De kennismaatschappij: democratie, Brexit, Kennislink en witteboordencriminaliteit

We leven sinds circa 1950 in een kennismaatschappij, waarin een weersvoorspelling wellicht waardevoller is dan de aardappelen die ermee gemoeid zijn. Wetten en rechtspraak hobbelen achter de ontwikkeling van de kennismaatschappij aan. Voor een aardappeldief zijn er meer wetten en rechters dan voor de kennisdief, bijv. de weerman die willens en wetens wat ruimere marges neemt dan aangekondigd, en die zo een slechte dienst levert en misbruik van vertrouwen maakt. Je kunt je voor slecht weer verzekeren maar mij is onbekend of je je ook tegen zulke desinformatie kunt verzekeren.

Wanneer wordt wangedrag t.a.v. kennis tot witteboordencriminaliteit ? Ook wikipedia heeft het er maar moeilijk mee. Het noemt belastingfraude, bedrog, valsheid in geschrifte, corruptie, maar dan zijn we nog steeds in de wereld van de aanschouwelijkheid van de aardappeldiefstal. Het echte probleem ontstaat wanneer er abstractie in het spel is.

In zulke gevallen lijkt men ook snel op het terrein van de vrijheid van meningsuiting te komen. Een weerman of -vrouw moet kunnen zeggen wat hij of zij van het weer vindt, en kan altijd volhouden dat een weersvoorspelling door de eigen expertise gedragen wordt. Bij het leveren van een wanprestatie is echter de vrijheid niet in het geding, maar de wanprestatie.

Een indicator is de consistentie van de uitspraken over de tijd. President Trump lijkt alles te mogen zeggen, maar het probleem ontstaat wanneer die uitspraken met elkaar in conflict komen. Trump is politicus en heeft meer vrijheid. Een kenniswerker in de kennismaatschappij zou niet zoveel vrijheid als Trump moeten hebben. Wie claimt zo’n kenniswerker te zijn, moet zich ook aan de principes van kennisverwerking houden, zie A.D. de Groot en H. Visser over het forumwaarmerk van wetenschap. De Groot beschouwt zijn standaardwerk over methodologie als ideaaltypisch, en ziet voor de praktijk van wetenschap en kennis juist de noodzaak van een goed werkend forum.

Dit is geen juridisch weblog maar een protest tegen censuur van de wetenschap sinds 1990 door de directie van het Centraal Planbureau. Vanuit dat oogpunt is er nu alle aanleiding om naar het volgende te kijken.

Kenneth Arrow’s (1921-2017) onmogelijkheidsstelling uit 1951

Kenneth Arrow (1921-2017) kwam dit jaar te overlijden, en dat was voor velen aanleiding om bij diens werk stil te staan.

Daniël Schut heeft politicologie gestudeerd, en geeft heel fraai de standaardvisie t.a.v. het werk van Arrow weer: “Hoe Kenneth Arrow onze democratie heeft gesloopt…met wiskunde“. Schut formuleert kort en bondig:

“democratie werkt per definitie niet”

Schut geeft ook een iets langere toelichting:

“Het voert te ver om het precieze wiskundige bewijs hier te herhalen. De conclusie van Arrow herhalen we hier echter wel, want dit was zijn schokkende ontdekking: met een handjevol van deze schoonheidscriteria in de hand, kom je er al snel achter dat geen enkel kiessysteem voldoet aan al deze schoonheidscriteria tegelijkertijd. Kan niet. Lukt gewoon niet. Net zo onmogelijk als dat iets tegelijkertijd rond en vierkant is: een logische onmogelijkheid.”

“En die logische onmogelijkheid is precies zo schokkend, omdat het de idealen van de Verlichting, die ‘wij in het Westen’ al een paar eeuwen proberen te implementeren, rechtstreeks in het hart treft. Democratie is onmogelijk, niet omdat de kiezers een falende psychologie hebben. Een falende psychologie valt te corrigeren – althans, zo denken de socialisten en sociaal-democraten. Nee, als je Arrow goed doorredeneert, dan zie je dat het betekent dat democratie fundamenteel onmogelijk is: er is geen enkele kieswijze die elke mogelijke stemverhouding altijd op een juiste wijze doorrekent naar de uiteindelijke uitslag.”

