom met de VVD onderhandelde over het regeerakkoord. Tenminste, dat beweert hij nu – destijds hebben we daar niets over vernomen. ‘Je hebt ons het gevoel gegeven dat er werd gekwartet met onze waarden’, zei Asscher in het eerste debat. Hij doelde op de uitruil van PvdA- en VVD-plannen tijdens de formatie. Samsom was verrast, wat ik me kon voorstellen. Dat het oude verwijt werd opgepoetst door de man met wie hij al die tijd een front vormde, was erg merkwaardig.” (Bert Wagendorp, de Volkskrant)

(3) Asscher’s “Wet werk en zekerheid” werkt averechts, zoals economen vooraf al waarschuwden. Er zijn twee mogelijke verklaringen: ofwel Asscher toonde zich blind voor de wetenschap, ofwel hij meende toch een vlag op een modderschuit te moeten hebben om tegenover een goedgelovige achterban te doen alsof hij werkelijk iets sociaals deed. Het is wonderlijk dat een Tweede Kamer dit accepteert. Maar ja, coalitiedwang …

(4) Asscher schreef blijkbaar een proefschrift over de vrijheid van meningsuiting, en dit was aanleiding voor me tot het schrijven van deze open brief in 2010. Helaas geen antwoord ontvangen. (PM. Deze journalist verwijst ook naar dat proefschrift i.v.m. Big Data.)

(5) Zie deze brief aan het Presidium van de Tweede Kamer omtrent coalitievorming en keuze van de premier.  Na de afstraffing van de PvdA bij de verkiezingen van 2017 lijkt het me logisch dat de fractie beschikbaar blijft voor regeringsdeelname, juist ook om de idealen in regeringsverantwoordelijkheid te helpen realiseren. Daarentegen besluit Asscher in de oppositie te gaan, tegen welk kabinet dan ook. Hierbij verwart hij zijn persoonlijke positie met die van de PvdA. De afstraffing gold zijn persoon, en niet per se de sociaaldemocratische idealen van de PvdA.

(6) In MO’s artikel p18 zien we nu ook dat Asscher sterker met de VVD-PvdA coalitie was verbonden dan hij in het lijsttrekkerdebat deed voorkomen:

“Sinds 2012 is de PvdA gaan bewegen van een meer individualistische positie naar een meer op gemeenschap georiënteerde visie. De Van Waarde resolutie uit 2013 beroept zich op samenredzaamheid en gemeenschapszin als antwoord op een terugtredende overheid: ‘Er moet een omslag komen van ik naar ons.’ [ftnt] Maar de meest expliciete expressie van deze nieuwe koers vinden we in de destijds gehypte en inmiddels al bijna weer vergeten toespraak van Lodewijk Asscher, op 28 oktober 2012. [ftnt] Het was de zogenaamde Preek van de Leek, gehouden op een vrij belangrijk moment, vlak voor de vaststelling van het regeerakkoord van het kabinet Rutte II. Niet zonder reden was de zaal afgeladen met journalisten: de verwachting was dat hier een strategische lijn zou worden uitgezet. Asscher stelde niet teleur: door Vrij Nederland werd de preek prompt uitgeroepen tot de ideologische basis van het nieuwe kabinet. (…) De vernieuwing van Asscher is dat vrijwilligerswerk vanuit de gemeenschap als alternatief wordt aangedragen voor het marktmechanisme.  (…) Het eerste is een herformulering van het solidariteitsbegrip. Het tweede is de aankondiging een terugtredende overheid, waarvan de sociale kosten door de goede werken van de bevolking opgevangen dienen te worden. Solidariteit is voor Asscher niet langer iets dat verworven moet worden door politieke mobilisatie en dat gewaarborgd moet worden door instituties. Het is bovenal een persoonlijke opgave. (…) Deze politiek zou een jaar later pas officieel door het kabinet verkondigd worden met de introductie van het begrip ‘participatiesamenleving’ in de troonrede van september 2013, geschreven door Rutte en Asscher. (…) Maar het was Asscher, niet de VVD, die zich het eerste profileerde met dit thema.”

Ook hier is sprake van een denkfout. Er zijn momenteel verkeerde arrangementen in de vormgeving van de verzorgingsstaat. Hierover mag niet gesproken worden, met censuur van de wetenschap. De juiste aanpak is respect voor wetenschap tonen. Bestuurlijke fouten in de huidige arrangementen moeten worden aangepakt. Het is onjuist om de verzorgingsstaat op te heffen en alles aan markt en persoonlijk initiatief over te laten.

Economendebat in de PvdA

In de Nederlandse politiek dienen nieuwe economische inzichten door een politieke partij gedragen te worden. Zo’n partij kan dan gaan lobbyen bij andere partijen, en die zullen er alleen aandacht aan besteden wegens zulke lobby. Wanneer geen enkele partij zich achter een nieuw economisch inzicht schaart, dan heeft zo’n inzicht weinig kans. Wellicht kunnen ambtenarij en ook Centraal Planbureau zich nog voor een nieuw economisch inzicht openstellen, maar waarom zouden zij wanneer er een ingewikkeld uitlegtraject is voor politici die geen belangstelling tonen ? Het wordt nog erger natuurlijk wanneer zo’n inzicht op het CPB zelf wordt ontwikkeld en daar censuur ontstaat. Dus ook hier geldt dat wanneer de PvdA zichzelf opstelt als een oester, dan hebben nieuwe economische inzichten ook daar geen kans.

In de jaren 1930-1940 was er veel discussie over plansocialisme en het Plan van de Arbeid. In het decennium van de oliecrises 1970-1980 was er in de PvdA een inmiddels beroemd economendebat. Ik beschouw het ellebogenwerk door de Wiardi Beckman Stichting en Paul de Beer in 1990-1991 als funest voor eenzelfde soort debat naar aanleiding van mijn eigen economische analyse op het CPB in 1990 omtrent de fouten in de VINTAF analyse en de loonmatiging. Wie censuur pleegt en/of daar niet tegen optreedt kan zure druiven plukken, of helemaal geen druiven. Waar er dan geen economendebat is wordt de ruimte blijkbaar gevuld door sociologen en politicologen over de “Derde Weg”, maar zij zijn dan chroniquers van een intellectuele leegte.

Conclusie

Ik verwachtte dat de PvdA eerder zou ineenstorten, maar de paarse coalities van Kok en Rutte hebben het leven gerekt, met jaren van loonmatiging waardoor het voor de buitenwacht leek alsof er succes was – zie “Het ontstolen welzijn 1970-2005“.

In de Tweede Kamer in 2017 moet de PvdA-fractie er maar het beste van maken, en wellicht dat econoom Henk Nijboer een goede fractievoorzitter zou blijken. Maar laat de PvdA zichzelf nu maar opheffen. Zoveel gebrek aan respect voor wetenschap: als rechtgeaard wetenschapper kan ik er alleen maar van gruwen.

Advertenties
Geplaatst in Omgaan met de waarheid | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Update van: Bestuur NVvW verzint een “afspraak” met de staatssecretaris

Het NVvW-bestuur verzon een “afspraak” met de staatssecretaris over de rekentoets (nog niet in wikipedia) en dichtte Sander Dekker daarmee een onwaarheid toe, en gaf zo ook verkeerde informatie aan de Tweede Kamer, aan de leden (6 december) en de media (Volkskrant 8 december 2016).

Het is rare situatie. Wanneer iemand ontkent dat er een afspraak is, dan moet je goed nadenken voordat je gaat stellen dat iemand die afspraak heeft geschonden. Had je het zelf wel goed begrepen ? Het is dan nuttig om na te gaan of er daadwerkelijk zo’n afspraak is gemaakt. Tot zo’n reality check was het NVvW-bestuur niet bereid.

In dit geval wijst het beschikbare materiaal in de richting dat er niet zo’n afspraak was. Toch hield het NVvW-bestuur vol dat er wel zo’n afspraak was, en mogelijk droeg het zwartmaken van de staatssecretaris ertoe bij dat de Kamer akkoord ging met een poging om een voorstel van de NVvW nader uit te laten werken. De staatssecretaris werkt hier loyaal aan mee, en hier staat de daadwerkelijk gemaakte afspraak van begin 2017 waarin het NVvW-bestuur een rekentoets bij het eindexamen accepteert. Laat ik opmerken dat dit voorstel van het NVvW-bestuur door het bestuur zelf is verzonnen en dat mij onduidelijk is wie nu de aangezochte “experts” zijn.

In een email van mij aan de secretaris van het NVvW-bestuur van 5 december vroeg ik nadere informatie maar kreeg geen antwoord. Wat het bestuur op 6 december op de website zette is duidelijk geen voldoende antwoord maar een herhaling van de positie van eind november – die juist aanleiding gaf tot het stellen van vragen.

Ik zette de mogelijkheden op een rijtje, op 10 december 2016: bewuste geheimhouding, roze bril & wensdenken, en onbeschaamd keihard liegen. De eerste mogelijkheden leken mij onwaarschijnlijk. Wanneer er een afspraak met Dekker zou zijn en er zou geheimhouding zijn, dan zou Dekker eerder reageren dat het NVvW-bestuur die geheimhouding schond dan stellen dat er niet zo’n afspraak was. Voor een serieus te nemen NVvW-bestuur ga je ook niet uit van wensdenken. Met aarzelingen omgeven was mijn beste schatting:

“De conclusie is dat het bestuur op z’n minst een slecht geheugen heeft en dat die “afspraak” een verzinsel is.”

Of het onbeschaamd keihard liegen was staat hier nog niet geconcludeerd. Maar het was nog niet uitgesloten. Ik gaf hierbij ook de disclaimer dat ikzelf reeds persoonlijk had ondervonden dat de voorzitter van de NVvW mij belazerde: ik zou bevooroordeeld kunnen zijn. Maar het kan ook dat het belazeren vaker voorkomt. De staatssecretaris is in meer dan één opzicht een gewaarschuwd man.

