Update van: Bestuur NVvW verzint een “afspraak” met de staatssecretaris

Het NVvW-bestuur verzon een “afspraak” met de staatssecretaris over de rekentoets (nog niet in wikipedia) en dichtte Sander Dekker daarmee een onwaarheid toe, en gaf zo ook verkeerde informatie aan de Tweede Kamer, aan de leden (6 december) en de media (Volkskrant 8 december 2016).

Het is rare situatie. Wanneer iemand ontkent dat er een afspraak is, dan moet je goed nadenken voordat je gaat stellen dat iemand die afspraak heeft geschonden. Had je het zelf wel goed begrepen ? Het is dan nuttig om na te gaan of er daadwerkelijk zo’n afspraak is gemaakt. Tot zo’n reality check was het NVvW-bestuur niet bereid.

In dit geval wijst het beschikbare materiaal in de richting dat er niet zo’n afspraak was. Toch hield het NVvW-bestuur vol dat er wel zo’n afspraak was, en mogelijk droeg het zwartmaken van de staatssecretaris ertoe bij dat de Kamer akkoord ging met een poging om een voorstel van de NVvW nader uit te laten werken. De staatssecretaris werkt hier loyaal aan mee, en hier staat de daadwerkelijk gemaakte afspraak van begin 2017 waarin het NVvW-bestuur een rekentoets bij het eindexamen accepteert. Laat ik opmerken dat dit voorstel van het NVvW-bestuur door het bestuur zelf is verzonnen en dat mij onduidelijk is wie nu de aangezochte “experts” zijn.

In een email van mij aan de secretaris van het NVvW-bestuur van 5 december vroeg ik nadere informatie maar kreeg geen antwoord. Wat het bestuur op 6 december op de website zette is duidelijk geen voldoende antwoord maar een herhaling van de positie van eind november – die juist aanleiding gaf tot het stellen van vragen.

Ik zette de mogelijkheden op een rijtje, op 10 december 2016: bewuste geheimhouding, roze bril & wensdenken, en onbeschaamd keihard liegen. De eerste mogelijkheden leken mij onwaarschijnlijk. Wanneer er een afspraak met Dekker zou zijn en er zou geheimhouding zijn, dan zou Dekker eerder reageren dat het NVvW-bestuur die geheimhouding schond dan stellen dat er niet zo’n afspraak was. Voor een serieus te nemen NVvW-bestuur ga je ook niet uit van wensdenken. Met aarzelingen omgeven was mijn beste schatting:

“De conclusie is dat het bestuur op z’n minst een slecht geheugen heeft en dat die “afspraak” een verzinsel is.”

Of het onbeschaamd keihard liegen was staat hier nog niet geconcludeerd. Maar het was nog niet uitgesloten. Ik gaf hierbij ook de disclaimer dat ikzelf reeds persoonlijk had ondervonden dat de voorzitter van de NVvW mij belazerde: ik zou bevooroordeeld kunnen zijn. Maar het kan ook dat het belazeren vaker voorkomt. De staatssecretaris is in meer dan één opzicht een gewaarschuwd man.

Het is mij nadien duidelijk geworden dat alleen de voorzitter en de beleidsmedewerker van de NVvW bij het gesprek met de staatssecretaris en zijn ambtenaren van 5 maart 2015 aanwezig waren. Er zijn geen gespreksnotulen. De andere leden van het NVvW-bestuur verlaten zich volledig op de verslaggeving door voorzitter en beleidsmedewerker. Klaarblijkelijk bestaat hier een blind vertrouwen dat niet verstandig is. Het is zeer te betreuren dat de andere bestuursleden geen interesse tonen voor mijn protest dat ik mij door de voorzitter belazerd weet. In mijn ervaring kan er ook bij wiskundigen een zwart-wit denken bestaan dat niet bijdraagt tot bestuurlijk vermogen.