Schut is consequent. Hij deed mee aan de debatwedstrijden in Oxford waarin men elkaar met (schijn-) argumenten moet aftroefen. In Nederland willen we polderen en passen & meten, maar in Engeland is het zaak de tegenstander in verwarring te brengen en het publiek op te jutten. Het is deze Angelsaksische debatcultuur die Rick van der Ploeg bij de Nederlandse economen zoals Coen Teulings heeft bevorderd, en waar het land schade van ondervindt. Want Arrow zat ernaast, en de overlegcultuur conform Jan Tinbergen (1903-1994) is veel beter.

Arrow’s wiskunde klopt maar zijn interpretatie niet

Ik leg hier uit dat Arrow’s wiskunde klopt maar zijn interpretatie niet. Schut’s standaardvisie rammelt aan alle kanten:

  • Een analoge redenering is: Om goed te rijden heeft de ideale fiets ronde banden. Om stil te staan heeft de ideale fiets vierkante banden. Banden die tegelijk rond en vierkant zijn, bestaan niet. Dus is er geen ideale fiets. De wiskunde klopt, maar de interpretatie van “ideaal” deugt niet.
  • Er is verschil tussen fysieke onhaalbaarheid en logische onmogelijkheid. Wanneer iets fysiek onhaalbaar is, dan kun je dit nog wel ideaal noemen. Bijvoorbeeld wanneer iemand morgen nog geen EUR 100.000 heeft dan kan dit nog wel als een ideaal gezien worden waarnaar hij of zij streeft. Wanneer iets logisch onmogelijk is, dan kun je dit niet ideaal noemen, want je kunt je niet eens voorstellen wat het zou zijn.
  • De condities van Arrow lijken ieder op zich redelijk en wenselijk, maar gezamenlijk zijn ze tegenstrijdig, dus ze zijn niet redelijk en wenselijk.
  • De wiskunde van Arrow is correct, en er is een tegenstrijdigheid en onmogelijkheid. De interpretatie van Arrow is onjuist. Wat redelijk lijkt blijkt dit niet te zijn.
  • Zie het opstel: Pas op met wiskunde over verkiezingen.
  • Zie de “meta-mathematische” formele afleiding in hoofdstuk 9.2 op pagina 239 van mijn boek Voting Theory for Democracy (online). Ik heb Arrow’s interpretatie ook weer in wiskunde gegoten en laat dan zien dat diens interpretatie onhoudbaar is.

De kosten van dit misverstand zijn hoog

De kosten van dit misverstand met zijn aanval op het democratisch denken zijn hoog. Twijfel over de representatieve democratie leidt bijvoorbeeld tot de roep om referenda: maar dit leidt van de drup in de regen. Bij het referendum over de Brexit blijkt de vraag die aan de Britse bevolking werd voorgelegd wetenschappelijk ondeugdelijk – zie hier en hier.

In Nederland is de politieke partij D66 vanaf de oprichting een stoorzender in de Nederlandse politiek, met zijn kroonjuwelen van referenda, districten en direct gekozen functionarissen, welke kroonjuwelen zogenaamd democratischer zijn maar dus niet. Het betreft hier vooral juristen die weinig van wiskunde weten. Maar zulke dwalingen krijgen alle kans wanneer politicologen als Schut de wiskundige resultaten verkeerd interpreteren en uitleggen. Zie mijn recente brief aan het bestuur van D66 om nu eens de kop uit het zand te halen en eerlijk te erkennen dat die kroonjuwelen juist niet democratischer zijn.

Op rechts is er Thierry Baudet. Met de vele denkfouten die Baudet maakt kun je hem beter als dwaallicht dan als politiek vernieuwer beschouwen.

Hoe kan dit misverstand al zolang blijft voortduren ?

Het is opmerkelijk dat Arrow’s misverstand niet meteen in 1951 is gedeconstrueerd.

Er zijn verzachtende omstandigheden. Aanvankelijk werd zijn wiskunde complexer gepresenteerd dan nodig, wat het aantal personen beperkte dat het argument kon controleren. Wellicht waren velen sowieso teleurgesteld in de werking van de democratie, bijv. Amerikaanse professoren versus demonstrerende studenten over Vietnam. Ook blijft gelden dat er problemen bij stemprocedures bestaan. Mensen kunnen eisen stellen die onderling tegenstrijdig zijn, zodat er paradoxale uitkomsten kunnen ontstaan. Na de Nobelprijs voor Arrow in 1972 was er natuurlijk ook het aureool van een autoriteit. Arrow kreeg die prijs niet alleen voor dit theorema, overigens.