Het is mij nadien duidelijk geworden dat alleen de voorzitter en de beleidsmedewerker van de NVvW bij het gesprek met de staatssecretaris en zijn ambtenaren van 5 maart 2015 aanwezig waren. Er zijn geen gespreksnotulen. De andere leden van het NVvW-bestuur verlaten zich volledig op de verslaggeving door voorzitter en beleidsmedewerker. Klaarblijkelijk bestaat hier een blind vertrouwen dat niet verstandig is. Het is zeer te betreuren dat de andere bestuursleden geen interesse tonen voor mijn protest dat ik mij door de voorzitter belazerd weet. In mijn ervaring kan er ook bij wiskundigen een zwart-wit denken bestaan dat niet bijdraagt tot bestuurlijk vermogen.

Nieuw stukje van de puzzel: Notulen van het NVvW-bestuur

Op de jongste Algemene Vergadering (AV) van de NVvW van 5 april 2017 gaf de beleidsmedewerker aan dat in de bestuursnotulen van voorjaar 2015 is opgenomen dat het bestuur de “afspraak” met Dekker geheim zou houden. Dit onderdeel in de notulen is nog niet vrijgegeven, het is wenselijk dat dit gebeurt, en het navolgende is dus ook weer tentatief:

  1. Het bestuur heeft derhalve de leden anderhalf jaar niet ingelicht, en daarentegen “informatie” gegeven dat men bezig was met lobbyen om het bestuursstandpunt geaccepteerd te krijgen (terwijl men meende dat dit reeds geaccepteerd zou zijn: op zijn minst toneelspelen). Mijn correctie t.a.v. bovenstaande conclusie van me van 10 december is dat de onwaarschijnlijk geachte mogelijkheid van bewuste geheimhouding toch de werkelijkheid blijkt.
  2. Aangezien de staatssecretaris ontkent dat er zo’n afspraak was, is minder waarschijnlijk dat met hem is afgestemd dat ook hij zich aan zulke geheimhouding zou houden (tenzij men de staatssecretaris een doortraptheid wil toedichten dat hij ook over de geheimhouding zou liegen). De beleidsmedewerker formuleerde het zo, dat het inderdaad zo overkwam dat alleen het NVvW-bestuur besloot tot geheimhouding, eenzijdig, zonder dat dit met de staatssecretaris was afgestemd. Dit is een wonderlijke situatie. Er is een “afspraak” en alleen één partij besluit het geheim te houden ? Zijn er werkelijk geen collega-bestuurders geweest die hierover vragen hebben gesteld ? Ook hier zouden de notulen informatie kunnen bieden.
  3. Men zou kunnen proberen om een onderscheid te maken tussen “geheim houden” en “bewust een onwaarheid voorwenden (liegen)”. Men kan zich voorstellen dat een bestuur niet (meteen) de informatie bekend maakt. Daarvoor moeten dan wel zwaarwegende redenen zijn. Welke waren die redenen ? Het moet niet zo zijn dat drogredenen plotseling worden voorgesteld als zwaarwegende redenen. Bijvoorbeeld zou men kunnen zeggen dat leerlingen die nu de toets moeten maken zich benadeeld zouden kunnen voelen ten opzichte van toekomstige leerlingen, maar het is evident dat het dan om andere situaties gaat, en zoiets valt ook aan leerlingen uit te leggen.
  4. Zie hier de brief die het bestuur op 15 februari 2016 aan de Tweede Kamer schreef, en waarover men de leden inlichtte. Wanneer er die geheimgehouden “afspraak” bestond dan is dit een duidelijke leugen: “(…) met de Staatssecretaris gesproken. Dit heeft nog niet geleid tot een omarming van ons voorstel (….)”. Een verdediging dat geheimhouding tot zulk liegen verplicht is onjuist. Daarentegen geldt juist dat wanneer men merkt dat zulk liegen dreigt te ontstaan men de geheimhouding opheft, en in dit geval bijvoorbeeld ook beleefd aan de staatssecretaris meldt dat de zelf gekozen geheimhouding wordt opgeheven.
  5. Het bestuur moet niet verbaasd zijn dat er personen zijn die zich door het bestuur belazerd voelen door deze (nu gebleken bewuste) geheimhouding. Velen hebben zich met de rekentoets beziggehouden en het is kwalijk dat men daarover niet de correcte informatie heeft ontvangen. Iedereen kan hier voor zichzelf spreken, maar ik doe het in ieder geval, en het NVvW-bestuur moet niet doen alsof ik hierover geen recht van kritiek – laat staan kritische vragen – heb – zoals het bestuur wel deed op die AV van 5 april 2017.
  6. Had het NVvW-bestuur niet geheimzinnig gedaan, dan was veel eerder van het misverstand met de staatssecretaris gebleken, en was dit circus van afgelopen december niet nodig geweest, en was het ook voor mij niet nodig geweest om hierover deze kritische vragen te stellen. Andermaal leert men de les van transparantie.
  7. Mijn conclusie van 10 december dat dit NVvW-bestuur over een slecht geheugen beschikt moet gekwalificeerd worden. Men heeft duidelijk niet onthouden wat verbatim is gezegd, maar er blijkt wensdenken te zijn geweest, en dat heeft men juist goed onthouden. Dit brengt ons op het volgende nieuwe gegeven dat sinds december boven water is gekomen.

Welingelichte kringen

Uit welingelichte kringen hoorde ik eind februari 2017 dat in het gesprek op 5 maart 2015 ook gesproken is over het initiatief van Onderwijs2032, en dat gemeld was dat dit een kader kon zijn voor nieuwe beleidsinitiatieven.

Het zou zeer wel kunnen dat voorzitter en beleidsmedewerker van de NVvW deze melding in het gesprek hebben opgevat als een opening. (Misschien ook omdat ze toen nog niet zo goed wisten wat Onderwijs2032 was – maar er was net een brainstorm geweest ?)

Melding maken van een nieuw beleidskader betekent nog lang geen afschaffing van de rekentoets want het schept slechts een kader waarin, nou ja, nieuwe beleidsinitiatieven mogelijk zijn. Toch lijkt dit de beste verklaring te bieden waarom voorzitter en beleidsmedewerker van de NVvW tot de gedachte kwamen van zo’n “afspraak”. Dat veronderstelt wel heel erg slecht luisteren en vooral willen horen wat men graag willen horen en niet goed onderling afstemmen van wat nu werkelijk is afgesproken.

Voor mij blijft het bizar hoe men tot zulk wensdenken komt en niet even een reality check doet en hoe men de staatssecretaris vervolgens bejegent.

De staatssecretaris doet er verder het zwijgen toe

Ondertussen moet de staatssecretaris natuurlijk verder. Er is in het onderwijs meer aan de hand dan de rekentoets en wangedrag bij het NVvW-bestuur. Er waren ook verkiezingen over belangrijker zaken. Men kan zich derhalve voorstellen dat Sander Dekker zich het wonderlijke voorval van eind 2016 laat aanleunen en er verder geen woorden aan vuil maakt. Hij is in ieder geval niet de confrontatie met het NVvW-bestuur en de beschuldiging van het breken van beloften en een afspraak aangegaan.

Het is de vraag of dit voor hem verstandig is. Bij de kabinetsformatie zouden zowel D66 (Paul van Meenen) en de VVD (Sander Dekker) de portefeuille van onderwijs kunnen claimen. Wanneer D66 zou stellen dat Dekker niet zo goed ligt in het onderwijsveld, dan zou dit ten nadele van Dekker kunnen uitwerken. De Volkskrant citeert Van Meenen:

“Volgens Paul van Meenen (D66), die Dekker vorige week in de Tweede Kamer om opheldering vroeg, zit er een luchtje aan de zaak. Zit Dekker dan te jokken? ‘Ik wacht even met die beschuldiging’, zegt hij. ‘Maar hij heeft er wel belang bij. De rekentoets is voor hem een prestigeproject.'”

Ik snap niet zo goed wat de logica in deze opmerking is. Dekker zou er belang bij hebben om eerst een “afspraak” te maken dat de rekentoets wordt afgeschaft en vervolgens te ontkennen dat hij die “afspraak” heeft gemaakt ? Ik vraag me af of Van Meenen dit kan toelichten zonder in ingewikkelde complottheorieën verzeild te raken.

Ikzelf zie dit iets anders:

  1. Paul van Meenen heeft gefaald in de controlerende taak van de volksvertegenwoordiging om de waarheid hier boven tafel te krijgen. Het is nogal een gemakkelijk citaat om de staatssecretaris een belang bij een “prestige” toe te dichten, maar het kost meer moeite om aan waarheidsvinding te doen. Waarheidsvinding is hier eigenlijk niet eens moeilijk, gezien het raamwerk dat ik heb neergelegd in mijn brief aan Dekker cc de Tweede Kamer.
  2. Paul van Meenen heeft een opleiding tot wiskundige en is voormalig wiskundeleraar (die zakte voor de rekentoets van 2015) en die de rekentoets – zoals vrijwel alle wiskundeleraren en ook ikzelf – een onding vindt. Maar Van Meenen faalde ook t.a.v. het kijken naar mijn kritiek sinds 2008 t.a.v. het onderwijs in wiskunde. Juist met zijn achtergrond had hij die kritiek t.a.v. het onderwijs in wiskunde kunnen oppakken. Met meer ontwikkeld bestuurlijk inzicht had Van Meenen kunnen constateren dat er iets wezenlijks schort aan zowel de bestuurlijke structuur omtrent het onderwijs in wiskunde (met zijn wiskundeoorlogen) als het specifieke optreden van dit NVvW-bestuur.
  3. Paul van Meenen is lid van D66, de partij met de kroonjuwelen van districtenstelsel, direct gekozen premier en burgemeesters, en referenda. Als wiskundige had hij kunnen en moeten beseffen dat hier wezenlijke vragen liggen, zie het opstel “Pas op met wiskunde over verkiezingen“. Besef dat Donald Trump gekozen is via een districtenstelsel (kiesmannen per staat). Sterker nog, ik heb Van Meenen attent gemaakt op mijn analyse en het boekje “Laat D66 zich opheffen“. In plaats daarvan weet ik niet anders dan dat Van Meenen hierover heeft gezwegen. Hij heeft aldus voorzover ik weet het Nederlandse volk bij de recente verkiezingen belazerd. Hij heeft dus met zijn kennis van wiskunde ook niet de meerwaarde geleverd die had kunnen leiden tot het opheffen van D66, sinds 1966 stoorzender in de Nederlandse politiek. (Ik geef toe dat ik “belazeren” een mooi woord ben gaan vinden en wellicht nu te vaak gebruik.)