Nieuw stukje van de puzzel: Notulen van het NVvW-bestuur

Op de jongste Algemene Vergadering (AV) van de NVvW van 5 april 2017 gaf de beleidsmedewerker aan dat in de bestuursnotulen van voorjaar 2015 is opgenomen dat het bestuur de “afspraak” met Dekker geheim zou houden. Dit onderdeel in de notulen is nog niet vrijgegeven, het is wenselijk dat dit gebeurt, en het navolgende is dus ook weer tentatief:

  1. Het bestuur heeft derhalve de leden anderhalf jaar niet ingelicht, en daarentegen “informatie” gegeven dat men bezig was met lobbyen om het bestuursstandpunt geaccepteerd te krijgen (terwijl men meende dat dit reeds geaccepteerd zou zijn: op zijn minst toneelspelen). Mijn correctie t.a.v. bovenstaande conclusie van me van 10 december is dat de onwaarschijnlijk geachte mogelijkheid van bewuste geheimhouding toch de werkelijkheid blijkt.
  2. Aangezien de staatssecretaris ontkent dat er zo’n afspraak was, is minder waarschijnlijk dat met hem is afgestemd dat ook hij zich aan zulke geheimhouding zou houden (tenzij men de staatssecretaris een doortraptheid wil toedichten dat hij ook over de geheimhouding zou liegen). De beleidsmedewerker formuleerde het zo, dat het inderdaad zo overkwam dat alleen het NVvW-bestuur besloot tot geheimhouding, eenzijdig, zonder dat dit met de staatssecretaris was afgestemd. Dit is een wonderlijke situatie. Er is een “afspraak” en alleen één partij besluit het geheim te houden ? Zijn er werkelijk geen collega-bestuurders geweest die hierover vragen hebben gesteld ? Ook hier zouden de notulen informatie kunnen bieden.
  3. Men zou kunnen proberen om een onderscheid te maken tussen “geheim houden” en “bewust een onwaarheid voorwenden (liegen)”. Men kan zich voorstellen dat een bestuur niet (meteen) de informatie bekend maakt. Daarvoor moeten dan wel zwaarwegende redenen zijn. Welke waren die redenen ? Het moet niet zo zijn dat drogredenen plotseling worden voorgesteld als zwaarwegende redenen. Bijvoorbeeld zou men kunnen zeggen dat leerlingen die nu de toets moeten maken zich benadeeld zouden kunnen voelen ten opzichte van toekomstige leerlingen, maar het is evident dat het dan om andere situaties gaat, en zoiets valt ook aan leerlingen uit te leggen.
  4. Zie hier de brief die het bestuur op 15 februari 2016 aan de Tweede Kamer schreef, en waarover men de leden inlichtte. Wanneer er die geheimgehouden “afspraak” bestond dan is dit een duidelijke leugen: “(…) met de Staatssecretaris gesproken. Dit heeft nog niet geleid tot een omarming van ons voorstel (….)”. Een verdediging dat geheimhouding tot zulk liegen verplicht is onjuist. Daarentegen geldt juist dat wanneer men merkt dat zulk liegen dreigt te ontstaan men de geheimhouding opheft, en in dit geval bijvoorbeeld ook beleefd aan de staatssecretaris meldt dat de zelf gekozen geheimhouding wordt opgeheven.
  5. Het bestuur moet niet verbaasd zijn dat er personen zijn die zich door het bestuur belazerd voelen door deze (nu gebleken bewuste) geheimhouding. Velen hebben zich met de rekentoets beziggehouden en het is kwalijk dat men daarover niet de correcte informatie heeft ontvangen. Iedereen kan hier voor zichzelf spreken, maar ik doe het in ieder geval, en het NVvW-bestuur moet niet doen alsof ik hierover geen recht van kritiek – laat staan kritische vragen – heb – zoals het bestuur wel deed op die AV van 5 april 2017.
  6. Had het NVvW-bestuur niet geheimzinnig gedaan, dan was veel eerder van het misverstand met de staatssecretaris gebleken, en was dit circus van afgelopen december niet nodig geweest, en was het ook voor mij niet nodig geweest om hierover deze kritische vragen te stellen. Andermaal leert men de les van transparantie.
  7. Mijn conclusie van 10 december dat dit NVvW-bestuur over een slecht geheugen beschikt moet gekwalificeerd worden. Men heeft duidelijk niet onthouden wat verbatim is gezegd, maar er blijkt wensdenken te zijn geweest, en dat heeft men juist goed onthouden. Dit brengt ons op het volgende nieuwe gegeven dat sinds december boven water is gekomen.