Een constante factor bij dit alles is ook de arrogantie van abstract denkende wiskundigen, die geen studie van de werkelijkheid maken maar die daar toch uitspraken over doen. Democratie is een empirisch en geen wiskundig concept maar wiskundigen negeren dat gewoon. Zoals ze ook bij de kredietcrisis bij banken producten hadden verzonnen die onvoldoende rekening hielden met empirische risico’s, of zoals ze bij het onderwijs in wiskunde uitspraken doen zonder daarover empirisch onderzoek te doen.

Er is natuurlijk ook botte censuur van wetenschap. In 1990 presenteerde ik op het Centraal Planbureau (CPB) mijn deconstructie van Arrow’s analyse (interne notitie 90-III-37, maar begin nu bij mijn boek VTFD), en al mijn werk werd door censuur van wetenschap getroffen en ikzelf werd  met onwaarheden ontslagen. De directie wilde geen onderzoek aan de sociale welzijnsfunctie van Nederland en verwees daarbij naar het theorema van Arrow alsof zoiets toch onmogelijk zou zijn. Voor het CPB zou het gebruik van het bruto binnenlands product (BBP) volstaan. Sinds kort wil de Tweede Kamer discussie over het brede welvaartsbegrip, maar deze discussie vindt dus plaats tegen de achtergrond van censuur van wetenschap. Het parlement spant het paard achter de wagen met een zak over het hoofd.

Misleiding op Kennislink

Met Pasen schreef ik:

“We hebben nog wel de journalistiek die van sensatie leeft, het laatste monster dat getemd moet worden.”

Bij wiskunde denk je niet snel aan sensatie en riooljournalistiek. Toch kruipt de behoefte aan sensatie ook waar je het verwacht, en wiskundigen hebben hun eigen variant gevonden. De wiskundige presenteert namelijk een “paradox”, die de aandacht moet trekken, waarna de wiskundige de lezer meeneemt in een uitleg die toont hoe die paradox via wiskunde een mooie oplossing krijgt (en wat meteen ook toont hoe verstandig de wiskundige zelf is).

We zien dit bijvoorbeeld op Kennislink, met deze stellingen die onwaar zijn maar wel lekker sensationeel klinken.

  • Wiskundige Vincent van der Noort: “In 1951 bewees ene Kenneth Arrow dat geen enkel kiessysteem helemaal eerlijk is. (Of meer precies: dat geen enkel kiessysteem tegelijk alle eigenschappen kan hebben die je van een eerlijk kiessysteem zou verwachten.)” (Hoezo, wat is “eerlijk” ? Als “eerlijk” logisch onmogelijk is, weet niemand wat je je daarbij moet voorstellen.)
  • Natuurkundige Arnout Jaspers: “Geen enkel stemsysteem voldoet onvoorwaardelijk aan alle redelijke eisen die je er aan mag stellen.” (Hoezo, wat is “redelijk” ? Als “redelijkheid” logisch onmogelijk is, weet niemand wat je je daarbij moet voorstellen.) (Oefening voor de lezer: toon de denkfout bij Eric Maskin die Jaspers niet ziet.)

Zulke teksten zijn dus het equivalent van riooljournalistiek in de wetenschapsjournalistiek. Het is ook witteboordencriminaliteit – vergeef me deze lekenterm – want ik heb de redactie van “Kennislink” voor deze denkfouten gewaarschuwd, en men laat deze teksten gewoon staan. Je zou zeggen dat de analyse zich hier toch gemakkelijk laat controleren, maar de redactie van Kennislink weigert om naar de formules te kijken of te laten kijken. Ik diende dit probleem ook in bij de Nationale Wetenschapsagenda. Het is volstrekt zinloos om dit aan de Raad voor de Journalistiek voor te leggen, want ook daar bestaat geen begrip voor wetenschap. Een wetenschapper die in Nederland door censuur wordt getroffen is wezenlijk vogelvrij – ook bij de KNAW, zie ook hier.