Voor de goede orde: Ik geef slechts mijn observaties vanuit mijn wetenschappelijke werk t.a.v. theorie van democratie en verkiezingen en het onderzoek naar onderwijs en didactiek van wiskunde. Het parlement zal ongewijfeld ook andere factoren meenemen bij de keuze van de nieuwe bewindspersonen.

Conclusies omtrent dit NVvW-bestuur

De twee nieuwe gegevens sinds december ondersteunen de conclusie dat de “afspraak” verzonnen is. Een motief van staatssecretaris en Ministerie om de NVvW met een kluitje in het riet te sturen en aan het lijntje te houden is onlogisch gezien het belang dat men juist hecht aan goede relaties met het onderwijsveld.

Aldus zou dan de verklaring zijn dat voorzitter en beleidsmedewerker slecht hebben geluisterd en de rest van het bestuur op sleeptouw hebben genomen. Er is dan sprake van oprecht uiting geven aan een zinsbegoocheling en niet van kwade opzet tot het onbeschaamd keihard liegen. Dat laatste kan natuurlijk altijd nog maar het is niet aangetoond in dit geval.

Omdat onder wiskundigen het begrip Don Quichoterie populair blijkt maar opvallend vaak in een verkeerde betekenis wordt gebruikt, maar mogelijk ook als scheldwoord wordt misbruikt (zie hier), is het wellicht nuttig om aan te geven dat deze kwestie omtrent de “afspraak” dan een goed voorbeeld is van Don Quichoterie in de juiste zin van het woord: deze “afspraak” verzinnen is als windmolens voor reuzen aanzien, juist terwijl je jezelf als koene ridder ziet, en je zo bevordert dat je alleen ziet wat jezelf in die rol bevestigt.

De juiste aanpak is dat het NVvW-bestuur aan Sander Dekker, de Tweede Kamer, de Nieuwsbrief voor alle leden, en de media (en wellicht nog net geen kopie aan Donald Trump en Vladimir Putin):

  1. toegeeft dat er op 5 maart 2015 geen afspraak is gemaakt
  2. toegeeft de onwaarheid te hebben verteld dat er zo’n afspraak zou zijn (waarbij anderen kunnen erkennen dat het geen opzettelijke leugen was maar een oprechte uiting over een misverstand)
  3. toegeeft dat Dekker niet gelogen heeft
  4. toegeeft dat men aan wensdenken heeft gedaan
  5. en (ook schriftelijk) toegeeft dat men opzettelijk informatie aan de leden heeft onthouden (met publicatie van de relevante passage in de notulen zodat we nog eens naar de overwegingen kunnen kijken).

Me dunkt dat het genezingsproces kan beginnen wanneer 1 van de 2 gespreksdeelnemers met deze erkenning begint. Wanneer de beleidsmedewerker voor het inkomen afhankelijk is van de huidige baan, dan doet deze er verstandig aan ook hieraan te denken. Het vermogen een fout in te zien kan ten voordele pleiten terwijl het halsstarrig vasthouden aan een waandenkbeeld ten koste van anderen (Dekker, mij, en wie nog meer ?) niet echt een aanbeveling is. De voorzitter is elders werkzaam als leraar wiskunde en heeft meer ruimte om aan dit misverstand vast te houden – met “misverstand” als understatement voor Don Quichoterie. Voor hem kan het prestige (dixit Van Meenen) van een vermeend geslaagd voorzitterschap natuurlijk zwaar wegen, zoals wellicht ook een struisvogel met de kop in het zand zich de heerser over het universum waant. Maar het is ook mogelijk dat andere bestuursleden deze twee tot de orde roepen. De NVvW kent een raad van toezicht die kan toezien op geschillen tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur.

Er is verschil tussen het ervaren van een zinsbegoocheling en het ontkennen daarvan wanneer men erop is gewezen zodat men houvast heeft aan feiten en aan wat verstandige mensen zeggen. De kwestie is hierboven netjes uitgelegd en gedocumenteerd. Wanneer het bestuur meent dat deze analyse niet klopt dan moet het bestuur met harde bewijzen komen dat er werkelijk zo’n afspraak was zodat men met grond kan stellen dat de staatssecretaris en het Ministerie van OCW een leugen hebben gefabriceerd wanneer zij stellen dat zij niet van zo’n afspraak weten. De kwestie afdoen als welles-nietes en dat er geen bewijs zou zijn omdat er geen gespreksnotitie van OCW is – maar wel het “bewijs” van de eigen bestuursnotulen die alleen de eigen Don Quichoterie weergeven – is onvoldoende, want hierboven en eerder zijn dus ook andere overwegingen genoemd. Mocht het NVvW-bestuur niet realistisch zijn en corrigeren op bovenstaande wijze, dan kan niet langer sprake zijn van een oprechte uiting aan een zinsbegoocheling.  De andere bestuursleden die niet bij de vergadering met de staatssecretaris aanwezig waren moeten zich verlaten op slechts de getuigenis van de twee die dat wel waren, en uit het bewijsmateriaal kunnen zij afleiden dat er een misverstand moet zijn. Wanneer zij dat niet doen ontstaat hoe dan ook toch een kwestie van kwade wil (om te weigeren adequaat naar het bewijs te kijken) en onbeschaamd keihard liegen (om de zaak toe te dekken).

Vervolgens zijn er nog:

  1. de inconsistentie omtrent de competentie van onderbouwleraren t.a.v. rekenenonderwijs
  2. het negeren van het belang van het rekenen in het primair onderwijs en het onethische experiment dat daar nu op kinderen plaatsvindt
  3. de vraag wie nu de “experts” zijn die zich over het nieuwe plan buigen (PM. Sinds kort is er op de NVvW-website bij de werkgroep Wiskunde voor Morgen eindelijk een link, die dan doorverwijst naat “Rekenwiskunde21.nl“. Maar daar houdt men geen rekening met mijn kritiek alhier.)
  4. en de wenselijkheid t.a.v. excuses wegens het saboteren van mijn poging tot waarheidsvinding.

2015: Kamerleden maken de rekentoets. Bron: LAKS

Geplaatst in Democratie, Rol van de wiskunde | Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

Bericht voor de nieuw gekozen economen in de Tweede Kamer

Het blad Economisch-Statistische Berichten (ESB) had een wat wonderlijke oproept “stemt econoom” met als “uitslag” 18 gekozenen. Hopelijk hebben kiezers een bredere blik dan alleen een voorkeur voor een econoom op de lijst van de partij van hun keuze. ESB schept ook verwarring wie er econoom zou zijn en breidt hun telling uit met “of ESB-auteurs”. Meegerekend werden Mark Harbers die zijn studie economie niet afmaakte, Renske Leijten die haar de studie Nederlands niet afmaakte maar in ESB schreef, en Kees Verhoeven die economische geografie (aardrijkskunde) deed. Opmerkelijk wordt Tunahan Kuzu die bestuurskunde deed niet genoemd. Enfin, het zal wel een ludieke actie van de redactie zijn.

Economen hebben sowieso een ongemakkelijke relatie met de Tweede Kamer. In 2006-2007 had de Tweede Kamer een experiment met een Raad van Economisch Adviseurs (REA) waar men blijkbaar eerst verwachtingen van had, maar dat niets te makken had en maar weer werd opgeheven. Het is opmerkelijk dat de faculteiten economie er niet in slagen om zelf een instituut tot zulk economisch advies op te richten: het zou immers een nuttige ervaring voor studenten zijn om in een institutioneel kader aan advies mee te werken. We hebben nu een brei aan afstudeerscripties maar binnen zo’n kader kan het ene op het andere voortbouwen.

Hoe dan ook brengt ESB me wel op het idee om een bericht voor de economen in de Tweede Kamer te schrijven. Dit bericht heeft twee hoofdpunten:

  • Een econoom in de Tweede Kamer kan veel economie hebben gestudeerd maar men ontbeert nog steeds kennis en inzicht in de nieuwe economische analyse die sinds 1990 door censuur door de directie van het Centraal Planbureau (CPB) is getroffen.
  • In het navolgende zal ik enkele punten uit die analyse noemen. Dit kan vanzelfsprekend niet volledig zijn, gezien die censuur. Boycot Nederland tot de censuur is opgeheven, zie het advies tot een parlementaire enquête.

Jan Tinbergen (1903-1994)

Jan Tinbergen wordt door niet-economen tegenwoordig wat flauw weggezet, maar zijn werk is ook bij economen onderschat. Dit werk bevat nog steeds belangrijke suggesties voor de huidige wereldproblemen met bevolkingsgroei, economische verwevenheid, druk van het milieu alsook de nieuwe dreigingen van de technologie. Zie mijn In Memoriam Jan Tinbergen.

Derde van links Jan Tinbergen, in het midden Paul Ehrenfest, rechts Enrico Fermi. Bron: wikimedia

A.J. Cohen Stuart (1855-1921) en Henk Hofstra (1904-1999)

Henk Hofstra schreef een standaardwerk over de inkomensbelasting en haalt de regel van A.J. Cohen Stuart uit 1889 aan:

“Een brug moet eerst zijn eigen gewicht dragen voordat hij een last kan dragen.”

In the New Palgrave heeft Arnold Heertje dit lemma over zijn naamgenoot.

Henk Hofstra. Bron: wikimedia

Kamerleden Duisenberg en Van Rooijen

In het kabinet Den Uyl hebben Wim Duisenberg (1935-2005) en Martin van Rooijen het draagkrachtprincipe om zeep geholpen. Het toeval wil dat Martin van Rooijen in maart 2017 in de Kamer heeft plaatsgenomen voor 50Plus, terwijl ook de zoon van Duisenberg in de Kamer zit. Misschien willen ze samen iets goedmaken.