Welingelichte kringen

Uit welingelichte kringen hoorde ik eind februari 2017 dat in het gesprek op 5 maart 2015 ook gesproken is over het initiatief van Onderwijs2032, en dat gemeld was dat dit een kader kon zijn voor nieuwe beleidsinitiatieven.

Het zou zeer wel kunnen dat voorzitter en beleidsmedewerker van de NVvW deze melding in het gesprek hebben opgevat als een opening. (Misschien ook omdat ze toen nog niet zo goed wisten wat Onderwijs2032 was – maar er was net een brainstorm geweest ?)

Melding maken van een nieuw beleidskader betekent nog lang geen afschaffing van de rekentoets want het schept slechts een kader waarin, nou ja, nieuwe beleidsinitiatieven mogelijk zijn. Toch lijkt dit de beste verklaring te bieden waarom voorzitter en beleidsmedewerker van de NVvW tot de gedachte kwamen van zo’n “afspraak”. Dat veronderstelt wel heel erg slecht luisteren en vooral willen horen wat men graag willen horen en niet goed onderling afstemmen van wat nu werkelijk is afgesproken.

Voor mij blijft het bizar hoe men tot zulk wensdenken komt en niet even een reality check doet en hoe men de staatssecretaris vervolgens bejegent.

De staatssecretaris doet er verder het zwijgen toe

Ondertussen moet de staatssecretaris natuurlijk verder. Er is in het onderwijs meer aan de hand dan de rekentoets en wangedrag bij het NVvW-bestuur. Er waren ook verkiezingen over belangrijker zaken. Men kan zich derhalve voorstellen dat Sander Dekker zich het wonderlijke voorval van eind 2016 laat aanleunen en er verder geen woorden aan vuil maakt. Hij is in ieder geval niet de confrontatie met het NVvW-bestuur en de beschuldiging van het breken van beloften en een afspraak aangegaan.

Het is de vraag of dit voor hem verstandig is. Bij de kabinetsformatie zouden zowel D66 (Paul van Meenen) en de VVD (Sander Dekker) de portefeuille van onderwijs kunnen claimen. Wanneer D66 zou stellen dat Dekker niet zo goed ligt in het onderwijsveld, dan zou dit ten nadele van Dekker kunnen uitwerken. De Volkskrant citeert Van Meenen:

“Volgens Paul van Meenen (D66), die Dekker vorige week in de Tweede Kamer om opheldering vroeg, zit er een luchtje aan de zaak. Zit Dekker dan te jokken? ‘Ik wacht even met die beschuldiging’, zegt hij. ‘Maar hij heeft er wel belang bij. De rekentoets is voor hem een prestigeproject.'”

Ik snap niet zo goed wat de logica in deze opmerking is. Dekker zou er belang bij hebben om eerst een “afspraak” te maken dat de rekentoets wordt afgeschaft en vervolgens te ontkennen dat hij die “afspraak” heeft gemaakt ? Ik vraag me af of Van Meenen dit kan toelichten zonder in ingewikkelde complottheorieën verzeild te raken.

Ikzelf zie dit iets anders:

  1. Paul van Meenen heeft gefaald in de controlerende taak van de volksvertegenwoordiging om de waarheid hier boven tafel te krijgen. Het is nogal een gemakkelijk citaat om de staatssecretaris een belang bij een “prestige” toe te dichten, maar het kost meer moeite om aan waarheidsvinding te doen. Waarheidsvinding is hier eigenlijk niet eens moeilijk, gezien het raamwerk dat ik heb neergelegd in mijn brief aan Dekker cc de Tweede Kamer.
  2. Paul van Meenen heeft een opleiding tot wiskundige en is voormalig wiskundeleraar (die zakte voor de rekentoets van 2015) en die de rekentoets – zoals vrijwel alle wiskundeleraren en ook ikzelf – een onding vindt. Maar Van Meenen faalde ook t.a.v. het kijken naar mijn kritiek sinds 2008 t.a.v. het onderwijs in wiskunde. Juist met zijn achtergrond had hij die kritiek t.a.v. het onderwijs in wiskunde kunnen oppakken. Met meer ontwikkeld bestuurlijk inzicht had Van Meenen kunnen constateren dat er iets wezenlijks schort aan zowel de bestuurlijke structuur omtrent het onderwijs in wiskunde (met zijn wiskundeoorlogen) als het specifieke optreden van dit NVvW-bestuur.
  3. Paul van Meenen is lid van D66, de partij met de kroonjuwelen van districtenstelsel, direct gekozen premier en burgemeesters, en referenda. Als wiskundige had hij kunnen en moeten beseffen dat hier wezenlijke vragen liggen, zie het opstel “Pas op met wiskunde over verkiezingen“. Besef dat Donald Trump gekozen is via een districtenstelsel (kiesmannen per staat). Sterker nog, ik heb Van Meenen attent gemaakt op mijn analyse en het boekje “Laat D66 zich opheffen“. In plaats daarvan weet ik niet anders dan dat Van Meenen hierover heeft gezwegen. Hij heeft aldus voorzover ik weet het Nederlandse volk bij de recente verkiezingen belazerd. Hij heeft dus met zijn kennis van wiskunde ook niet de meerwaarde geleverd die had kunnen leiden tot het opheffen van D66, sinds 1966 stoorzender in de Nederlandse politiek. (Ik geef toe dat ik “belazeren” een mooi woord ben gaan vinden en wellicht nu te vaak gebruik.)

Voor de goede orde: Ik geef slechts mijn observaties vanuit mijn wetenschappelijke werk t.a.v. theorie van democratie en verkiezingen en het onderzoek naar onderwijs en didactiek van wiskunde. Het parlement zal ongewijfeld ook andere factoren meenemen bij de keuze van de nieuwe bewindspersonen.

Conclusies omtrent dit NVvW-bestuur

De twee nieuwe gegevens sinds december ondersteunen de conclusie dat de “afspraak” verzonnen is. Een motief van staatssecretaris en Ministerie om de NVvW met een kluitje in het riet te sturen en aan het lijntje te houden is onlogisch gezien het belang dat men juist hecht aan goede relaties met het onderwijsveld.

Aldus zou dan de verklaring zijn dat voorzitter en beleidsmedewerker slecht hebben geluisterd en de rest van het bestuur op sleeptouw hebben genomen. Er is dan sprake van oprecht uiting geven aan een zinsbegoocheling en niet van kwade opzet tot het onbeschaamd keihard liegen. Dat laatste kan natuurlijk altijd nog maar het is niet aangetoond in dit geval.

Omdat onder wiskundigen het begrip Don Quichoterie populair blijkt maar opvallend vaak in een verkeerde betekenis wordt gebruikt, maar mogelijk ook als scheldwoord wordt misbruikt (zie hier), is het wellicht nuttig om aan te geven dat deze kwestie omtrent de “afspraak” dan een goed voorbeeld is van Don Quichoterie in de juiste zin van het woord: deze “afspraak” verzinnen is als windmolens voor reuzen aanzien, juist terwijl je jezelf als koene ridder ziet, en je zo bevordert dat je alleen ziet wat jezelf in die rol bevestigt.

De juiste aanpak is dat het NVvW-bestuur aan Sander Dekker, de Tweede Kamer, de Nieuwsbrief voor alle leden, en de media (en wellicht nog net geen kopie aan Donald Trump en Vladimir Putin):

  1. toegeeft dat er op 5 maart 2015 geen afspraak is gemaakt
  2. toegeeft de onwaarheid te hebben verteld dat er zo’n afspraak zou zijn (waarbij anderen kunnen erkennen dat het geen opzettelijke leugen was maar een oprechte uiting over een misverstand)
  3. toegeeft dat Dekker niet gelogen heeft
  4. toegeeft dat men aan wensdenken heeft gedaan
  5. en (ook schriftelijk) toegeeft dat men opzettelijk informatie aan de leden heeft onthouden (met publicatie van de relevante passage in de notulen zodat we nog eens naar de overwegingen kunnen kijken).