Kennislink hoofdredacteur (scheikundige) Sanne Deurloo schrijft hypocriet:

“We passen bij NEMO Kennislink echter vaker artikelen aan. Omdat artikelen er scherper of duidelijker van worden, omdat een mederedacteur of een lezer een zinnige aanpassing of aanvulling voorstelt of omdat er nieuwe wetenschappelijke inzichten of ontwikkelingen zijn.” (Sanne Deurloo, 2017)

Dit betreft aanpassingen uit zinnigheid. Mag ik het ook omdraaien ? Leidt zinnige kritiek ook tot de noodzaak tot aanpassing ? Zoals het er nu staat lijkt Deurloo te impliceren dat mijn kritiek hierboven op twee misproducten op Kennislink niet zinnig zou zijn, of niet de stand van wetenschap sinds 1990 zou weergeven. Ja, ze kan zich verschuilen achter de censuur van wetenschap door de directie van het CPB. Maar je zou van wetenschapsjournalisten juist kritiek op die censuur verwachten. Zie hier. Deurloo zit ook nog in het bestuur van de vereniging van wetenschapsjournalisten. Met haar hand op de knip van de journalistieke opdrachten van Kennislink aan freelancers heeft ze wellicht een belangrijke positie in dit kleine wereldje van benauwd denken. Brrr.

Zou het kunnen dat iedereen zo vreselijk onder de indruk is van de autoriteit van Nobelprijswinnaars dat het gewoon niet gezegd mag worden dat dezen een cruciale denkfout maken ? Een verheerlijking van het autoriteitsdenken en het vernietigen van bescheiden wetenschappelijke kritiek ? Het voordeel van een autoriteit is natuurlijk dat je niet meer zelf hoeft te denken.

Vincent van der Noort, Sanne Deurloo, Arnout Jaspers

Een boycot als ultimum remedium

Ik adviseer sinds 2004 tot een boycot van Nederland totdat de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB is opgelost. Ik heb daar twijfel over gehad, want zo’n boycot raakt misschien ook onschuldigen. Het advies is echter een ultimum remedium nadat andere pogingen zoals publiceren en met mensen gaan praten in 1990-2004 tot niets leidden.

Mijn paasblog 2017 met ook de verzuchting over de sensatiejournalistiek werd meteen opgepakt door Rosanne Hertzberger c.s. t.a.v. GeenStijl. Het hoofdredactioneel van NRC Handelsblad ondersteunt dit:

“Het aanspreken van adverteerders op de omgeving waarin zij hun boodschap ventileren begint resultaat op te leveren. Heel goed. De beschaving kan wel wat marktwerking gebruiken.” (NRC 5 mei 2017)

Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm meent in de NRC van 11 mei 2017 dat een oproep door de NRC aan adverteerders, om nog eens na te denken of men op een site wil staan waar zulke verbale mishandeling plaatsvindt, te ver gaat.

“Een boycot van adverteerders treft niet alleen de seksistische stukken op GeenStijl, het treft het hele blog.”

Het is waar dat een boycot een bot instrument is. Maar er zijn omstandigheden waarin het verdedigbaar is. Alberdingk Thijm gaat er ook aan voorbij dat GeenStijl het verdienmodel heeft van het genereren van veel klikken: clickbait. Dit is niet langer journalistiek of vrijheid van meningsuiting, maar een verdienmodel. Me dunkt dat daar toch andere normen voor gehanteerd kunnen worden.

Van mijn advies tot een boycot van Nederland zijn de media uitgezonderd, omdat het toch gaat om de vrijheid van uitwisseling van informatie. Maar daar reken ik GeenStijl niet toe. Een verwachting is wel: Wanneer GeenStijl wordt opgeheven, dan zwerven zijn medewerkers uit naar andere media, en begint daar het gedoe weer, wellicht iets subtieler. Het is als een waterbed, waar je wel op de ene plek kunt drukken, maar elders komt het weer omhoog.

Dus, NRC en Rosanne, bedenk ook dat de beschaving ook gediend is met bescherming van de wetenschap, ook bij censuur door de directie van het CPB.

Advertenties

Over Thomas Colignatus

Thomas Cool is an econometrician and teacher in mathematics in Scheveningen, Holland. He uses the name Colignatus is science to distinguish this from his other activitities in commerce or politics. His personal website is http://thomascool.eu
Dit bericht werd geplaatst in Anatomie van Nederland, Rol van de wiskunde en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.