Zie pagina 50 in het boek Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt, waarvan Henk Hofstra het eerste exemplaar in ontvangst nam. (pdf online)

Een leugen door Gerrit Zalm en Willem Vermeend

Later hebben Gerrit Zalm en Willem Vermeend de situatie verergerd door het vervangen van de belastingvrije voet door een heffingskorting. Wiskundig maakt het niets uit dus het is lood om oud ijzer, maar psychologisch en bureaucratisch maakt het wel uit, want wanneer je niet deskundig bent dan wordt alles onoverzichtelijker.

Een probleem is ook dat Zalm en Vermeend ook een leugen pleegden.

PM. Dit is de tweede leugen door Zalm die niet op leugens.nl staat. Hier is de eerste.

Fraude door Bulgaren met de heffingskorting

Een extra complicatie was dat de belastingdienst reeds “belastingteruggaves” ging uitkeren, wat tot fraude door Bulgaren leidde. Dit is een randverschijnsel, maar het toont wel hoe versluierend de huidige systematiek is t.a.v. de diagnose dat een hoge heffingsvrije voet noodzakelijk is voor aanpak van werkloosheid en armoede. Zie dit paper over de moeizame communicatie tussen econometristen en juristen over deze materie.

Samenvatting van de analyse hoe belastingen tot werkloosheid leiden

Een samenvatting is te vinden op pagina 23-51 van De ontketende kiezer uit 2003 (pdf online). Er is ook dit artikel van 7 pagina’s uit 2010. (De weblinks zijn verplaatst van dataweb.nl naar thomascool.eu.)

Het boek uit 2003 kreeg onvoldoende aandacht. Een recensent (socioloog) begon zelfs te lasteren en er was geen econoom die hem weersprak. Mijn advies sinds 2005 luidt dan ook dat hoogleraren economie in Nederland zijn te ontslaan wegens collectief falen t.a.v. de integriteit van wetenschap. Het is opmerkelijk dat bovengenoemde REA ook over van alles heeft geadviseerd maar niet t.a.v. het opheffen van de censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het CPB.

OECD en BTW

Het gaat hier om een algemeen beleid in de OECD. De conventie bij belastingen is dat de belastingvrije voet wordt aangepast voor inflatie. Dan blijft de voet natuurlijk achter bij de stijging van het bestaansminimum – dat stijgt met de welvaart. Ook kennen verzekeringen geen vrije voet. Beter is een stelsel van “basisverzekering” waarin iedereen standaard is verzekerd, met vervolgens een bijdrage naar draagkracht.

Tevens wordt er een algemeen beleid gevoerd om belastingen te verplaatsen van inkomens naar BTW. Echter, de theorie over de marginale tarieven kijkt alleen naar de statica en niet naar de dynamica. In de juiste econometrische aanpak blijkt een BTW van 1% voldoende. Slechts voor een betere statistiek van de omzet en om het instrument te kunnen gebruiken voor enige sturing op de conjunctuur.

De basisuitkering (geen inkomen)

Kamerlid en econoom Bram van Ojik schreef in zijn jonge jaren een tekst over een “basisinkomen”. Dit is geen inkomen maar een uitkering. Zalm en Vermeend hadden blijkbaar ook het politiek opzetje bij de “belastingteruggave” om de stap naar het “basisinkomen” gemakkelijker te maken. (Groot & Van der Veen: “basisinkomen by stealth”, zie het overzicht door Otjes & Lucardie.) Echter, berekeningen over de basisuitkering negeren altijd dat het grootste positieve effect al bereikt is wanneer je een hoge heffingsvrije voet kiest.

Aanhangers van de basisuitkering blijken sektarisch aangelegd, en zij weigeren naar deze kritiek te kijken. Op het CPB was er Gerrit Zalm die niet open stond voor die kritiek, bij de WBS was er Paul de Beer die niet open stond voor die kritiek.

In deze video is een korte uitwisseling in de Tweede Kamer tussen geschiedkundige Mark Rutte en mr Marianne Thieme, waarin Thieme de sektarische filosofie verkondigt en Rutte enkele belangrijke tegenargumenten geeft, maar waarin bovenstaand hoofdpunt nog niet genoemd wordt: verhoog eerst de heffingsvrije voet, en kijk dan naar wat er aan problemen overblijft.

De Nederlandse Antillen

Ik zag Cohen Stuart’s beeld over een brug en het draagkrachtbeginsel treffend getoond met het instorten van de Julianabrug over de Sint Anna baai op Curaςao. De Nederlandse Antillen hebben eenzelfde beleid van belastingen en premies, en ik kon in de cijfers terugvinden dat daar eenzelfde oorzaak ligt voor werkloosheid en armoede aldaar. Zie dit boek.

De splitsing van de Antillen was onverstandig (de dwaling van Pechtold) en maakt de zaak verder weer ononverzichtelijker. Beter was het geweest om daar eerst via belastingherziening werkgelegenheid te herstellen en armoede op te heffen, en vervolgens te werken aan een Caribische Unie zoals de EU. Menigeen vergeet dat transport over water altijd al veel voordelen had, zodat de eilanden veel meer verbonden zijn dan het op de kaart lijkt. (Wellicht kan kamerlid Kees Verhoeven dit als economisch geograaf bevestigen.)

Milieu en het tweesnijdend zwaard

T.a.v. het milieu is er het argument van het tweesnijdend zwaard: verlaag de belasting op arbeid en verhoog de lasten op milieuvervuiling. Economen Lans Bovenberg en Ruud de Mooij hebben hier tegenargumenten geformuleerd, en ook Rick van der Ploeg is daardoor overstag gegaan, en hun conclusie was dat dit zwaard bot zou zijn. Internationaal kiest men voor het tamelijk ineffectieve instrument van de emissierechten (met vervuilers als de nieuwe rijken en een kerstboom van bureaucratie). Echter, de analyse van Bovenberg en De Mooij houdt geen rekening met de dynamica en de gecensureerde analyse over de werkloosheid.  Zie ook dit concept-boek. (Bovenberg was later onderdirecteur op het CPB en deed niets tegen almaar voortdurende de censuur dus ook onder zijn medeverantwoordelijkheid.)

Pleegt Thierry Baudet intellectuele diefstal ?

In het verkiezingsprogramma van het Forum tegen (Newspeak “voor”) Democratie van warhoofd Thierry Baudet (mensen, onderzoek diens proefschrift eens) staat een belastingvrije voet van EUR 20.000. Ik heb aan FtD gevraagd om een nadere toelichting. Ik heb Baudet ooit een exemplaar van Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt gegeven. Er zijn weinig mensen in Nederland naast mij die nog over de belastingvrije voet spreken, want alle “deskundigen” spreken over de “heffingskorting”. Via de normale methodiek van het verhogen van de voet is de verhoging die FtD voorstaat heel erg duur, en hoe wil FtD dit financieren ? Terwijl mijn analyse is dat het op een gratis manier kan. Mijn analyse is – afgezien van de kern die door censuur is getroffen – in het publieke domein. Toch zou het wenselijk zijn wanneer FtD correct zou verwijzen. Wie o wie heeft FtD op de gedachte gebracht om deze hoge voet in hun programma op te nemen ?

Falende redacties bij bladen economie blokkeren cruciale informatie

Ik verwijs wel aardig naar ESB, maar ik moet ook vermelden dat ESB nimmer mijn protest tegen de censuur van de wetenschap en advies tot een parlementaire enquête heeft willen publiceren. Redacteur Hugo Keuzenkamp wilde ooit wel een artikel plaatsen wanneer die ene zin er maar uit ging. Het is mij een raadsel waarom de redactie aan zijn lezers deze belangrijke informatie wil onthouden. Ook de website MeJudice blokkeert die informatie. Ook het “Tijdschrift voor Openbare Financiën” weigert. U kunt het daar ingezonden artikel zelf lezen, en probeer s.v.p. te ontdekken waarom het niet in behandeling zou hoeven worden genomen. Ik ontkom niet aan de conclusie dat TvOF redacteurs Flip de Kam en Jan Donders een inbreuk op de integriteit van wetenschap plegen. Dus ook hier hebben de economen-Kamerleden die zulke bladen lezen geen toegang tot de relevante informatie.

Concluderend

In 1990-1991 presenteerde ik als econometrist en wetenschappelijk medewerker van het Centraal Planbureau een nieuwe economische analyse. Die werd door toenmalig directeur Gerrit Zalm van interne bespreking en externe publicatiegang tegengehouden. Dit is censuur van de wetenschap. Zalm was geen wetenschapper maar vanuit het ambtelijk apparaat van EZ op het CPB geplaatst. Hier toont het landsbestuur weinig respect voor de wetenschap. Dit is geen “oude kwestie” zoals econometrist en Kamerlid Pieter Omtzigt me ooit antwoordde, maar die censuur gaat iedere dag door. De crisis van 2007+ bevestigt mijn analyse maar er is niemand die naar het bewijsmateriaal kijkt. Pieter Omtzigt is hier ernstig verdwaald.

Door die censuur geldt dat “economen in de Tweede Kamer” weliswaar “economen” zijn, maar niet op de hoogte zijn van de relevante economische inzichten. Met hun gebrek aan kennis zijn zij gedwongen aan te modderen met wat zij dan wel van economie weten, maar het is dan niet op grond van de relevante kennis en informatie.

Mijn advies is een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid sinds 1970 en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid, en met name de rol van het CPB.

Geplaatst in Anatomie van Nederland, Kernargument | Tags: , , , , , , , ,

Complimenten en kritiek voor Tom van der Meer

Hoogleraar politicologie Tom van der Meer publiceerde “Niet de kiezer is gek“, waarin hij zich verzet tegen feitenvrij speculeren en het oplaten van luchtbalonnen zonder naar de consequenties te kijken.

Hier staan boek en een bekijkenswaardige video, en hier is een interview door (historica) Floor Rusman (NRC 2017-01-12). In de video vertelt Van der Meer dat achterin het boek een uitvoerige literatuurlijst staat waarin men de feiten kan nagaan. Andere boekbesprekingen zijn er door Geerten Boogaart in PR&P, Hans Wansink in de Volkskrant, Marcel Hulspas in Sargasso.