Me dunkt dat het genezingsproces kan beginnen wanneer 1 van de 2 gespreksdeelnemers met deze erkenning begint. Wanneer de beleidsmedewerker voor het inkomen afhankelijk is van de huidige baan, dan doet deze er verstandig aan ook hieraan te denken. Het vermogen een fout in te zien kan ten voordele pleiten terwijl het halsstarrig vasthouden aan een waandenkbeeld ten koste van anderen (Dekker, mij, en wie nog meer ?) niet echt een aanbeveling is. De voorzitter is elders werkzaam als leraar wiskunde en heeft meer ruimte om aan dit misverstand vast te houden – met “misverstand” als understatement voor Don Quichoterie. Voor hem kan het prestige (dixit Van Meenen) van een vermeend geslaagd voorzitterschap natuurlijk zwaar wegen, zoals wellicht ook een struisvogel met de kop in het zand zich de heerser over het universum waant. Maar het is ook mogelijk dat andere bestuursleden deze twee tot de orde roepen. De NVvW kent een raad van toezicht die kan toezien op geschillen tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur.

Er is verschil tussen het ervaren van een zinsbegoocheling en het ontkennen daarvan wanneer men erop is gewezen zodat men houvast heeft aan feiten en aan wat verstandige mensen zeggen. De kwestie is hierboven netjes uitgelegd en gedocumenteerd. Wanneer het bestuur meent dat deze analyse niet klopt dan moet het bestuur met harde bewijzen komen dat er werkelijk zo’n afspraak was zodat men met grond kan stellen dat de staatssecretaris en het Ministerie van OCW een leugen hebben gefabriceerd wanneer zij stellen dat zij niet van zo’n afspraak weten. De kwestie afdoen als welles-nietes en dat er geen bewijs zou zijn omdat er geen gespreksnotitie van OCW is – maar wel het “bewijs” van de eigen bestuursnotulen die alleen de eigen Don Quichoterie weergeven – is onvoldoende, want hierboven en eerder zijn dus ook andere overwegingen genoemd. Mocht het NVvW-bestuur niet realistisch zijn en corrigeren op bovenstaande wijze, dan kan niet langer sprake zijn van een oprechte uiting aan een zinsbegoocheling.  De andere bestuursleden die niet bij de vergadering met de staatssecretaris aanwezig waren moeten zich verlaten op slechts de getuigenis van de twee die dat wel waren, en uit het bewijsmateriaal kunnen zij afleiden dat er een misverstand moet zijn. Wanneer zij dat niet doen ontstaat hoe dan ook toch een kwestie van kwade wil (om te weigeren adequaat naar het bewijs te kijken) en onbeschaamd keihard liegen (om de zaak toe te dekken).

Vervolgens zijn er nog:

  1. de inconsistentie omtrent de competentie van onderbouwleraren t.a.v. rekenenonderwijs
  2. het negeren van het belang van het rekenen in het primair onderwijs en het onethische experiment dat daar nu op kinderen plaatsvindt
  3. de vraag wie nu de “experts” zijn die zich over het nieuwe plan buigen (PM. Sinds kort is er op de NVvW-website bij de werkgroep Wiskunde voor Morgen eindelijk een link, die dan doorverwijst naat “Rekenwiskunde21.nl“. Maar daar houdt men geen rekening met mijn kritiek alhier.)
  4. en de wenselijkheid t.a.v. excuses wegens het saboteren van mijn poging tot waarheidsvinding.

2015: Kamerleden maken de rekentoets. Bron: LAKS

Advertenties

Over Thomas Colignatus

Thomas Cool is an econometrician and teacher in mathematics in Scheveningen, Holland. He uses the name Colignatus is science to distinguish this from his other activitities in commerce or politics. His personal website is http://thomascool.eu
Dit bericht werd geplaatst in Democratie, Rol van de wiskunde en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.