Ik heb het boek nog niet gelezen en beperk me tot deze verwijzingen.

Van der Meer verdient een enorm compliment. Sinds 1966 met D66 is het denken over democratie verstoord met dwaalredeneringen over direct gekozen premier en burgemeester, referenda en districtenstelsel, en recentelijk weer ophoging van de kiesdrempel en het via loterij aanwijzen van bestuurders. Het is een verademing dat Van der Meer aan wetenschappelijk onderzoek vasthoudt, en zulke luchtfietserij ook de naam geeft die het verdient: luchtfietserij.

Er zijn ook een paar kritische opmerkingen.

Van der Meer kon en moest weten van mijn werk

Het lijkt erop dat Van der Meer niet verwijst naar mijn boeken “Voting theory for democracy” en (met Hans Hulst) “De ontketende kiezer“. Dat is natuurlijk heel jammer, want zo geeft hij zijn lezers maar een deel van de beschikbare informatie. Mijn analyse en zijn uitkomsten zijn toch zeer relevant, zie mijn brief aan het Presidium van de Tweede Kamer t.a.v. coalitie en premier na de verkiezingen van 15 maart.

Ik heb Van der Meer in 2013 geïnformeerd over mijn email aan Kathleen Thelen. Van der Meer kan dus weten van mijn werk, wanneer hij maar belangstelling toont. Maar ja, wanneer hij mij zou klassificeren als de zoveelste luchtfietser, dan is de wereld weer het slachtoffer van het zoveelste geval van miscommunicatie.

Van der Meer’s zwakke diagnose van het mediacircus

Uit het NRC-interview begrijp ik dat Van der Meer een zwakke diagnose geeft van het mechanisme waardoor die luchtfietserij van (vooral juristen bij) D66 en (archeoloog en filosoof) Van Reybrouck en (historicus en rechtsfilosoof) Baudet steeds maar weer publiciteit krijgt. Het kernargument is dat roepen dat de democratie faalt van nature aandacht krijgt van teleurgestelden. Het is een zwak argument, want het redeneert niet door naar de vraag waarom zulk roepen niet meteen met wetenschappelijk onderzoek en feiten weerlegd wordt.

Mijn advies aan Van der Meer is hierover door te denken. Mijn eigen suggestie is dat de mediaredacties vergeven zijn van historici en andere alfa-studies, en dat journalisten met een beta-achtergrond vooral nog zijn te vinden in de biotoop die dan “wetenschapsbijlage” heet. Ik heb helaas geen statistiek t.a.v. die achtergronden naar opleidingen. Mediaredacties bieden in zo’n geval geen weerwerk tegen het roepen dat de democratie faalt want redacties “denken” op dezelfde manier als de feitenvrije luchtfietsers, met als extra argument dat de krant moet worden verkocht en de kijkcijfers omhoog.

De academische opleidingen voor geschiedenis e.d. hebben er belang bij om zoveel mogelijk studenten te trekken. In plaats van dat er wetenschappelijke standaarden zoals in de natuurkunde gelden heeft men zijn eigen “alfa-wetenschappelijke” standaarden ontwikkeld. Wanneer die studenten afstuderen met een zogenaamde “alfa-wetenschappelijke” graad, en zij geen leraar geschiedenis o.i.d. kunnen worden, dan zwermen zij uit over de rest van de samenleving, waar zij met gebrek aan kritisch denken ellende op ellende veroorzaken. Denk bijvoorbeeld ook aan geschiedkundige Mark Rutte, zie hier.

Zie mijn bijdrage aan de wetenschapsagenda: “Kan en moet de studie geschiedenis niet strenger gaan opleiden tot wetenschap en respect daarvoor ?” Zie ook mijn bespreking “The end of the History Manifesto“.

De tweede factor is dat wiskundigen een opleiding tot abstractie – dus luchtfietserij – hebben, en zich onbekommerd bemoeien met allerlei onderwerpen, zoals financiële producten die een economische crisis kunnen veroorzaken, onderwijs in wiskunde, en inderdaad ook de theorie van verkiezingen. Klaarblijkelijk is Van der Meer ook onder invloed van zulke wiskundige luchtfietserij, waar hij in de video betoogt dat “ideale democratie niet bestaat”, en hij niet uitlegt wat dit ideaal dan zou zijn (“iedereeen is het met me eens” ?). Zie “Pas op met wiskunde over verkiezingen“.

Een derde factor zal dus ook zijn dat politicologie een eigen eilandje is gaan vormen, en niet meer openstaat voor de buitenwereld, waarin censuur van de wetenschap plaatsvindt waar juist ook wetenschappers tegen zouden moeten protesteren (en is politicologie een wetenschap ?).

Stembusaccoord en minderheidskabinet

Een wonderlijke suggestie van Van der Meer is dat partijen voorafgaand aan de verkiezingen meer stembusaccoorden zouden kunnen sluiten. Het is ietwat wonderlijk om hier zo’n aandacht aan te geven, omdat het de identiteit en de onderhandelingsvrijheid van de betrokken partijen onnodig beperkt. Partijen zouden dit instrument tactisch kunnen inzetten zoals zij nu reeds doen, maar het is vreemd om dit systematisch voor te stellen.

Een andere suggestie is om vaker een minderheidskabinet te hebben. Van der Meer is terecht gecharmeerd van het rondwinkelen om wisselende meerderheden te verzamelen, maar het is curieus dat hij zulk initiatief alleen aan een minderheid overlaat. De juiste aanpak bestaat uit een afspiegelingskabinet met veel onderhandelingsruimte.

Van de Meer voelt zich blijkbaar verplicht om alsnog suggesties te doen hoe de democratie verbeterd zou kunnen worden. Dit staat op gespannen voet met het eerdere argument dat de democratie reeds functioneert.

Opvallend is deze constatering door Hans Wansink in de Volkskrant:

Op de laatste pagina van zijn boek lijkt Van der Meer ineens niet meer zo zeker van zijn eigen niks-aan-de-handbetoog: ‘Gevestigde partijen die fungeren als verlengstuk van de staat plaveien de weg voor een nieuwe kiezersvlucht naar de politieke flanken. Zelfs een nieuwe populistische revolte is dan niet ondenkbaar.’ Die revolte komt wel erg plotseling uit de lucht vallen na Van der Meers iets te gemakzuchtige kritiek op door hem gewraakte ‘democratische doemdenkers’.

Partijkartel en warhoofd Thierry Baudet

Van der Meer constateert dat bestuurlijke functies in toenemende mate worden toebedeeld aan partijleden, in plaats van bekwame personen daarbuiten. Hij spreekt daarbij over een “bestuurlijke karteldemocratie” (NRC-interview). Van der Meer heeft geen goed instrument om dit aan te pakken. De kat is op het spek gebonden, en Van der Meer adviseert de kat om er vanaf te blijven.

Dit is koren op de molen voor Thierry Baudet met zijn Forum tegen (Newspeak “voor”) Democratie, die in de NRC de gelegenheid krijgt om kritiekloos toe te lichten dat hij het “partijkartel” te lijf gaat (Floor Rusman, NRC 2017-01-22).

Elders heb ik toegelicht dat Thierry Baudet een warhoofd is, en dat hoogleraren “rechtsfilosofie” nog maar eens goed moeten kijken of diens “proefschrift” wel die naam waard is. Van der Meer heeft deze kritiek op Baudet:

“Aan de andere kant bestaat juist de roep om meer democratie. Het populairste middel is het referendum, dat volgens onder anderen Geert Wilders en Thierry Baudet het vertrouwen in de politiek zal herstellen. Dat klinkt leuk, alleen jammer dat het niet klopt, aldus Van der Meer.” (NRC 2017-01-12)

Van der Meer vergelijkt hier met Denemarken en Zwitserland, maar het argument van Baudet is dat volksinitiatieven het “kartel” van Van der Meer juist hier in Nederland kunnen doorbreken. Het komt in deze teksten niet uit de verf hoe dat precies zou werken – dus Baudet blijft een warhoofd – maar ook niet wat Van der Meer daarvan zou vinden.

Een vertrouwenscrisis los je niet op met skepsis

Er bestaat in Nederland een vertrouwenscrisis. Het is wel zaak om die precies te benoemen. Deze passage in het NRC-interview is relevant:

[Van der Meer’s] voornaamste frustratie: dat de kiezer wordt verweten dat hij de democratie wantrouwt, terwijl uit bijna al het wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die vertrouwenscrisis niet bestaat.

[Interviewer:] Toch hoor je vaak van kiezers dat ze de politiek niet vertrouwen.

[Van der Meer:] “Uit onderzoek blijkt dat er een groot vertrouwen is in de democratie, en minder in politici. Dat is juist goed: het is niet de bedoeling dat mensen politici blindelings vertrouwen.”

Van der Meer interpreteert de “vertrouwenscrisis” als “vertrouwenscrisis t.a.v. het stelsel van democratie als zodanig”. Dat lijkt me een beroepsdeformatie als politicoloog. Hopelijk wil Van der Meer niet ontkennen dat er toch wel degelijk een echte maar andere vertrouwenscrisis is. En die vertrouwenscrisis los je niet op met skepsis.

Ook dit is niet de vertrouwenscrisis waar het nu om gaat: Menig burger zal met de “vertrouwenscrisis” bedoelen dat “de politiek niets tegen immigratie doet”. Men stemt dan op Janmaat, LPF, PVV, F tegen D, SP, maar wanneer die stelselmatig in de oppositie zitten dan heeft dat ook geen zin. Maar ook dit bedoel ik niet.

In mijn diagnose bestaat de vertrouwenscrisis eruit, dat zelfs skepsis onvoldoende is, omdat het geen zin heeft om iemand met skepsis en voorwaardelijk enig vertrouwen voor bestuurlijke verantwoordelijkheid te geven, wanneer immers blijkt dat zulk vertrouwen systematisch geschonden wordt. Zie mijn pagina “In plaats van FEEST een vertrouwenscrisis“.

  • Nederland heeft zoals W.F.H. vaststelde een regentenmentaliteit, en wellicht de enige manier om Nederland respect voor wetenschappelijke vrijheid van denken bij te brengen is een boycot van dit land totdat de censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het CPB is opgeheven. Ik houd me aanbevolen voor wie een betere oplossing heeft.
  • Wanneer Nederlanders zeggen tegen censuur van wetenschap te zijn maar stelselmatig stemmen op politieke partijen die deze censuur van wetenschap laten gebeuren, dan zijn die Nederlanders inderdaad gek. Zie mijn bijdrage aan NWO Bessensap 2013: “Jullie zijn allemaal gek.
Geplaatst in Anatomie van Nederland, Democratie | Tags: , , , , , , , ,

Aan het Presidium van de Tweede Kamer, over de keuze van coalitie en premier

Date: Tue, 21 Mar 2017
From: [Griffie van de tweedekamer.nl]
To: [Thomas Colignatus]
[later kenmerk 2017Z03968 / 2017D10864]

Geachte heer [Colignatus],

Wij hebben uw mail in goede orde ontvangen en ter behandeling doorgestuurd naar de commissie voor Binnenlandse Zaken.

Met vriendelijke groet,
[Griffie]
Tweede Kamer der Staten Generaal


Date: Tue, 21 Mar 2017
To: [griffier van de tweedekamer.nl]
From: [Thomas Colignatus]
Subject: Enkele berekeningen t.a.v. mogelijke coalities en keuze premier
Cc: w.j.m.voermans,  “Postbus Kiesraad” [en enkele anderen]

Aan het Presidium van de Tweede Kamer
cc. Raad van Advies van de Kiesraad

Geacht Presidium,

Demissionair minister Schippers verkent voor u nu de mogelijkheden om tot een regeringscoalitie en de keuze van een premier te komen.

Mijn verzoek aan u is om dit email door te sturen aan de leden van zowel Eerste als Tweede Kamer, alsmede aan mevrouw Schippers, opdat men van onderstaande overwegingen en reken-uitkomsten kennis kan nemen. Ook verzoek ik u dit email op te vatten als een brief die kan worden doorgezonden aan de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken. Ik doe zelf al kopie aan enkelen waaronder de Raad van Advies (voorzitter Voermans) van de Kiesraad.

Naast de mogelijkheid van gewoon onderhandelen kan men ook enkele principes kiezen, en dan de uitkomst bepalen op grond van rekenregels die dergelijke principes optimaliseren. Een vraag is bijvoorbeeld of je een coalitie met de kleinst mogelijke meerderheid of juist de grootst mogelijke meerderheid wilt.

In onderstaand artikel vergelijk ik een viertal methoden: Plurality, Borda, Condorcet, en Borda Fixed Point (BordaFP). Daarvan combineert BordaFP de beste eigenschappen van Borda en Cordorcet – met natuurlijk de prijs dat men niet die pure uitkomsten heeft. Mijn indruk is dat de meeste mensen BordaFP zouden prefereren. Het lijkt wenselijk dat de methode overwogen wordt op meer plekken waar gekozen wordt met een overzichtelijk aantal deelnemers.

Het artikel is “The performance of four possible rules for selecting the Prime Minister after the Dutch Parliamentary elections of March 2017”: https://mpra.ub.uni-muenchen.de/77616

Een korte toelichting in het Nederlands is hier:

https://boycotholland.wordpress.com/2017/03/17/een-afspiegelingskabinet-met-misschien-gert-jan-segers-als-premier

In de bijlage hieronder staat een nadere toelichting met drie hoofdpunten.

Met vriendelijke groet,

Thomas Cool / Thomas Colignatus
Econometrist en leraar wiskunde
Scheveningen

Bijlage

(1) In de berekeningen in het artikel op MPRA heb ik een “schatting” gedaan van de rangorde-voorkeuren van partijen. Voor een accurate uitkomst zouden de partijen in de Tweede Kamer hun eigen voorkeuren moeten indienen. Mijn verzoek aan de fracties is om mij inderdaad die voorkeuren te zenden. In principe zijn er twee lijsten denkbaar: een lijst voorkeuren voorafgaand aan de onderhandelingen (ook wanneer nog geen namen bekend zijn), en een lijst voorkeuren nadat de onderhandelingen tot een coalitie hebben geleid (en namen van kandidaten premiers bekend zouden zijn). Een lijst heeft de vorm van Partij1 > Partij2 > …. > Partij13, zie ook het artikel op MPRA.

(2) De principes en rekenregels kunnen binnen verschillende structuren gebruikt worden. Ook daarover dient helderheid te bestaan. In de huidige conventie wordt eerst een coalitie samengesteld met een kandidaat premier binnen die coalitie, en wordt daarna in de Tweede Kamer gestemd, waarbij de coalitiepartners voor die kandidaat premier kiezen (wat sommigen coalitiedwang noemen). In het algemeen leidt dit tot enige onvrede bij degenen die niet tot die coalitie zijn gaan behoren en dan in een oppositierol komen. Deze conventie leidt dus tot onbegrip. De premier wordt geacht er te zijn voor alle Nederlanders, maar de oppositie heeft geen wezenlijke invloed meer op de keuze van de premier wanneer de coalitie dit bepaalt (als onderdeel van de onderhandelingen). Er zijn hier echter alternatieven. In bovenstaand artikel in MPRA draai ik het keuzeproces om en laat ik zien hoe een inclusieve keuze eruit zou kunnen zien. Eerst stellen partijen hun premier kandidaten voor, eventueel ook personen van buiten de Tweede Kamer. Wie gekozen wordt krijgt de gelegenheid om een zo breed mogelijk afspiegelingskabinet te formeren. De afspraken kunnen minimaal zijn, want gedurende de regeringsperiode kunnen besluiten worden genomen met wisselende meerderheden.

(3) Dit artikel op MPRA maakt deel uit van mijn wetenschappelijk onderzoek dat ik begon als econometrist en wetenschappelijk medewerker van het Centraal Planbureau (CPB) in 1982-1991, en dat sinds 1990 is getroffen door censuur door de directie van het CPB. Dit is onderzoek naar massale werkloosheid en ook de rol daarbij van collectieve besluitvormingsprocessen en de maatschappelijke welzijnsfunctie. Wiskundige en Nobelprijswinnaar economie Kenneth Arrow (1921-2017) formuleerde in 1951 een wiskundige stelling (die juist is) waaraan hij de interpretatie gaf dat democratie als ideaal onmogelijk zou zijn (hetgeen een onjuiste interpretatie is). De interpretatie die Arrow gaf heeft een zeer verstorende invloed gehad op het economisch onderzoek, waarbij collega-economen blijkbaar Arrow’s formules zijn gaan lezen binnen de “framing” van diens interpretatie. Ook bij het CPB werd onderzoek aan een maatschappelijke welzijnsfunctie afgewezen met een argument door de directie dat Arrow had laten zien dat zoiets onmogelijk zou zijn. Bespreking van mijn analyse omtrent de misvatting door Arrow werd door de directie afgewezen met het argument alsof het voor het CPB “te moeilijk” zou zijn. Voor de directie van het CPB volstond het gebruik van het begrip van het Nationaal Inkomen en de verandering daarin, de zgn. “economische groei”. Recentelijk heeft de Tijdelijke Kamercommissie Breed Welvaartsbegrip naar dit onderwerp gekeken. Ook deze commissie heeft echter van collega-economen verkeerde informatie gekregen welke gevoed wordt door de onjuiste interpretatie door Kenneth Arrow. In ieder geval heeft men niet met mij gesproken. In 1990 adviseerde ik tot een parlementaire enquete naar de massale werkloosheid en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid, en met name de rol van het CPB. Toen de directie van het CPB censuur van de wetenschap pleegde door die analyse tegen te houden van interne bespreking en externe publicatie, kreeg mijn advies tot een parlementaire enquete een noodzakelijk karakter. Omdat Nederland niets doet aan die censuur van de wetenschap, adviseer ik sinds 2004 aan de wereld om Nederland te boycotten tot de censuur van de wetenschap is opgeheven.

Geplaatst in Democratie, Kernargument, Rol van de wiskunde | Tags: , , , , , , ,

Een afspiegelingskabinet met misschien Gert-Jan Segers als premier

De kiezer heeft gesproken en nu zijn de gekozenen aan zet. Edith Schippers inventariseert hun gedachten.

De traditionele zoektocht is naar een coalitie met de kleinste meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer. De gangbare reflex is ook dat de PvdA nu te instabiel is om mee te regeren, en beter eerst zijn wonden kan likken. Deze reacties kunnen we beter bedwingen.

Het zoeken is juist naar de grootst mogelijke meerderheid, waarbij ook de PvdA zich kan herstellen via regeringsdeelname. Waarom zou die PvdA oppositie moeten voeren tegen waar ze het eigenlijk wel mee eens zijn ?

Wanneer Jeroen Dijsselbloem minister van Financiën kan blijven dan dient dat de stabiliteit in Europa. Ik heb veel kritiek op het beleid van Dijsselbloem, maar het is onzin om zulke stabiliteit te vernietigen alleen omdat de Haagse politiek vastzit in traditionele denkkaders. Voor Nederland lijkt de economische crisis een beetje voorbij, maar dit is niet zo voor Zuid-Europa. Het zijn ook spannende tijden met Brexit en verkiezingen in Frankrijk en Duitsland.

Addendum 24 maart 2017: Met zijn metafoor van drank en vrouwen heeft Dijsselbloem zich onmogelijk gemaakt. Hij had kunnen en moeten weten dat zo’n metafoor voor meer uitleg vatbaar is. Wellicht meent hij ook werkelijk dat Zuid Europa het geld over de balk smijt ? Dan nog had hij kunnen en moeten weten dat een transitie naar een transparante verantwoording niet met zulke stereotyperingen gediend is. Hoe dan ook, terwijl bovenstaand argument dan wegvalt t.a.v. het blijven regeren door PvdA, zijn er voldoende andere argumenten over om te blijven regeren. Wel laat zich opmerken dat Lodewijk Asscher opmerkelijk vaak verkeerde keuzes maakt, en dat de PvdA er verstandig aan zou doen om ook de ballon van diens wartaal door te prikken.

De relevante brede coalities

Hoe zou zo’n brede coalitie eruit zien ? De PVV en DENK vormen uitersten die zichzelf uitsluiten. Gezien de standpunten is dat denkelijk ook het geval bij 50Plus (pensioenleeftijd), FvD (kleine PVV) en het SGP (religiedwang). Omdat de SP een coalitie met de VVD heeft uitgesloten, resteren deze mogelijkheden:

  1. SP, GL, PvdA, D66, PvdD, CU, CDA, met 85 zetels
  2. GL, PvdA, D66, PvdD, CU, CDA, VVD, met 104 zetels
  3. PvdA, D66, PvdD, CU, CDA, VVD, met 90 zetels
  4. D66, PvdD, CU, CDA, VVD met 81 zetels

De PvdD heeft een nieuwe positie waaraan we moeten wennen. Met hun 5 zetels zijn ze nu toch minstens zo belangrijk als de CU, en zij kunnen dan een belangrijke rol spelen. (Gebruik eventueel de coalitiewijzer van de Volkskrant.)

De keuze van de premier

Velen menen dat Mark Rutte als premier kan doorgaan maar laten zij nog eens naar de argumenten kijken. Rutte heeft 8 zetels verloren, een kleine partij waardig, ondanks het dreigen met de PVV. Van zijn coalitie met de PvdA met in totaal 79 zetels bleven er 42 over. Als premier is Rutte voor andere partijen een groot risico. De VVD heeft slechts 22% van de stemmen, en dat is ver verwijderd van 50%. Een premier moet er zijn voor alle Nederlanders. De partijen van PVV tot DENK die niet in de regering zouden komen, zouden zich niet compleet buitengesloten moeten voelen. Het meest democratische is derhalve dat alle partijen over de keuze van de premier meestemmen, met de mogelijkheid van een compromis.

Addendum 24 maart 2017. T.a.v. Rutte geldt dat er kamervragen gesteld mogen worden t.a.v. de aanpak van de Turkse ministers vlak voor de verkiezingen (Knoops & Zwart).

In de theorie van de verkiezingen zijn er verschillende mechanismen (wikipedia). De meest relevante zijn:

  • Pluraliteit: De meeste stemmen gelden. Wanneer iedere partij op zijn eigen partijleider stemt, dan wint Rutte met 33 stemmen (zetels).
  • Condorcet: Die kandidaat is gekozen, die in paarsgewijs stemmen alle tegenstanders verslaat. Het is maar de vraag of Rutte dit gaat lukken.
  • Borda: Partijen brengen een rangorde aan, en de kandidaat met de meeste punten is gekozen.
  • Borda Fixed Point: Met deze rangordes kan ook bepaald worden wie zou winnen van de sterkste tegentander (d.w.z. degene die zou winnen wanneer betrokkene zelf niet meedoet). Dit blijkt een soort compromis te zijn tussen Condorcet en Borda.

Mijn suggestie is dat het parlement de Borda Fixed Point methode gebruikt om de nieuwe premier aan te wijzen.

Daartoe zouden zich eerst kandidaten moeten melden, waarna partijen hun rangordes inleveren. Publicatie van die rangorde is wenselijk opdat partijen niet te strategisch gaan stemmen. De gekozen premier weet zich dan breed in de Kamer gesteund, en kan dan als formateur aan de slag om een brede coalitie te vormen, bijv. nr 2 hierboven met 104 zetels.

Partijen kunnen hun kandidaten breed kiezen. Bijvoorbeeld zou de PvdA Wouter Bos kunnen voorstellen, of de CU André Rouvoet. Kiezers krijgen dan misschien een premier op wie ze niet gestemd hebben, maar het principe blijft dat de verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn en niet voor de premier. Zo’n indirecte keuze van de premier is veel democratischer dan een directe keuze – zie De ontketende kiezer (2003).

Gert-Jan Segers, en nadere onderbouwing

Als voorbeeld heb ik zelf een “schatting” gemaakt van de rangordes van partijen t.a.v. kandidaten van andere partijen. Dan blijkt Gert-Jan Segers de BordaFP winnaar te zijn. Wanneer u nu denkt dat hij inderdaad als compromis voldoet en een waardig premier voor alle Nederlanders zou zijn, dan is dit als voorbeeld gelukt.

De berekening en bespreking staan hier (in het Engels). De Borda Fixed Point methode is mijn eigen ontwerp, en is niet in wikipedia te vinden. In de Bijlage is er een toelichting op het verschil tussen afspiegelings- en programcolleges. Voor 1970 waren afspiegelingscolleges normaal, maar met de polarisatie van de jaren ’60 ontstonden programcolleges. Hopelijk kunnen we terugkeren naar het inclusief denken.

Addendum 24 maart 2017. Segers blijkt in deze tekst een te snelle stap te maken van niet-christelijk naar anti-christelijk.

“Daar komt bij dat wat mij het meest heilig is – Jezus als zoon van God, gestorven aan het kruis, na drie dagen weer opgestaan – door de islam wordt ontkend. De islam is niet zozeer een niet-christelijke godsdienst, maar is van meet af aan een anti-christelijke godsdienst geweest.”

Ik heb Segers een toelichting gevraagd. Vooralsnog kan hij met zo’n tekst geen premier voor alle Nederlanders zijn. Dank aan Hassnae Bouazza voor deze alert. Wellicht dan toch weer André Rouvoet ? Zie ook mijn advies dat de Westerse samenleving afstand gaat nemen van het christendom, niet als “anti” maar gewoon omdat het een dwaling is. Wie zich verdiept in een godsdienst heeft als enig resultaat dat men zich verdiept in een godsdienst.

Thierry het warhoofd en zijn zakenkabinet

Eerder is al besproken dat Thierry Baudet een warhoofd is, en dat het verbazingwekkend is dat journalisten de ballon niet hebben doorgeprikt. Zie hier, hier en hier. Voor de formatie stelt Baudet nu een zakenkabinet voor, onder leiding van CDA-kamerlid en econometrist Pieter Omtzigt. Zie de presentatie van dit voorstel bij Pauw & Jinek met ook de reactie door Wouter Bos. Baudet beseft niet wat het betekent dat een kabinet over politiek draagvlak moet beschikken. Voor dit draagvlak is het niet voldoende dat er alleen een benoeming is aan het begin van de kabinetsperiode. Er kunnen relatief snel problemen ontstaan waarbij de kamersteun op de proef wordt gesteld. Het bestuur van een land, provincie of gemeente is niet alleen een kwestie van “zaken doen”. Een kabinet moet op betrokkenheid kunnen vertrouwen, en dat noemen we politieke binding. Kijk bijvoorbeeld naar Ronald Plasterk, die door de PvdA naar binnen werd gehaald als een grote deskundige en hoe die vooral in zijn eigen ijdelheid verdwaald raakte. Of, kijk eens naar Baudet zelf, en diens claims op deskundigheid ….

Wiskundigen scheppen verwarring sinds 1951

Ook wiskundigen kunnen in de war raken. Zij worden opgeleid tot abstract denken en kunnen blijkbaar de weg kwijt raken wanneer het om de werkelijkheid gaat, niet alleen bij financiële producten bij de kredietcrisis maar ook over onderwijs in wiskunde, en ook t.a.v. verkiezingen. Kenneth Arrow presenteerde in 1951 een wiskundige stelling die volgens hem toonde dat democratie onmogelijk zou zijn. Blijkbaar is de status van wiskunde torenhoog en is Arrow sindsdien vooral nagepraat. Wie goed naar zijn analyse kijkt merkt dat puur de wiskunde wel klopt, maar Arrow’s interpretatie niet. Zie het opstel “Pas op met wiskunde voor verkiezingen” en de bijlagen. Pijnlijk is dat wiskundige Vincent van der Noort inderdaad Arrow napraat op Kennislink, maar dat de redactie van Kennislink niet wil corrigeren, waarbij zij tonen dat zij niet naar argumenten kijken, en dat zij meer respect hebben voor een in abstractie verdwaalde wiskundige dan voor een econometrist die juist geleerd heeft om  zowel wiskunde als empirie te bewaken.

Bijlage. Het verschil tussen afspiegelings- en programcolleges

Wikipedia legt het netjes uit:

Een afspiegelingscollege is een bestuursorgaan van de overheid, dat is samengesteld naar de zetelverdeling in het benoemende vertegenwoordigende orgaan. Dat wil zeggen dat alle fracties van enige omvang in gemeenteraad of Provinciale Staten zijn vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur van hun regio, en wel naar evenredigheid.

Tot 1970 was het afspiegelingscollege het gebruikelijke en zelfs het enige bestuursmodel bij de lagere overheden. Vanaf dat jaar vonden programcolleges hun intrede. Partijen gingen bestuursakkoorden sluiten, waarin het beleid voor de komende bestuursperiode wordt overeengekomen. De zetelverdeling in het dagelijks bestuur vormt een onderdeel van zo’n akkoord.

De argumenten voor een afspiegeling zijn:

  • De meeste burgers zijn ook vertegenwoordigd in het bestuur.
  • Informatie over het bestuurlijk proces komt breder beschikbaar.
  • Meer partijen doen bestuurservaring op.
  • Partijen kunnen zich toeleggen op specifieke terreinen die hen na aan het hart liggen, zoals bijv. onderwijs of milieu, en daarop ook afgerekend worden.
  • Er ontstaat een grotere afstand tussen bestuur en controlerende raad. De raad heeft meer vrijheid om een disfunctionerende bestuurder te vervangen. Er is geen coalitiedwang waarbij alles in het program-akkoord is vastgelegd, en waarbij niemand vervangen kan worden zonder dat het hele bestuur opstapt.

De argumenten voor een programcollege zijn:

  • Machtspolitiek via het uitsluiten van anderen.
  • Coalitiedwang om kritische gedachten in eigen partijen tot zwijgen te brengen.
  • Vermeende helderheid van “afspraken” (maar wanneer die niet gehaald worden ontstaat meestal toch weer politiek gekonkel).
  • Een duidelijk verhaal bij volgende verkiezingen van wat er bereikt is (alsof burgers dit niet vier jaar lang hebben kunnen volgen).
  • Politisering van zakelijke discussies, meer emotie en spanning in de politiek, meer aandacht voor de poppetjes en minder voor de inhoud, vaker grote krantenkoppen.
Geplaatst in Democratie, Rol van de wiskunde | Tags: , , , , , ,

Meer over het opzetje van P&J tegen Baudet

Zie het vorige weblog voor de terechte vraag van Frits Wester aan Thierry Baudet.

Een tafelschikking is vaak van belang. Frits Wester zat tegenover Thierry Baudet en kon hem direct aanspreken. Baudet zat naast Ahmed Aboutaleb en kon hem niet direct aanspreken. Het kan geen toeval zijn geweest.

We kunnen gevoeglijk aannemen dat Frits Wester (RTL en niet NPO) niet van dit opzetje van Pauw & Jinek wist.  Het waren ook P&J die het filmpje met Baudet’s uitspraak toonden, waarop Wester spontaan – en lofwaardig – reageerde. Toch is de situatie problematisch.  Wester’s vraag aan Baudet was terecht, maar door dit opzetje met de “bewoners” erbij krijgt het geheel het karakter van een volksgericht, en het is de vraag of hij daaraan wel had willen meewerken.

Per saldo hebben Jinek en Wester (1) Baudet tegen zichzelf in bescherming genomen, en (2) hem aan een zetel geholpen door niet kritisch door te vragen.

Kwalijker opzetje t.a.v. “bewoners van Leidsche Rijn”

Kwalijker blijkt het opzetje t.a.v. “bewoners van Leidsche Rijn”. Deze personen werden door Pauw & Jinek beschreven als waren zij alleen maar bewoners, als representanten van 800.000 bewoners van VINEX wijken – zie ook de ondertiteling bij hun namen. Al snel leverde twitterend Nederland een ontmaskering die Big Brother waardig is. Er zaten meer bewoners in de zaal, maar alleen Marieke Dubbelman en Adam Almarini kregen het woord, en Jan-Willem Schouw nam het ongevraagd maar kreeg meteen zijn naam erbij. Marieke Dubbelman presenteerde zich als moeder van kinderen, en Almarini als succesvolle tweede generatie migrant, maar Schouw zei openlijk dat hij D66-lid was, wat Jeroen Pauw zodanig verbaasde dat we niet aan diens acteertalent hoeven te twijfelen.

Het is geen “talkshow” maar “kletstoneel”.

Zouden Dubbelman cs. niet weten dat zij zo als “gewone burgers” werden geframed, of zaten zij in het complot ? Is de ouwerwetse spelling van “Leidsche Rijn” voor een moderne wijk in plaats van gewoon “Leidse Rijn” de waarschuwing dat je beetgenomen gaat worden ?

Ik verwijs naar Frans Groenendijk voor meer vragen. Naar ik begrijp heeft Groenendijk een boek geschreven over “Islamofobie” – een fobie is bang zijn voor iets waar je niet bang voor hoeft te zijn – waar ik denkelijk niets van moet hebben, maar zijn vragen over het opzetje door Pauw & Jinek lijken me terecht.

Het is aan te bevelen dat P&J in een volgende uitzending hun excuses aanbieden voor deze manipulatie (en zeker voor het mislukken daarvan: slecht toneel).

Een wonderlijke reactie

Frans Groenendijk produceert in aangehaalde bespreking een wonderlijke constructie:

“Die ging over immigratie en homeopathie. Alle keren dat hij [Baudet] daartoe de gelegenheid kreeg benadrukte de lijsttrekker dat hij problemen heeft met culturen die ver af staan van de onze, die niet mengen, maar Wester bleef doordrammen alsof verschil maken tussen ras en cultuur een leugenachtige verdraaiing was.”

Het ging niet over “immigratie en homeopathie”. Laten we Groenendijk uitnodigen nog eens goed naar de uitspraak te kijken die Baudet niet meer zo zal formuleren. Die uitspraak gaat wel degelijk over bevolking (DNA) en niet over cultuur.

De reactie van Wester is terecht. Het probleem is dat Wester niet doorvroeg hoe Baudet er echt over denkt. Dat Baudet nu over “cultuur” praat spoort niet met wat hij eerder over het blank blijven van Europa heeft gezegd (maar het warhoofd wil ook uit de EU, dus hoe wil hij dat bereiken ?).

In de uitzending zegt Baudet nog dat hij wil “vooruitkijken” maar niemand vraagt wat hij daarmee bedoelt. (Mogelijk dat de overbevolking van Afrika naar Europa zal trekken – zie zijn eerdere uitspraak over “Afrikanisering” ?)

Linda Nieuws kan ook geen tv-kijken

Ook Linda kan niet goed tv-kijken. Belinda Janssen stelt:

“Thierry beweerde namelijk dat de instroom van verschillende culturen in ons land voor een ‘homeopatische verdunning van de Nederlandse bevolking’ heeft gezorgd. En die uitspraak vond Frits Wester niet te verteren.”

Ook hier wordt wat Baudet heeft gezegd niet correct geciteerd. Terwijl het toch zeer gemakkelijk moet zijn om het filmpje nog eens goed af te luisteren. Maar Linda toont dat filmpje niet, alleen een fragment daarna.

Linda neemt Baudet ook in bescherming:

“Wester wond zich zó op over Baudets boude stelling dat hij ter plekke om excuses eiste. Volgens Baudet had zijn uitspraak helemaal geen racistische bedoeling, al gaf hij na enige tijd wel toe dat hij dergelijke bewoordingen nu niet meer zou gebruiken. Maar aan zijn eigen verhaal kwam hij door het gehakketak niet meer toe.”

Wester vroeg geen excuses maar correctie van iets wat compleet belachelijk is. Wanneer Linda niet corrigeert moet Doutzen Kroes Linda de Mol maar eens flink toespreken.

De kritiek van Wester was geen gehakketak, tenzij Linda meent dat protesteren tegen een overduidelijk racistische uitspraak mag worden beschouwd als gehakketak. Zie ook hoeveel moeite het kostte om Baudet tot intrekking te bewegen.

En laat Linda dan nog eens uitleggen wat dat “eigen verhaal” is waaraan Baudet niet toekwam. Ik kom alleen warrigheid tegen, en daar heeft hij echt alle tijd voor. Het is bizar hoeveel tijd de Nederlandse media aan dit warhoofd besteden. Kunnen journalisten werkelijk niet zien dat er iets aan Baudet mankeert ?

Kwalijke gifmengerij door DDS

Ronduit kwalijke gifmengerij pleegt DDS bij het “verslag” door Tim Engelbart:

“De methode die ze hadden gekozen was een bijzonder trieste: ze namen een uitspraak die Baudet afgelopen woensdag deed bij een sprekersavond in Maastricht, en haalden die doelbewust volkomen uit het verband. Zo heeft Thierry Baudet verkondigd dat we toe moeten naar een situatie waarin we de grenzen sluiten en wat meer ons best gaan doen om de Nederlandse cultuur te beschermen. Zo zei hij dat niet, want zo praat Baudet niet, maar hij voegde er z’n gebruikelijke flair aan toe: de FVD-voorman sprak over een “homeopathische verdunning” van het onze, wat aan tafel bij Pauw & Jinek onmiddellijk werd uitgelegd als een soort uiting van nazisme.”

DDS pleegt derhalve geen journalistiek maar kwalijke propaganda.

  • DDS verdoezelt wat Baudet heeft gezegd, want geeft het citaat niet.
  • DDS doet geen onderzoek naar eerdere soortgelijke uitspraken door Baudet.
  • DDS verdoezelt dat zulk protesteren tegen vermenging van bevolkingen (DNA) wel degelijk racistisch is.
  • Terwijl Jinek de term “raszuiverheid” hanteerde (minuut 22), maakt DDS daar “nazisme” van.
  • DDS schept een “verband” waar dit dan uit gehaald moet worden, de cultuur. Maar de uitspraak gaat over DNA en niet over cultuur. Dus terwijl Baudet zit te verdraaien doet DDS daaraan mee en beschuldigt anderen van verdraaien.
  • DDS noemt het “flair” terwijl het weerzinwekkend is.

DDS houdt blijkbaar van het verdraaien van de waarheid en krijgt er geen genoeg van:

“Maar Thierry Baudet zegeviert omdat hij zonder boos of onredelijk te worden tóch kan uitleggen dat zijn uitspraak helemaal niets met rassen te maken heeft. Wel met cultuur, want de gevestigde orde in de Nederlandse media en politiek hebben er namelijk een handje van onze cultuur te ontkennen of weg te drukken. Dat punt wordt gescoord door Baudet, en Ahmed Aboutaleb (één van de weinige PvdA’ers buiten de incestueuze media-politiek-kliek) maakt ‘m vervolgens af voor de Forum-lijsttrekker door hem een daverend applaus te geven.”

  • Baudet “legt niet uit” maar verdraait.
  • Baudet wordt wel boos want je ziet dat hij gepikeerd raakt.
  • Baudet is zeer onredelijk want zeer verward. Een deel van zijn overtuigingskracht ontleent hij aan het feit dat hij echt gelooft in zijn verwarde gedachten, maar het blijft verward. In alle waarschijnlijkheid is ook Baudet’s uitspraak dat hij het niet meer zo zal zeggen een uiting van zijn verwarde denken. Het komt door dat verwarde denken wellicht oprecht over, maar je hebt er werkelijk niets aan. Daarom had Frits Wester ook moeten doorvragen over wat Baudet dan werkelijk denkt (voorzover hij dat warrig doet).
  • Aboutaleb geeft Baudet het applaus voor de oprechtheid van de intrekking van de uitspraak. Niet omdat Aboutaleb het eens is met Baudet t.a.v. het probleem t.a.v. de cultuur.

DDS heeft de aanduiding “De Nederlandse Breitbart” welverdiend.

Geplaatst in Anatomie van Nederland, Omgaan met de waarheid | Tags: , , , , , , , , , , ,